Eerlijk eisen stellen

Mopperen op de overheid is al jaren een nationale hobby, maar er is genoeg positiefs te melden over die luie ambtenaren en liegende politici. Het aantal voortijdige schoolverlaters is vorig jaar opnieuw gedaald dankzij een in 2001 ingezet beleid om het tij te keren. Gingen in dat jaar ruim 70.000 leerlingen zonder diploma van school af, in 2011 waren dat er ruim 36.000. Gestreefd wordt naar rond de 25.000, veel lager is niet reëel.

Medium commentaar 4 2013 onderwijs

Dit spectaculaire resultaat getuigt niet van kortetermijndenken – een veelgehoorde kritiek op de Haagse bestuurders. Het is gelukt door een gezamenlijke inzet van schoolmentoren, gemeenteambtenaren en hulpverleners. Ze zitten er bovenop. Docenten registreren het verzuim, hoe logisch dat ook klinkt, en duurt dat méér dan een week zonder reden, dan schakelt de mentor een leerplichtambtenaar in. Een coach gaat vervolgens helpen de boel op orde te krijgen. Deze leerlingen zijn het overzicht van de leerstof totaal kwijt, worstelen vaak met serieuze problemen thuis en zijn veel energie kwijt aan los-vaste bijbaantjes.

Dat scholieren steeds minder geneigd zijn af te haken heeft nog een oorzaak: door de crisis liggen de banen niet meer voor het oprapen. Bij het gemeenteloket volgt bovendien niet meer automatisch een uitkering, maar moeten scholieren eerst terug naar de school­banken. Ook daar is veel op gemopperd – wat asociaal van die rechtse kloteregering – maar je kunt de souplesse waarmee een uitkering werd verstrekt aan jonge mensen net zo goed politieke onverschilligheid noemen. Door met dwang in te zetten op een diploma bied je als overheid eenvoudigweg eerlijke kansen in de samenleving.

Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van het papiertje zelf. Vers in de herinnering ligt de grootschalige diplomafraude bij InHolland. De bestuurlijke cultuur bij de hbo-moloch bood jarenlang net zo makkelijk gelegenheid voor zelfverrijking aan de top als voor het aanpassen van de afstudeereisen om zwakke studenten over de eindstreep te trekken. Er ligt nu een wet klaar om dit tegen te gaan.

Onderwijsminister Jet Bussemaker (pvda) bindt, zo bleek in een recent interview in NRC Handelsblad, de strijd aan met de zesjesmentaliteit in het hoger onderwijs, die hand in hand gaat met docenten die de lat steeds lager zijn gaan leggen. Haar aanpak: de basisbeurs afschaffen zodat de gemakzucht ‘dat de overheid het allemaal wel betaalt’ plaatsmaakt voor een gemotiveerde studiekeuze waarvoor studenten geld lenen dat zij later naar draagkracht terug­betalen. Dit systeem dwingt tot scherper kiezen en minder vrijblijvend studeren. Wie zeker is van zijn zaak heeft geen leenangst, redeneert ­Bussemaker. De academische bestuurders zegt ze de wacht aan: harder werken, jullie hebben een grote verantwoordelijkheid. En docenten moeten studenten meer uitdagen. Haar partij, verklaart ze nader, wil ‘dat iedereen een kans krijgt om van zijn leven iets te maken’. Aan pamperen heeft ze een gruwelijke hekel.

Er waait duidelijk een nieuwe wind door Jan Salie-land. Scholieren bij de les houden, diploma-inflatie aanpakken, uitstekend. Harder werken, presteren en studenten (en docenten) daarop afrekenen, prima. Alleen, er moet binnen die prestatienormen genoeg vrijheid blijven voor mensen om zich te kunnen ontwikkelen tot méér dan een eendimensionale puntenjager.

Bussemaker beloofde in hetzelfde _NRC-_interview dat ze de achthonderd miljoen euro die de invoering van het leenstelsel oplevert, investeert in de kwaliteit van het onderwijs. Dat geld mag dus niet weggemorst worden. Of gebruikt worden om een zoveelste tegen­valler te financieren. De hogere kwaliteit en meer verantwoordelijkheid die worden geëist, hebben net zo goed betrekking op de bestuurders zelf.