De anatomie van de revolutie

Eerst de afwas

De grote revoluties waren geen kwestie van dagen, maar van maanden of zelfs jaren. Het vertrek van de dictator is slechts stap twee, de euforie.

ELKE REVOLUTIE eindigt ermee dat de mensen terugkeren naar hun dagelijks leven, stelde de tegendraadse historicus Crane Brinton al decennia terug nuchter vast. Misschien hebben ze dan een nieuwe regering, meestal niet, maar ze zijn in elk geval niet de utopische samenleving ingetreden die ze voor ogen hadden toen ze de straat op gingen. Revoluties vond Brinton te vergelijken met griep: revoluties verlopen via vaste stadia. Helaas voor Egypte zit het land volgens Brintons Anatomy of Revolution pas in de tweede stap van zeven fasen: de ‘wittebroodsweken’.

Tot die fase in een revolutie is het geweld 'eerder dramatisch dan ernstig’ geweest, stelt Brinton, en wat Egypte en Tunesië betreft heeft hij daarin gelijk. Dat ernstige geweld zal volgens de 'anatomie’ nog volgen. Maar in de wittebroodsweken overheerst nog de euforie: hoe makkelijk is het gehate regime omvergeworpen! Zodra de nieuwe machthebbers hun eerste decreten gaan uitvaardigen, zal deze blije periode alweer voorbij zijn.

Brinton was niet de eerste die opmerkte dat revoluties bepaalde patronen volgen. 'Revolutie wordt gestuurd door haar eigen, min of meer mysterieuze wetten’, peinsde ervaringsdeskundige Lenin eens. Die wetten hebben hun mysterie nog niet geheel prijs gegeven, maar er zijn inmiddels wel zoveel geslaagde, mislukte en onvoltooide revoluties geweest dat er een aantal brede conclusies mogelijk is - en die enkele illusies wegnemen die nu nog rond de Arabische revoluties hangen.

Illusies over de tijdsduur, bijvoorbeeld. In veel commentaren over het Midden-Oosten worden de revoluties in Egypte en Tunesië als een spektakel van een paar dagen voorgesteld: de klus is daar geklaard en hopelijk woekert het vrijheidsvirus nu verder. Maar de bezetting van het Tahrir-plein en de plundering van de villa’s van Ben Ali zijn slechts het begin. 'Revoluties hebben met elkaar gemeen dat ze bijna nooit snel over zijn’, zegt Stephen Walt, hoogleraar internationale betrekkingen aan Harvard en auteur van het standaardwerk Revolution and War, in een telefonisch gesprek. 'Een regime kan verrassend snel omvallen, maar het vergt veel tijd om een nieuwe stabiele ordening van macht te krijgen in een maatschappij. De grote revoluties waren geen kwestie van dagen, maar van maanden of zelfs jaren. In Egypte hebben we ook nog zeker niet het einde van het proces bereikt.’

Met 'grote revoluties’ worden wereldschokkende machtsgrepen bedoeld als de Franse Revolutie, die zich uitstrekte over een periode van tien jaar, of de Russische en Chinese revoluties, die onderdeel waren van lange periodes van chaos, burgeroorlog en buitenlandse invallen. De Franse, Russische en Chinese revoluties zijn de parels van de verzameling, maar het aantal revoluties is veel groter. Vooral de mislukte. 'De geschiedenis heeft alleen aandacht voor de succesvolle revolutionairen, maar de meesten van hen werden opgepakt, kregen een pak slaag en kwijnden weg in een cel’, zegt Walt. 'Er wordt later alleen nog spottend over hen gesproken, als “revolutionairen” met aanhalingstekens.’

Pogingen tot revolutie mislukken zo vaak omdat een regime dat de rijen gesloten houdt bijna niet te verslaan is. 'Het omverwerpen van een regime is heel erg moeilijk, zelfs als dat regime slecht functioneert’, stelt Stephen Walt. 'Regimes hebben een groot arsenaal aan mogelijkheden om zich te verdedigen en om de risico’s voor de demonstranten te vergroten. Het belangrijkste wapen is natuurlijk geweld. Zolang het leger resoluut en verenigd blijft, hebben de revolutionairen eigenlijk geen kans. Bij geslaagde revoluties zie je altijd dat er een punt was waarop het leger weigerde om nog langer orders van het oude regime uit te voeren: een veel belangrijker moment dan de bestorming of bezetting die daar vaak op volgt.’

HET LEGER STAAT ook centraal voor de socioloog Charles Tilly. Geslaagde revoluties, schreef hij in European Revolutions, beginnen niet met een revolutionaire situatie, want die heb je zo vaak. Tilly stelde een aantal voorwaarden op waar een revolutionaire situatie aan moest voldoen en telde vervolgens dat Nederland zich tussen 1500 en 2000 88 jaar in een revolutionaire situatie bevond. De Balkan, Spanje en Portugal waren een derde van die hele periode rijp voor revolutie. Wat er dan moet gebeuren, is dat een groepering de staat uitdaagt en een flink deel van de bevolking achter zich krijgt. Maar dat is slechts het begin. Succes blijft uit, stelt Tilly, als er geen leden van de elite overlopen naar de revolutionairen - in het geval van Egypte was dat bijvoorbeeld Mohamed El Baradei. Vervolgens moeten de revolutionairen militaire middelen verkrijgen, bijvoorbeeld als lokale garnizoenen zich aansluiten; daarna moet het leger als geheel worden geneutraliseerd of overgehaald om mee te doen. Zonder leger, stelde Tilly, bloeden revoluties altijd, altijd dood.

Het is een interessante observatie om op Egypte te plakken. De revolutie lijkt nu namelijk geslaagd, maar in feite is Moebarak, de legerleider die president werd, slechts vervangen door een militair overgangsregime. Waar het leger met deze situatie naartoe wil, is nog totaal onduidelijk. 'Het succes van revoluties wordt vaak afgemeten aan het vertrek van de dictator, maar dat is een heel oppervlakkige maatstaf’, zegt Jeff Goodwin, hoogleraar sociologie aan New York University en auteur van States and Revolutionary Movements, 1945-1991. 'Veel regimes bestendigen zich door hun sterke man te vervangen door iemand anders, vaak de ene generaal door de andere. Facties van het regime die niet met de dictator willen vallen, maken zich van hem los en beginnen in een andere vorm. Je ziet bijna altijd dat het oude regime zich op die manier probeert voort te zetten. In Tunesië zie je daar nu al de contouren van en in Egypte zal het ook zo gaan.’

Medium 11291071

Tahrir-plein, 12 februari. 'Hij is eindelijk afgetreden’ in het Arabisch op de omslag van de krant. Beeld: UPI/Eyevine/HH

Het leger zelf is een bijzonder taai verschijnsel dat zich niet met wat massademonstraties laat hervormen. 'Bijna elke revolutie laat het leger intact, met zijn officierskorps en zijn belangen in de samenleving’, aldus Goodwin. 'Welk nieuw regime er dan ook komt, het leger blijft een grote of de grootste politieke kracht. Ook in het economische leven en in de sociale hiërarchie handhaaft dezelfde elite zich meestal. Een revolutie is daarom vrijwel nooit een clean break met het verleden. Maar wat we in Egypte en Tunesië zien, is zelfs geen revolutie. Het is een regime change of een politieke revolutie: absoluut belangrijk, maar het grijpt veel minder diep in een samenleving in dan een sociale revolutie.’

OM MET een sociale revolutie een echte schone lei te maken is absolute meedogenloosheid vereist. Zoals bij de bolsjewieken in de Sovjet-Unie. 'De bolsjewieken wilden alle bestaande structuren vernietigen, ten koste van elke prijs. Alle oude elites werden gedood, onteigend of weggedreven. Alles viel stil: de voedselproductie, het vervoer, het bestuur. Het leverde jaren van chaos, wetteloosheid en hongersnood op en kostte miljoenen doden’, zegt de Duitse historicus Lars Behrisch, die aan de Universiteit Utrecht doceert over revoluties. 'Maar dat maakte de bolsjewieken allemaal niet uit. Het oude regime was daarna inderdaad helemaal weg.’

De Russische Revolutie had verschillende lessen voor de aanstaande revolutionairen van de twintigste eeuw. Met name over de waarde van voorbereiding en doortastendheid. ’Rebellions happen, revolutions are made’, schreef de historicus Richard Pipes in een bekend commentaar op de wijze waarop de kleine groep bolsjewieken de algemene onrust in Rusland naar haar hand had gezet. In Iran wisten de islamisten onder Khomeini op dezelfde wijze een algemene opstand naar zich toe te trekken en de samenleving grondig te veranderen. De angst voor herhaling domineerde sindsdien de binnenlandse en buitenlandse politiek van het Midden-Oosten.

Maar zulke radicale revoluties zijn zeldzaam: meestal blijven oude elites intact. Omdat ze machtig zijn, maar ook omdat het land ze nodig heeft om te blijven draaien. 'Het wegvegen van de oude elites, zoals in Rusland, stort een land in chaos en maakt het kwetsbaar. Maar de oude elites op hun plek laten, heeft zijn eigen gevaren’, zegt Lars Behrisch tijdens een interview in Amsterdam. 'In Duitsland was ongeveer gelijktijdig met Rusland een revolutie. Er kwam een nieuw democratisch regime, maar onder het niveau van de ministers veranderde er in feite niets. Die oude bureaucratie heeft vervolgens veertien jaar lang de Weimarrepubliek gesaboteerd en verzwakt en daarmee de weg vrijgemaakt voor Hitler. Een ander scenario is dat er onder de oppervlakte eigenlijk niets verandert en de spanning in de samenleving zich opnieuw opbouwt. Dat gevaar is in het Midden-Oosten levensgroot.’

Dat laatste probleem speelt bij alle geslaagde revoluties van de afgelopen jaren. Dat zijn er best veel: de Bulldozerrevolutie in Servië (2000), de Rozenrevolutie in Georgië (2003), de Oranje Revolutie in Oekraïne (2004), de Cederrevolutie in Libanon (2005) en de Tulpenrevolutie in Kirgizië (2005). En Egypte en Tunesië in 2011. 'Je kunt je bij al die gebeurtenissen afvragen of er wel van een echte revolutie sprake was’, meent Behrisch. 'In Georgië veranderde er onder het niveau van de politieke elite nauwelijks iets. In Oekraïne werd wat gedemonstreerd, er was een machtsoverdracht en bij de eerste verkiezingen werd dat weer teruggedraaid. Op lange termijn zal dat niet meer een revolutie worden genoemd.’

NIET IEDEREEN is zo terughoudend over de revoluties van de 21ste eeuw. 'We zien een nieuw patroon. De revoluties van de twintigste eeuw waren altijd met wapens, in de 21ste zijn ze vreedzaam’, zegt John Foran telefonisch vanuit Californië. Foran schreef een reeks boeken over revoluties, zoals_Taking Power: On the Origins of Third World Revolutions_. Maar er blijkt flink wat wensdenken bij Forans gedachte te zitten. 'Dit is deel van een bemoedigende trend naar radicale sociale verandering. Hopelijk zet het momentum van revoluties door om ons uit de crisis te halen waar we allemaal in zitten.’ Dergelijk progressief wensdenken heeft de studie naar revoluties nogal eens geplaagd. Maar de meesten zitten op de lijn die Crane Brinton inzette: uiteindelijk verandert er maar weinig.

In de praktijk zijn revoluties bloedige affaires. Ten eerste bestaat er een innig verband tussen revoluties en oorlogen. Revoluties zijn vaak het eindpunt van jarenlange (burger)oorlogen, zoals in China in 1949; ze worden veroorzaakt door het verlies in een oorlog, zoals in Duitsland in 1918; of ze smoren in een burgeroorlog. Veel revoluties in de Derde Wereld vielen hieraan ten prooi, zoals in Mozambique, andere waren na verloop van tijd nauwelijks meer te onderscheiden van banditisme of terrorisme, zoals bij Lichtend Pad in Peru. Soms leidt een revolutie tot een inval door een buur, zoals Irak deed na de Iraanse revolutie in 1979. In een enkel geval zet een revolutie een heel continent in brand: de Franse Revolutie leidde tot oorlog van Zuid-Spanje tot Moskou.

Daarnaast borrelt er bij een revolutie vaak binnenlands geweld op omdat de orde wegvalt: sociaal, etnisch of religieus geweld. Revolutie betekent veelal bijltjesdag en dat is dan ook vaak het belangrijkste argument waarmee regimes de massa’s proberen te bezweren - Moebarak was geen uitzondering. Om het volk aan de risico’s van revolutie te herinneren, trekt een regime vaak de politie van de straat en zet het soms de celdeuren open: opnieuw de tactiek in Egypte. Andere regimes trachtten de revolutie om te buigen door zelf binnenlands geweld op te stoken, zoals het regime van Soeharto, dat in 1998 zelf pogroms tegen de Chinese minderheid in Indonesië begon.

MAAR DAN, aan het einde van de tunnel, dan blijkt het allemaal niet voor niets te zijn geweest, want revolutie leidt altijd tot meer democratie dan er voor de revolutie was. Dat claimt tenminste Charles Tilly. Maar die simplistische opvatting werd nogal snel onderuitgehaald door wetenschappers die democratie eerder een 'willekeurige’ uitkomst van revolutie noemden. En vervolgens kwam het hele idee dat revoluties aan economische en politieke wetten zouden voldoen onder vuur te liggen. _De actor terugbrengen in het verhaa_l heette een artikel waarmee eind twintigste eeuw het startschot werd gegeven voor een reeks studies die revoluties toeschreven aan mensen en cultuur, aan hun symbolen en woorden, in plaats van aan demografie en andere objectief meetbare cijfers.

De samenklontering van revoluties rond 1989 in Oost-Europa gaf veel munitie voor die visie, want hoe anders dan met cultuur valt te verklaren dat de ene revolutie de andere aanstak? Dat Chinese studenten het Tiananmen-plein bezetten omdat Gorbatsjov langskwam? De vlam die nu brandt in het Midden-Oosten werd duidelijk niet door langetermijnfactoren aangestoken maar door een Tunesische jongeman wiens straathandeltje was opgedoekt.

Woorden zijn belangrijk voor deze cultur

ele interpretatie van revoluties: woorden als 'vrijheid’, 'gelijkheid’, 'grondwet’, of slogans als ’wir sind das Volk’, die meer kracht kunnen hebben dan een staatshiërarchie kan weerstaan. En symbolen, zoals zelfverbranding en de kleur groen in het Midden-Oosten, of het V-teken in Oost-Europa 1989. De chaostheorie deed zijn intrede in de revolutiewetenschap, die stelt dat kleine oorzaken grote gevolgen kunnen hebben. Zou Portugal in 1974 ook zijn dictatuur hebben afge worpen als er geen soldaten waren gaan rondlopen met anjers in de loop van hun geweer? Soms lijkt een revolutie te worden veroorzaakt of afgewend door één toevallige gebeurtenis.

In het huidige debat over de revoluties in het Midden-Oosten is dezelfde scheiding tussen structuralisten en culturalisten te zien: de laatsten nemen termen als 'Twitterrevolutie’ of 'sms-revolutie’ serieus en stellen de rol van Al Jazeera, internet en nieuwe manieren van sociale mobilisatie centraal. Voor structuralisten telt alleen de decennialange spanning die is opgebouwd tussen de economische en politieke realiteit en de verwachtingen van mensen in bepaalde sociale klassen. Die mensen zullen straks weer naar huis gaan, daar de afwas vinden en nieuwe frustraties opbouwen. Hoewel: een enkel toeval en alles is weer anders.