Eenzijdige berichten

Hoe objectief en kritisch waren de Nederlandse media tijdens de oorlog om Kosovo? In een recente discussie in Nieuwspoort deed men daar nogal zelfgenoegzaam over. Daar kunnen gerust een aantal vraagtekens bij worden geplaatst.

De Nederlandse media, vooral de elektronische, waren in hun berichtgeving over Kosovo meestal uit op sensationele plaatjes, waardoor de feiten onderbelicht bleven. Filmisch gezien waren de karavanen van tractoren, liefst met kapotte banden, vol Kosovaarse vluchtelingen, natuurlijk prachtig, maar men liet niet zien dat deze tractoren vooral een taxifunctie vervulden vanaf parkeerplaatsen enkele kilometers voor de grens, waar honderden BMW’s en Mercedessen achter moesten blijven. Want de meeste vluchtelingen waren niet dagenlang onder erbarmelijke omstandigheden te voet over de bergen getrokken en Kosovo is bepaald geen arm boerenland. Daarmee is deze gedwongen vlucht natuurlijk niet minder erg geworden. De Albanese Kosovaren die in Orahovac, Pristina of Pec waren achtergebleven konden moeilijk worden geïnterviewd. Maar om er dan maar vanuit te gaan dat daar geen Albanezen meer woonden ging echt te ver. Dat bleek toen de media achter de zegekar van de Navo plaatjes schietend Kosovo binnen mochten. Het conflict werd vaak versimpeld tot een machtsstrijd tussen Milosevic en de Navo. Terwijl er op ten minste één ander front werd gestreden: het UCK, het Kosovaarse Bevrijdings Leger, tegen de Servische overheersers. Die guerrillastrijd is al meer dan tien jaar aan de gang. De UCK'ers waren voor de Albanese Kosovaren de grote helden, maar in de definitieve akkoorden speelde het UCK geen rol. Veel media waren verbaasd over de enthousiaste toejuichingen voor het UCK na het beëindigen van de bombardementen en over hun massale aanwezigheid. Over gesneuvelde UCK'ers is in het Westen even weinig vernomen als over doden aan Servische zijde. In de lokale media in Albanië en Macedonië echter werd elk bericht over gesneuvelde Serviërs met gejuich ontvangen. De media hebben elkaar te gemakkelijk nagepapegaaid en namen te weinig kennis van feitelijke documenten of informatie. Ook Navo-woordvoerder Shea werd doorgaans gemakzuchtig geparafraseerd in plaats van letterlijk geciteerd. Als hij nader onderzoek toezegde, werd vaak geconcludeerd dat de Navo de schade ontkende. Soms werd dat echt hinderlijk, bijvoorbeeld bij de roep om ontwapening van de UCK-strijders. Vrijwel iedere journalist verbaasde zich over het feit dat die gewapend op straat mochten blijven rondlopen ‘in strijd met de afspraken met de Serviërs’. Maar helaas bestonden dergelijke afspraken niet. In het G8-document en VN-resolutie 1244 wordt wel gesproken over 'demilitarizing the KLA and other armed Kosovo Albanian groups’, maar de details daarvan zouden later worden uitgewerkt. Inmiddels zijn dergelijke afspraken wel gemaakt, inclusief een time table, maar in de eerste veertien dagen was er nog geen reden om verongelijkt te doen over deze bewapende UCK-aanwezigheid. Ook bij de onverwachte intocht van de Russen in Pristina riepen de media elkaar om het hardst de grootst mogelijke onzin na. Toen ze nog moesten vertrekken uit Republika Srpska hoorde ik op de radio al in allerlei talen dat de Russen Kosovo waren binnengetrokken. Ook bij dit incident werd de sensatie de baas over de feiten en het incident werd versimpeld tot een Oost-West-conflict. Was het niet juist een positief teken dat de Russen bleken mee te willen werken in de internationale KFOR-troepenmacht? Mijn laatste punt van kritiek op de Nederlandse media betreft het feit dat zij te weinig informatie hebben proberen te krijgen bij goed geïnformeerde Kosovaarse, Albanese, Macedonische of zelfs Servische journalisten. Een aantal van hen heeft tijdens de bombardementen regelmatig het gebied bezocht en kwam terug met films, artikelen en cassettes. Ook via Internet kon men berichten uit Pristina binnenkrijgen. Behalve Michel Maas van de Volkskrant heeft niemand uit eerste hand durven berichten. Voor journalisten uit andere landen ligt dat blijkbaar minder gevoelig. Maar de informatie was er wel, het was alleen een black box voor de Nederlandse journalistiek. Toen die openging was men terecht verbaasd. Alle reden voor de Nederlandse media om eens na te gaan hoe het beter kan.