De waarheid is sociaal

Eerherstel aan het onvoorziene

Wat is er in deze tijden van een virus waarvan we vooral veel níet weten overgebleven van het begrip waarheid? Wij, gewone burgers, maar ook politici zijn nu gedwongen in onzekerheid te moeten handelen en leven.

‘In Wuhan zat men 76 dagen opgesloten, in Zweden zit men nog altijd op het terras. En in India en de Afrikaanse getto’s knuppelt men iedereen van de straat. Deze verschillen bewijzen hoezeer onze waarheid en ons handelen bepaald worden door de groep waarin we leven.’ © Natan Dvir / Polaris Images

‘Als de oorlog komt is het eerste slachtoffer de waarheid.’ Dat geldt ook voor de vraag wie deze uitspraak als eerste heeft gedaan. Nu regeringsleiders verklaren dat we in oorlog zijn tegen de onzichtbare vijand die corona heet, wordt deze uitspraak overal en elke dag bevestigd: dé objectieve, absolute waarheid bestaat niet. De waarheid is sociaal. Als de angst de eigen overmoed en nonchalance heeft overwonnen, wordt het geloof belangrijker. En de wil en het vermogen tot handelen nog belangrijker. De vrijheid wordt zonder morren ingeleverd voor de veiligheid en de gehoorzaamheid.

Corona, en voor sommigen Pasen, heeft de vraag wat waarheid is, en wat geloof, acuut gemaakt. Twee groepen die tot nu toe de boventoon voerden op dit filosofische terrein zijn stilgevallen. De ene groep bestond uit de Verlichtings-rationalisten. Zij geloofden, zoals vele filosofen vanaf Plato, dat er objectieve waarheden bestaan. Ook als zelfs de Franse samensteller van de Encyclopédie, Denis Diderot, rond 1760 uiteindelijk moest concluderen: ‘Een feit moet je geloven.’

De Romantiek met zijn subjectivisme, en daarna de ideologen, gingen uit van een doel, en pasten daarbij de feiten aan. ‘Feiten zijn rechts’, zeiden sommige activisten in de jaren zestig. Het laten prevaleren van het doel de wereld te veranderen boven de wereld te begrijpen, ontspoorde in het totale subjectivisme van de ‘emotiecultuur’ waarin de uitspraken ‘Dat voel ik zo!’ en ‘Dat is ook maar een mening!’ heer en meester werden van het publieke debat.

Corona zet nu zowel de rationalisten als de ‘emo-individualisten’ in hun hemd. Ineens breekt het besef door hoe groot de overlap is tussen weten en geloven, en dat de uitspraak ‘angst is een slechte raadgever’ nu ook even onzin blijkt. Na de overmoed en de nonchalance blijkt de angst de mens plots tot een levenshouding te kunnen brengen die eergisteren niet voor mogelijk werd gehouden. De huidige ‘blijf van me af’-houding is zo paradoxaal omdat we het in meerderheid ééns zijn over deze houding. Dit bewijst wat de kern is van dé waarheid: de waarheid is sociaal. Wat de meerderheid vindt, soms na enige discussie, wordt de waarheid, het nieuwe geloof van de groep. Wie zich er niet aan houdt, belandt in tijden van nood, zoals nu, in de gevangenis.

De even bejaarde als beroemde Duitse filosoof Jürgen Habermas (1929) publiceerde eind vorig jaar een boek van 1752 bladzijden over de relatie tussen geloven en weten in het Westen – het beleeft nu druk op druk. Gevraagd naar de coronacrisis zegt hij in de Frankfurter Rundschau: ‘Onze complexe maatschappijen ontmoeten voortdurend grote onzekerheden. Maar deze treden lokaal en niet tegelijkertijd op en worden meer of minder opvallend in het ene of andere deelsysteem van de maatschappij door de betrokken vaklui afgehandeld. Maar nu verbreidt de existentiële onzekerheid zich mondiaal en gelijktijdig, en zelfs in de hoofden van de mediaal verknoopte individuen zelf.’

De experts zouden in zijn ogen terughoudend moeten zijn met voorspellingen. ‘Want één ding kunnen we zeggen: nog nooit was er zóveel weten over ons niét-weten en over de dwang in onzekerheid te moeten handelen en leven.’

In de geschiedenis van 2500 jaar filosofie is de vraag te weinig aan de orde geweest hoe sociaal de waarheid eigenlijk is. De naoorlogse Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt werd stevig aangevallen op haar opvatting dat de politieke discussie over het juiste handelen belangrijker is dan het zoeken naar objectieve waarheden. Discussies zijn er nu ook onder experts – over kudde-immuniteit, over tests en dergelijke – maar die vallen in het niet bij de kracht van het handelen door de leiders, hoe snel of traag dat ook tot stand kwam of komt. Die leiders laten zich soms leiden door ‘de mensen in het veld’ (Rutte over de sluiting van de scholen), soms door de virologen en artsen, soms door hun eigen opvattingen over de economie versus de volksgezondheid.

Het eindresultaat van het besluitvormingsproces dat hier afwachtend en modderig is en daar paniekerig en autoritair, varieert per politieke cultuur. In Wuhan zat men 76 dagen opgesloten, in Zweden zit men nog altijd op het terras. En in India en de Afrikaanse getto’s knuppelt men iedereen van de straat. Deze verschillen bewijzen hoezeer onze waarheid en ons handelen bepaald worden door de groep waarin we leven. De waarheid is sociaal, waarbij de omvang van de sociale groep varieert van het eigen gezin, de eigen vriendenkring tot de eigen natiestaat.

Corona bewijst de beperktheid van het verwijt inzake ‘fake news’ dat mensen door de sociale media in een ‘filterbubbel’ leven. Wij leven namelijk allemaal in een filterbubbel. Ook als we onszelf over de wereld jagen als toerist, pardon reiziger, loggen we in elk hotel of hostel direct in op Nu.nl en Facebook. Contact met de lokale werkelijkheid is beperkt. Het symbool van deze filterbubbel is het cruiseschip dat in Oost-Azië in quarantaine moest. En maar skypen met het thuisfront, en direct klagen dat men in de steek werd gelaten door de eigen overheid.

Hoe klein onze filterbubbel deze eeuw is geworden, met behoud van de illusie een kosmopoliet te zijn, werd getoond door de nonchalance in februari over de beelden uit Wuhan. China-correspondente Eefje Rammeloo vroeg zich op de website van Villamedia af: ‘Heeft niemand gelezen wat wij schreven?’ Rusland-correspondente Step Vaessen gaf als instemmende verklaring ‘dat een kleinere rol voor buitenlandberichtgeving gevolgen heeft voor de algemene kennis die mensen over de wereld hebben’. Haar conclusie: ‘Eefje, ze hebben je verhalen uit China misschien wel gelezen maar geen verbanden gelegd of conclusies getrokken.’

Mij lijkt deze bijziendheid een gevolg van de overmoed over de eigen onaantastbaarheid, die weer het gevolg was van de lange periode van vrijheid, vrede en welvaart. Aan mijn eigen reizende kinderen zag ik dat de grenzeloze generatie door corona voor het eerst in hun leven is gestuit op iets dat ‘grens’ heet.

Behalve het sociale karakter van dé waarheid wordt nu, gelukkig, ook weer duidelijk wat het verschil is tussen werkelijkheid en waarheid. De werkelijkheid is afhankelijk van de waarneming, en die is afhankelijk van onze zintuigen, van onze hele eigen levensgeschiedenis. Waarneming betekent dat je iets voor ‘waar (aan)neemt’. Dit heeft dus een element van onzekerheid in zich. Oftewel: de werkelijkheid is individueel. De waarheid mag dat niet zijn, anders heb je er niets aan. Dus alles waarover wij strijden is subjectief, alles waarover we niet strijden is waar.

In de politiek gaat het net als in de samenleving niet om dé waarheid maar om de vraag hoe we willen leven. Een mens is een dier dat beloften doet. En dan geldt voor de burger en ook de politicus het adagium dat je op het juiste moment het goede moet doen, wat ook niets doen kan zijn. Dan is het compromis niet zelden een waarheid die niemand wil maar wel accepteert, omdat er niet meer mogelijk is. Dat is de waarheid van de politiek. Te weinig weten levert vaak rampzalige politiek op, te veel weten verhindert het handelen dat altijd een zeker vergeten veronderstelt. Wie een toekomst wil, moet daarom een mix van het denkbare en het mogelijke presenteren.

Hannah Arendt heeft in dit opzicht gelijk. Wie de ‘rationele waarheid’ wil, is apolitiek bezig, of zelfs antipolitiek. Opinie en waarheid zijn geen tegenstellingen. Er is waarheid in de mening. Het praten en handelen met anderen in het publieke domein is de praktijk van de vrijheid waarin de feitelijke waarheid moet overleven. De waarheid is niet goed uit zichzelf. Het zijn ook niet ‘de feiten’ die onze wereld overeind houden, maar wij zijn het die de feiten overeind houden, en op die manier onze gezamenlijke wereld, de oecumene zoals de Grieken en later Romeinen en Christenen dat noemden; de bekende, bewoonde wereld. Buiten die wereld van de gezamenlijkheid leefden de brabbelaars, de barbaren, en al het onbekende: hic sunt leones! – daar leven leeuwen en draken en ander gevaarlijke wezens. Praktische feiten over wat er is gebeurd zijn vooral belangrijk om lessen uit te trekken om het in de toekomst beter te doen.

In de huidige toestand, waarin bijna alles onzeker is, moeten we ook weer eerherstel geven aan het toevallige en onvoorziene. Wie een gesloten systeem wil bouwen rond dé waarheid is een dictator, en zo iemand geeft niet veel om de mens zelf, of om de wereld als geheel. Daarom mogen we blij zijn met politici en een samenleving van burgers die tastenderwijs, met open blik en begrip, en dan met vaste hand, hun weg naar een gezonde toekomst trachten te vinden.

Henri Beunders is emeritus hoogleraar publieke opinie aan de Erasmus Universiteit. Zijn laatste boek is Optocht der tattoos: Jacht op een betekenisvol bestaan