Buitenland

Eerlijkheid

Er zijn maar weinig menselijke habitats waar de camera zo slecht gedijt als in de achterkamertjes van de diplomatie. Toch drongen camera’s er regelmatig door, voor het eerst in de jaren twintig, verborgen in de hoge hoed van de legendarische Erich Salomon, drager van ’s werelds eerste candid camera.

Maar veel spectaculairs leverde het eerlijk gezegd niet op. Op de keper beschouwd ziet internationale politiek er namelijk ontzettend saai uit: pratende oude mannen. Afgezet tegen die achtergrond mocht afgelopen weekend er best zijn. Opeens verschenen er foto’s van de machtigste ministers die elkaar om de hals vielen, elkaar uitgelaten aan de borst drukten en andere tekenen van opluchting en blijdschap gaven. Alsof zij eigenhandig de wereld hadden gered van de volgende oorlog.

Misschien is dat ook zo, want het gaat hier om een van de meest slepende internationale kwesties van de wereld: Irans atoomprogramma. Kort gezegd komt de zaak erop neer dat Iran alles wil doen op atoomgebied wat niet strikt verboden is volgens internationaal recht (lees: alles behalve een kernbom maken), terwijl de VS volhouden dat Iran alleen maar niet-verboden dingen wil doen (zoals energiecentrales bouwen) zodat het land uiteindelijk een atoombom kan maken. Al dertig jaar was er geen enkele vooruitgang, al tien jaar staat de zaak op scherp.

Het probleem is na afgelopen weekend zeker niet opgelost: gekeken naar de letter van het akkoord is het een minieme overeenkomst, die nauwkeurig om de kern van de zaak heen draait. Maar er is in ieder geval weer eens een internationaal akkoord over een lastig onderwerp. Alle blijdschap vertolkt misschien vooral opluchting dat het überhaupt weer eens gelukt is om een akkoord te sluiten aan een tafel waar Rusland, de VS en China samen aan zitten – een sombere illustratie van de staat van internationale samenwerking anno 2013.

Een van de aardige aspecten van de Iraanse zaak was de extreem doorzichtige kwaliteit van de morele argumenten die werden gebruikt. Irans troef was altijd hoe ‘oneerlijk’ het was dat Iran nucleaire zaken niet mocht die anderen wel mogen. Eerlijkheid. Wie in alle grootste bibliotheken zou mogen rondstruinen naar boeken over eerlijkheid in de internationale politiek komt met een bedroevend klein stapeltje terug. Diplomatie draait nu eenmaal om het vinden (of afdwingen) van een gedeeld belang, ‘eerlijkheid’ is een schaamlap die daar voor de bühne voor wordt gehangen. En dat wordt een heel klein schaamlapje in het geval van een revolutionaire staat die eist om uranium te mogen verrijken boven twintig procent (een grens waarna het eenvoudig wordt om een atoombom te maken) terwijl je aan drie procent genoeg hebt om er elektriciteit mee op te wekken.

Maar natuurlijk doet eerlijkheid er in deze zaak geen fluit toe

De Amerikaanse verontwaardiging is al even doorzichtig. Iran kwam in de jaren zestig aan zijn eerste uranium en plutonium: de VS leverden dat toen per schip onder het absurd genaamde ‘Atoms for Peace’-programma. Iran was destijds fanatiek pro-Amerikaans, althans nadat de CIA een coup in elkaar had gesleuteld tegen de democratisch gekozen regering-Mossadegh. In de jaren zeventig bouwden de VS en wat partners zoals Siemens de nu beruchte Iraanse kernreactoren. Ze maakten plannen voor de bouw van nog eens twintig en leidden Iraanse kerngeleerden op aan de MIT. Maar toen kwam de Iraanse revolutie en werd Irans atoomprogramma opeens een ernstig en gevaarlijk schandaal. Je moet het de ayatollahs nageven: helemaal niet eerlijk.

Maar natuurlijk doet eerlijkheid er in deze zaak geen fluit toe, als eerlijkheid überhaupt bestaat in verband met kernwapens. De technicalia van Irans atoomprogramma maken overduidelijk dat de capaciteit om een kernbom te kunnen maken tenminste een deelmotief is waarom Iran zo eindeloos kernenergie onderzoekt. En alleen huiskamergeleerden met te veel respect voor abstracte modellen en te weinig voor gezond verstand vinden een Iraanse bom een goed idee. Kijk alleen al naar de capriolen die Saoedi-Arabië uithaalde in de marge van de onderhandelingen in Parijs. Een hele trits Saoedische functionarissen lekte synchroon naar de BBC en andere internationale media dat Saoedi-Arabië bij Pakistan een atoombom heeft gekocht plus de ontwerpen en de spullen om er zoveel te kunnen maken als Riyad maar nodig vindt. ‘De Saoediërs bluffen op dit terrein niet’, was het summiere commentaar van een Amerikaanse expert.

Net op dit moment gaat in Nederland het boek De aftocht van een wereldmacht van hoogleraar Vali Nasr over de toonbank, over hoe de VS aan macht inboeten omdat de regering-Obama niet meer aan onderhandelen en diplomatie doet. ‘Hoe je er ook over denkt, dit is een historische overeenkomst’, zei Nasr royaal over het akkoord dat zijn ongelijk bewijst. Laten we hopen dat het een opmaat is voor januari, als de wereld zich rond de tafel schaart om een einde te maken aan de oorlog in Syrië. Laten we hopen op saaie foto’s van blije mannen.

H.J.A. Hofland is afwezig