‘eerst dienen, dan verdienen’

Voorlopig ligt zij niet in de schappen van de boekwinkel, de autobiografie van Anton Geesink die al jaren wordt aangekondigd en nu dan eindelijk in april, op zijn vijfenzestigste verjaardag, zou verschijnen. Uitstel ligt voor de hand nu de olympische judoreus, ondanks zijn favoriete spreekwoord ‘Eerst dienen, dan verdienen’, nog steeds onder vuur ligt.

Nauwelijks was de opwinding verdwenen over de officiële berisping die hij van godfather Samaranch had gekregen wegens de vijfduizend dollar die Salt Lake City op de rekening van de vereniging Vrienden van Anton Geesink had gestort, of hij stond opnieuw op een kwalijk lijstje. Vorige week beschuldigde een Japanse krant een aantal IOC'ers die zich in Nagano excessieve gastvrijheid hadden laten aanleunen. Geesinks naam werd genoemd, hoewel de rechtmatigheid daarvan enige tijd later weer in twijfel werd getrokken. Maar ach, eigenlijk is Geesink bijna altijd in opspraak - zijn loopbaan is geplaveid met conflicten en schandaaltjes. Als judokampioen werd hij behalve bewonderd ook verguisd om de commerciële flirts die hij aanging. Als ijveraar voor de vernieuwing van de judosport werd hij weggelachen. En sinds hij in 1987 door Samaranch tot IOC'er werd gekroond, lag hij eerst met NOC-voorzitter Vonhoff en daarna met Huibregtsen overhoop. Belachelijk gemaakt als onnozel schoothondje van Samaranch en als ongeleid projectiel. Pijn doet dat natuurlijk allemaal wel. Want hoeveel waardering Geesink in het buitenland ook geniet, hij is, zegt hij in elk interview weer, pas echt vereerd als Nederlanders in de gaten hebben dat hij iets goeds doet. Of zoals zijn andere favoriete spreekwoord luidt: ‘Mijn benen passen het best onder mijn eigen tafel.’ De cursus voor jonge managers die Geesink een jaar geleden aankondigde, is er waarschijnlijk eerder dan zijn autobiografie. 'Hoe overleef ik strategische overlevingen in de jungle?’ moet die cursus gaan heten. Zijn autobiografie heeft overigens een even veelzeggende titel: Tot hier en niet verder.