Hoofdcommentaar: Berlusconi

Eerlijke leugenaar

«Ik ga de politiek in omdat ik geen peetvader meer heb. Ik moet mijn eigen peetvader worden.» Deze bekentenis, die Silvio Berlusconi in 1993 toevertrouwde aan de bekendste Italiaanse journalist van dat moment, Indro Montanelli, typeert de ambtsopvatting van ’s werelds bekendste telecraat. In de loop van dat jaar was Operatie Schone Handen, ontketend door enkele Milanese rechters die paal en perk wilden stellen aan corruptie en ambtsmisbruik, aangezwollen tot een politieke storm waarin Bettino Craxi, Giulio Andreotti en andere steunpilaren van de oude orde werden weggevaagd. Berlusconi moest zichzelf redden en hij deed dat met verve.

Aan het hoofd van Fininvest, zijn financieringsmaatschappij annex media-imperium, veroverde hij in 1994 het premierschap, om het bijna even snel weer te verspelen door een lawine van schandalen, blunders en onnodige politieke confrontaties over zich af te roepen. Hij overleefde een hele rits aanklachten en rechtszaken behalve één, die hem een veroordeling wegens belastingontduiking opleverde, en besloot begin dit jaar opnieuw tot een vlucht naar voren door zich wederom verkiesbaar te stellen. En het gaat hem waarschijnlijk nog lukken ook. Volgens alle peilingen zal zijn partij Forza Italia op 13 mei de parlementsverkiezingen winnen met een ruime marge, zo ruim dat Berlusconi alle wettelijke maatregelen tegen de vermenging van zijn zakelijke en politieke belangen kan blokkeren.

Fininvest bezit onder meer de drie grote particuliere tv-stations van Italië en de grootste uitgeverij, Mondadori. Als premier zal Berlusconi ook de overheids zenders controleren, zodat alle beeldschermen in de naaste toekomst zijn lof zullen zingen. Zappen helpt niet meer. Een dergelijke belangenvermenging is in een moderne democratie ontoelaatbaar, nog afgezien van het feit dat er grote vraagtekens zijn te zetten bij ’s mans integriteit. Berlusconi is of wordt onder meer verdacht van witwassen, samenzwering tot moord, maffiaconnecties, belastingontduiking en omkoping van politieagenten, rechters en politici. Massimo D'Alema, ex-premier en voorzitter van de grootste partij in de huidige regeringscoalitie, Democratisch Links, noemt Berlusconi om die reden «onverkiesbaar» en bestempelt zijn regering bij voorbaat als «illegaal». Het zijn buitengewoon harde woorden, maar D'Alema staat niet alleen. Het weekblad The Economist lichtte vorige week Berlusconi’s doopceel en bevond hem «ongeschikt om een democratie te leiden». Geheel in stijl dreigde de beledigde magnaat onmiddellijk met rechtszaken, maar in een democratie komt het oordeel toe aan de kiezers en die zullen naar het zich laat aanzien toch echt in meerderheid op hem stemmen. Hoe kan dat?

De Italianen wéten wie Berlusconi is, of anders zouden ze het kunnen en dus moeten weten. Onlangs hebben twee auteurs, de politicus Elio Veltri en de onderzoeksjournalist Marco Travaglio, alle schandalen rond de man en zijn talloze firma’s en connecties nog eens op een rij gezet in het boekje L'odore dei soldi. Het ligt in alle Italiaanse boekhandels voor het grijpen en verkoopt als warme broodjes, maar het lijkt alsof de publieke opinie immuun is voor de implicaties. Vertegenwoordigt Berlusconi een nieuw type politicus of misschien zelfs een nieuw soort politiek die van louter illusies en marketing aan elkaar hangt, zoals sommige postmoderne filosofen na zijn verkiezingssucces van 1994 opperden? Het is onwaarschijnlijk, want het voorbeeld Berlusconi heeft in geen enkele andere democratie navolging gevonden en in de meeste landen eerder walging dan bewondering opgeroepen.

The Economist veronderstelt dat veel Italianen hem doorzien en hem juist vanwege zijn schaamteloosheid vertrouwen, vanuit de gedachte: wie zo goed voor zichzelf zorgt, zal ook wel goed voor ons zorgen. Dat kan kloppen. Italië is eeuwenlang politiek versnipperd geweest en de inwoners hebben weinig respect voor hun staat, tenzij die wordt geleid door een sterke man in wie ze persoonlijk vertrouwen stellen zoals Mussolini. In moderne, democratische termen vertaald betekent het dat ze meer vertrouwen stellen in een politicus die eerlijk liegt dan in de huidige Italiaanse coalitie die stikt in de hoogdravende beginselen en er weinig van terechtbrengt. In dat geval is Berlusconi een puur Italiaans verschijnsel en dat is in zekere zin geruststellend — voor ons, niet voor de Italianen.