Toneel: Much Ado about Nothing

Eenzame flikker

Over de eerste opvoering van Much Ado about Nothing (1598/1599) weten we niets. Gezien de datering kan het een afscheidsparty zijn geweest van Shakespeare’s oude schouwburg in het koude Shoreditch in Noordoost-Londen.

Of een housewarming voor zijn nieuwe theater The Globe in de hoerenbuurt aan de overkant van de Theems. Het is zijn enige stuk dat eindigt met de gebiedende wijs: muziek en dans! ‘Strike up, pipers!’ bij Burgersdijk: ‘Speelt op muzikanten’ en de aanwijzing: een dans, daarna allen af.

Veel gedoe om niks, zoals het stuk nu heet bij De Utrechtse Spelen (Dus) is verder vooral een stuk over roddel en achterklap. Vrijwel alles wordt toevallig gehoord, verkeerd verstaan of juist in elkaar geflanst om misverstanden te creëren, waarvoor Shakespeare, de taaluitvinder, het prachtige woord ‘eavesdropping’ bedacht, informatie die als een regendruppel van een afdak valt. De plot van het stuk draait om twee liefdesparen. Claudio uit Florence (Benja Bruijning met een kuif-afdak van jewelste) die dingt naar de hand van de schone Hero uit Messina (een overal herkenbare want roodharige Sanne Vogel). En Benedick uit Padua (de zwierige Jeroen De Man) die het hele stuk door ruziet over de liefde met Beatrice, de tante van Hero (Susan Visser, platinablond, met de kirrende hitsigheid die we kennen uit Gooise Vrouwen). De paukenslag in die verhouding is tevens de kortste samenvatting van het verdict der heteroseksuele liefde: ‘The world must be peopled.’

De voorstelling staat exclusief in de Utrechtse schouwburg die daartoe is omgebouwd tot discotheek. Met een muziekpodium voor het orkest New Cool Collective in het centrum van de ontstoelde zaal. Er wordt, heftig elektronisch versterkt, gespeeld tot in alle zichtbare uithoeken van de ruimte, mensen die het overzicht willen behouden kunnen op het balkon plaatsnemen. De nogal omstandige uitleg van de plotverhoudingen wordt in het eerste uur overstemd door de fervent overal doorheen raggende muziek. Wat nogal wat gezeur in recensies opleverde. Een Shakespeare-komedie spelen waarin je echt álles vanaf het begin kunt volgen is onbegonnen werk. De enscenering valt mooi stil op de momenten die ertoe doen. Laat dat rustig over aan het hertogelijke duo Peter Bolhuis en Paul R. Kooij, die nog eens onderstrepen dat Much Ado about Nothing een van Shakespeare’s vernuftigste komedies (nooit ‘klucht’ zeggen) is. Compleet met het onverslaanbare en doorlopende clownsnummer van Dogberry en Verges, hier hoofd beveiliging Struik (Mark Kraan) en zijn stagiair (‘zeg maar Gé’) Van Slaghout, een wereldnummer van een van onze beste slapstickacteurs, Rogier in ’t Hout.

Het stuk kent als curiosum en chef-­plotaanjager een schurk die Don John heet. Zijn motief lijkt te zijn dat hij geen liefdesgeluk in zijn omgeving verdraagt, dus jaagt hij middels een verwisseltruc de verliefden Hero en Claudio in de gordijnen. Don John wordt hier gespeeld door Arthur Japin, die in een mini-essay in het programmaboek deftig mag uitleggen dat die Don John wel een eenzame flikker móet zijn (‘Shakespeare’s eerste en enige homoseksuele karakter’), met een travestiet als one night stand aan zijn zijde (mooie rol van Floris Verkerk). Welnu, áls Shakespeare al homoseksuele mannen als personage in zijn stukken toeliet (wat betwistbaar en in ieder geval zeer complex is) dan is Don John zeker niet de enige. Ongetwijfeld zal Arthur Japin er nog eens een mooi brok literaire non-fictie over schrijven. En dat is hem geraden ook, want toneelspelen kan hij niet. Deze pedante nep-schurk is een ijdeltuiterig Fremdkörper in een verder flitsende toneelavond. Speelt op muzikanten!

Veel gedoe om niks, t/m 22 september in de Stadsschouwburg Utrecht. stadsschouwburg-utrecht.nl