Hoewel hij over de gave des woords beschikt, zegt hij eigenlijk nooit wat. Hij observeert. Toen ik eens een opmerking over zijn zwijgzaamheid maakte, glimlachte hij. Ik dacht, Maradonna staat ook niet in de kroeg met een bal te jongleren.
Nee, ik twijfel er dan ook geen moment aan dat Jaap zijn beste krachten voor zijn clienten bewaart. Artsen, managers, politici, kunstenaars. ‘Noem ze vooral geen patienten en noem mij geen hulpverlener’, liet hij zich eens ontvallen. ‘Je kunt je niet voorstellen hoe eenzaam het is aan de top.’
Al een tijdje heb ik pijn in m'n rug, al hoor je me daar nooit over klagen. Gisteren kwam Jaap plotseling dicht tegen mij aanleunen. ‘Die pijn in je rug’, fluisterde hij tot mijn verrassing, ‘is heel interessant. Ga ermee aan de gang. Verplaats je aandacht naar dit gebied. Een paar keer per dag. Jarenlang heb je daar van alles verstopt waar je niets van wilde weten. Haal het naar boven. Je pijn is je kans. Voor een belangrijke sprong in je leven.’
Nu, een paar dagen later, kan ik Jaaps woorden beamen: Het is inderdaad verrekte eenzaam aan de top.
Als ik me maar niet verhang.