Televisie: ‘Chinese dromen’

Eenzame ster

Chinese dromen, Ruben Terlou en Jeroen de Greef (regie) © VPRO

De derde reisreeks van Ruben Terlou heet Chinese dromen. Niet die van staat en partij over mondiale macht, maar die van ‘gewone mensen’. In een razendsnel gegroeide über-kapitalistische economie komen die steeds vaker uit, voor zover materieel. Maar op het terrein van welzijn groeit, mede door dat materialisme, de spanning tussen generaties, tussen vrouwen en mannen en tussen de behoefte aan individuele ontplooiing en familie- en gemeenschapswaarden en -eisen aan de andere kant. In de afleveringen één (opvoeding) en drie (liefde) komen dan ook volop ‘Chinese nachtmerries’ voor.

We starten in welvarende kring. Bij een zangwedstrijd lach ik wanneer een prachtig gekleed en opgemaakt meisje zingt dat de mens een eenzame ster aan de hemel is als hij voorzitter Mao mist. Maar in een gesprek met een andere deelneemster blijkt hoe genadeloos dit kind dag in dag uit oefent en bergen huiswerk doet om de droom van haar ouders waar te maken. Als enig kind (en dat zijn nog altijd de meesten) voelt ze die verantwoordelijkheid diep. ‘Wat is je droom?’ ‘Dat ik later minder huiswerk krijg.’ Terlou lacht, tot mijn verbazing. Maar als je déze televisiemaker iets niet kunt verwijten is het een gebrek aan empathie. Zoals weer blijkt wanneer hij een particulier internaat voor weerbarstige pubers bezoekt waar met militaire dril en veel goed eten hun disciplinering ter hand wordt genomen. Verbijsterend is de ontmoeting met een meisje dat zojuist door haar moeder is binnengebracht onder het mom van leuke cursussen.

De gezinsverhoudingen zijn inderdaad verstoord, vertelt de dochter: haar vader slaat haar van kleins af, om daarna excuses aan te bieden en het prompt weer te doen. Na pijnlijke gesprekken tussen meisje, stafleden en bikkelharde moeder besluit het kind haar handtekening te zetten onder een jaar opsluiting: ‘Ik wil mijn ouders niet meer zien.’ Moeder blijkt ’m zonder afscheid gesmeerd.

Het mirakel is dat Terlou haar en een aantal van de jongens, na een onwillig begin, aan het praten krijgt. Dat komt door zijn voortreffelijke taalbeheersing, maar, vermoed ik, ook door oprechte belangstelling, inlevende toon, houding op basis van gelijkwaardigheid, afwezige angst voor stiltes en on-Chinees lijkende directheid die toch respect verraadt. Als de goede arts die hij ongetwijfeld ook geweest is. Het leidt tot meerdere momenten die hem (en mij) ontroeren. Vanzelfsprekendheden als granieten respect en gehoorzaamheid en ‘het kind als garantie voor de toekomst van de ouders’ komen in gevaar. Wat tijgermoeders (en -vaders) nog extremer maakt. Er wordt wat afgeslagen in opvoeding en huwelijk (deel drie). Dat laatste ook doordat mannelijke superioriteit afkalft. We zien een ‘moderne’ cursus waarin vrouwen geleerd wordt wat mannen nodig hebben. En een Mistresshunter die maîtresses probeert los te weken van rijke getrouwde mannen. Op het platteland pogingen door een rijdende rechter om echtscheidingen te voorkomen tussen straatarme dorpelingen. Heftig. Soms vraag je je af, waarschijnlijk met Ruben, of je er wel bij mag zijn. Ouders die hun enig kind verloren en daarom maar samen Moederdag vieren. Hartverscheurend.


Jeroen de Greef en Ruben Terlou, Chinese dromen, vier delen, VPRO, vanaf zondag 17 november, NPO 2, 20.25 uur