Eer het ambacht

‘Er bestaan geen thema’s; er bestaan alleen verhalen’, zegt auteur Ger Beukenkamp over tv- drama. Wrevel van de ‘vrij scheppende kunstenaar’ over de tendens dat omroepen tv-spelen bestellen rond een bepaalde thematiek.
Heeft hij gelijk? In zoverre dat de kwaliteit van een spel grotendeels afhangt van het vermogen van makers een mooi verhaal van belang te vertellen. In veel thema-werk kiert de opdracht door het drama heen - zien we geen mensen maar psychologische, sociologische modellen. Maar wanneer bijvoorbeeld de Vara bedenkt dat er naast de comedy ook serieus drama dient gemaakt; dat het bovendien van belang is het single play te behouden - als kunstvorm en als mogelijkheid voor auteurs om te ‘leren’ of te ‘scheppen’; en dat de beste manier is om spelen rond een thema te laten schrijven, dan blijkt dat naast matige en redelijke ook mooie produkties op te leveren.

Zo schreef Maria Goos voor een reeks over medische ethiek een juweel van een spel over orgaandonatie. Bezopen zin, die laatste; zo lachwekkend dat hij bijna het gelijk van Beukenkamp aantoont. Maar Drie maal je hart was nu eenmaal heel mooi en zonder Vara-thema en -opdracht was het niet geschreven.
Het is hoge uitzondering geworden dat een auteur een spel bedenkt en dat bij een omroep geplaatst en gemaakt weet te krijgen. Waarschijnlijk valt dat te betreuren. Dennis Potter was ervan overtuigd dat hij, ware hij jong en met al zijn talent in de jaren tachtig begonnen, geen schijn van kans zou hebben gehad. Een opus van zijn kwaliteit kent Nederland niet, maar Vondel was ook geen Shakespeare. Nederlandse auteurs zullen bovendien stellen dat ze nooit vrij hebben kunnen werken - dat er vroeger misschien niet een thema voorgeschreven werd, maar dat er wel een reeks dramaturgen en afdelingshoofden hinderlijk in de nek blies. En dat ons versplinterde bestel niet bevorderlijk was voor ontwikkeling van hoge kwaliteit.
Er zijn inderdaad krasse staaltjes van bemoeizucht en onkunde van drama-afdelingen. En het is genant te horen hoe auteurs die hun sporen ruimschoots verdienden, onder een juk van middelmaat door moeten of zelfs nauwelijks aan de bak komen. Anderzijds weet elke televisiedramaturg, net als de uitgever, hoe vaak de mus een valk meent te zijn.
Beukenkamps stelling is te extreem. Veel kunst was en is opdrachtkunst. En haast alle ambachtelijk werk is dat. Laten we dat ambacht eren, zeker nu de televisie meer en meer tot fabriek verwordt. De componist schreef een requiem en beklaagde zich niet over het vastliggende thema en het libretto.
Wanneer een omroep een reeks spelen wil over het thema ‘minderheid’ of 'cultuurconfrontaties’ dan houd ik, met Beukenkamp, m'n hart vast voor het type dramaturgische pamfletten en cliches dat daaruit kan voortvloeien. Maar het is heel wel denkbaar dat een aantal auteurs binnen het kader van die opdracht tot acceptabele, zelfs tot mooie en boeiende spelen komt. Inderdaad, omdat ze een verhaal te vertellen hebben.