Eenzaam vakwerk

Dat ik een zestal films van Pieter Moleveld zomaar in de bioscoop kon zien, was een klein wonder. Het uitbrengen van dit soort films is een daad van verzet tegen de tijdgeest. De programmering van filmhuizen en filmtheaters wordt al jarenlang steeds gemakzuchtiger en commerciëler. Geheel in strijd met deze tendens is het door distributeur Argus samengestelde pakket films (of eigenlijk zijn het twee pakketten van ieder drie) die alles tegen zich lijken te hebben. Ze zijn kort en daarmee kansloos. Ze zijn experimenteel en worden daarom gemeden als de pest. Ze zijn meer dan melancholisch en hermetisch - zeg maar: niet te volgen. Ze zijn nagenoeg zonder woorden en nagenoeg zonder kleur. Ze zijn traag en op een bijna religieuze manier gedragen. Het zijn eenzame films van een solitair werkende filmkunstenaar.

Argus heeft de films in twee porties opgedeeld. Kennelijk dacht men dat alles in één keer (bij elkaar de lengte van een forse speelfilm) te veel van de kijker zou vragen. Daar zouden ze gelijk in kunnen hebben, maar nu moet je twee keer naar de bioscoop om alles te zien. Bovendien hebben de films van Moleveld de neiging om zich in je hoofd aaneen te sluiten tot een lang doorgaand geheel. Of misschien eerder een toestand of een gevoel dan een geheel. De films van Moleveld worden, misschien ook wel door hemzelf, omschreven als poëtische documentaires. Dat is eigenlijk vreemd. Niets is prozaïscher dan wat we gewoonlijk onder documentaire verstaan en daar hebben de films van Moleveld niets mee te maken. Zijn films verhouden zich tot documentaires zoals een mediterende Tibetaanse monnik zich verhoudt tot een televisienieuwslezer. Er is geen verhouding. En waarom zou je films waar zo goed als geen woord in voorkomt, die vaak ook niet eens een titel hebben (zoals Untitled I tot en met IV), omschrijven als dichterlijk? Ze zijn in de eerste plaats visueel. Een relatie met een bepaald soort fotografie en schilderkunst ligt voor de hand, maar belangrijker is dat het gaat om zeer filmische observaties. Ze vangen het verstrijken van de tijd. Het verglijden van het licht. Het verwaaien van flarden van geluiden en muziek.
De etherische films van Moleveld komen zeer ambachtelijk tot stand. Deze zweverigste van de Nederlandse filmmakers is ook een zeer concrete handwerker. Een aantal van de films uit het Argus-pakket heeft hij me eens in onvoltooide staat op de montagetafel laten zien. Om geld uit te sparen had hij die films in negatief gemonteerd. Om een prachtig diepblauwe toon te krijgen in het resultaat had hij een soort filmmateriaal gebruikt dat voor medische doeleinden was ontwikkeld. Ik wist eigenlijk niet goed wat ik zag. Positief moest negatief worden, rood moest blauw zijn en nog zo enkele forse omkeringen. Duidelijk was wel dat Moleveld wist waar hij mee bezig was. Hij zag het resultaat voor zich al had hij tijdens het hele maakproces van de film niets kunnen zien wat leek op wat het zou gaan worden. Onnodig misschien om op te merken, maar voor alle duidelijkheid: een filmmaker als Moleveld doet alles zelf. Hij bedenkt, regisseert, fotografeert en monteert zelf. Als je het dan toch wilt vergelijken met een dichter, dan met een die zijn regels zelf in lood zet en zijn boeken drukt en inbindt. Of met een grafisch kunstenaar die zelf zijn etsen afdrukt en daarmee een oude techniek in leven houdt.
Er zijn weinig filmmakers waarmee Moleveld zich laat vergelijken, maar dat het de distributeur van Bela Tarr en Alexandr Sokoerov is die hem uitbrengt, is niet helemaal toevallig. Je kunt ook denken aan een contemplatieve observator en handwerker als Henri Plaat. Toevallig zag ik recentelijk een nieuwe korte film van de Amerikaan Peter Hutton: een fraaie zwijgende zwart-witstudie van een rivierlandschap in de winter. Ook hier die bijzondere combinatie van ouderwets vakwerk en melancholische contemplatie. Uit Oostenrijk zou ik Peter Schreiner kunnen noemen met zijn Blaue Ferne. Uit Zwitserland Nicolas Humbert en Werner Penzel. Uit Slovenië (nu in exil in Engeland) Breda Beban en Hrvoje Horvatic. En zo zou ik verder kunnen gaan. Niet veel verder, maar verder. Moleveld is eenzaam, maar niet alleen.