Eerlijk lijden

Het duurde eventjes voordat ik begreep wie er aan het woord is, in de nieuwe roman van Jan van Mersbergen. Er is sprake van een ‘ik’ en een ‘hij’, en even dacht ik dat zij één en dezelfde persoon waren.

Medium mersbergen laatsteonsnapping

Zoiets kan in een zin als: ‘Volgens mij is het de eerste keer dat hij zichzelf aan een stoel ketent en ook de eerste keer dat hij dat doet omdat een ander hem dat vraagt (…).’ Tot er halverwege de eerste pagina staat: ‘(…) ik vroeg hem hoe hij zich voelde nu ze samen op reis gingen, hij en zijn zoon. Hij dacht lang na. Toen zei hij: Ik ben nog nooit zo bang geweest.’

De laatste ontsnapping is een typische Van Mersbergen. Als iemand zijn zevende roman schrijft mag je zoiets wel zeggen. Een roman gesteld in koele, klare taal over mannelijke bondgenootschappen tussen knoestige zwijgers en verholen zwelgers. Het zwijgen en het zwelgen zijn overigens onderling uitwisselbaar. Met terugwerkende kracht past mijn aanvankelijke verwarring over de verteller ook helemaal bij dit naar binnen gekeerde pact. De verteller is een zwijger, en kan zich redelijk op de vlakte houden door zich te richten op Ivan, de man die hij leert kennen via het vriendje van zijn zoon. Ivans geschiedenis komt op de voorgrond te staan in deze roman, maar op een getrapte manier vertelt Van Mersbergen een ander drama, namelijk dat van de ik-verteller.

Ivan wordt op een dag geconfronteerd met zijn vaderschap. Deedee, zijn tienjarige zoontje, belt hem op nadat hij het nummer van zijn vader ontdekt heeft in de telefoon van zijn moeder. De laatste ontsnapping dient zich in toon en inhoud aan als een sociaal-realistische vertelling, maar is in feite een strakke constructie van een kunstmatige wereld waarin zaken als geloofwaardigheid en waarschijnlijkheid er niet toe doen. Er wordt een decor opgetrokken, met archetypische ankerplaatsen en dito personages. Als de schrijver ergens níet mee bezig wilde zijn in zijn roman, om maar een voorbeeld te noemen, dan zijn het wel vrouwen, of om preciezer te zijn: moeders. Het gaat hier om zonen en vaders. De moeders zijn slechts de gelegenheidsgevers op de achtergrond, schaduwgestalten, met wie soms een beetje rekening moet worden gehouden, of die om de tuin moeten worden geleid.

Medium hh 21097917

Deedee ontdekt Ivan, en daarmee komt Ivan ook binnen het bereik van vriendje Ruben en diens vader, de ik-verteller. Ivan blijkt ontsnappingskunstenaar. Hij laat zich door vrijwilligers uit het publiek vastketenen aan een stoel, er wordt een vlammetje bij gehouden en in een race tegen de klok en het vuur moet hij zich zien los te worstelen. Via Ivan treedt de ik-verteller een nachtwereld binnen, de Delta genaamd, van excentriekelingen, zuiplappen en willige vrouwen. ‘Als het licht is moet je niet op de Delta komen, vertelde Ivan. Dan kun je te ver kijken, dan herken je de gezichten, dan staan de gevels scheef.’

Ze barsten in snikken uit als in hun stamkroeg De vlieger wordt gedraaid. Na de nodige jenevertjes natuurlijk

Dat nachtleven dient zich op een welkom moment aan voor de ik-verteller, want hij is net weggesaneerd op zijn werk en voelt zich, zo blijkt steeds meer tussen de regels, nogal een loser. Het feit dat hij meer thuis is, zou hem dichter bij zijn zoon moeten brengen, maar dat lukt hem niet echt. Er is ook nog een dochtertje, maar – nogmaals – vrouwen doen niet mee in deze wereld.

Met zichtbaar genoegen en merkbare ervaring vangt Van Mersbergen opnieuw de door talloze ijskoude jenevers en biertjes gesmeerde vriendschap tussen gewonde dieren. Ivan worstelt met heimwee naar het land waar hij vandaan komt, en pijn om de jongere broer die in het leger verdween. De pijn ligt er bij hem bovenop, in tegenstelling tot de pijn bij de verteller. De laatste voelt zich steeds meer tekortschieten, als vader, als echtgenoot, als werkzaam lid van de maatschappij, en voelt zich ook nog eens vals tegenover het eerlijke lijden van zijn nieuwe vriend.

‘Ivan kletst niet, dat is de kern. Ik kan alles om me heen benoemen, ik kan de krant analyseren en de oorsprong zoeken van de dingen om me heen, een mening formuleren, dat konden mijn collega’s ook en zeker de vader van Eefje was daar goed in, maar van mijn eigen oorsprong en de verbondenheid met anderen wist ik niks. Daarover kon ik net als Ivan alleen maar zwijgen, al deed ik dat nog niet op de juiste manier. Zwijgen omdat je niks weet is anders dan zwijgen juist omdat je het weet.’

Mooie, precieze formuleringen, daar is Van Mersbergen goed in. Ze staan tegenover zijn heel dagelijkse observaties die de roman af en toe een beetje saai maken: ‘Ze besluiten te loten. Kop of munt. Deedee vraagt een euro aan Ivan en als hij een muntje geeft en met zijn koffer naar de andere kamer gaat zegt Ruben: kop. Zijn vriendje gooit het muntje in de lucht, vangt het op, draait het om op zijn hand. Het is kop en Ruben mag kiezen en besluit dan toch bij de kasten te slapen.’ Staccatozinnetjes die het verhaal een nogal slepend tempo geven, te meer daar er voortdurend teruggrepen moet worden in de tijd.

Tegelijkertijd is het knap hoe Van Mersbergen laveert tussen gewoonheid en drama, melodrama zelfs. Dat laatste aspect wordt door de schrijver onderstreept door steeds een zinsnede uit een hoofdstuk uit te vergroten tot hoofdstuktitel. Zet je die titels onder elkaar, ‘Ik wist wel dat je zou komen’, ‘Als je overal voor wegloopt ben je vrij’, ‘En nu hoor ik erbij’, ‘Ik mis hem, de schat’, dan heb je bijna een lied van André Hazes. Wat ook weer geheel in stijl is. De personages die De laatste ontsnapping bevolken, barsten in snikken uit als in hun stamkroeg De vlieger wordt gedraaid. Na de nodige jenevertjes natuurlijk.


Jan van mersbergen - De laatste ontsnapping. Cossee, 219 blz., € 18,90
E-book: € 14,90

Beeld: Jan van Mersbergen - Als de schrijver ergens niet mee bezig wilde zijn in zijn roman, dan zijn het wel vrouwen (Bob Bronshoff/HH).