Briefwisseling Neoliberalisme en empathie gaan niet samen

Eerst ik, dan jij

Leden van de hogere klasse vertonen eerder onethisch gedrag dan leden van lagere klassen: ze overtreden vaker verkeerswetten en zijn eerder geneigd tot stelen, liegen en valsspelen. De hogere klasse staat namelijk positiever tegenover hebzucht. Kijk maar eens rond in Bloemendaal.

Medium groene bloemendaal 1

Beste Meindert,

Jij raadde mij onlangs Supergelukkig van Tatjana van Zanten aan. Deze roman had tot ophef geleid in Bloemendaal. Inwoners hadden het werk teruggebracht naar de boekhandel en er was in allerijl besloten om het uit het gemeentelijke kerstpakket te halen. Waarom? Men vond dat Bloemendaal door de schrijfster te kakken was gezet. De Jakhalzen van De wereld draait door roken bloed en waren al onderweg.

Het leek me een heerlijk relletje. Helaas bleek het boek in Amsterdam overal uitverkocht. Op Marktplaats werd het tot tweemaal toe voor mijn neus weggekaapt. Ik overwoog naar Bloemendaal te reizen om een ­afgekeurd exemplaar op de kop te tikken, maar de tweede druk was mij gelukkig voor. Het omslag viel niet tegen: een blonde labrador eenzaam dobberend op een dog pool float and lounger in een zomers blauw zwembad.

Tatjana van Zanten is de hoofdpersoon in haar eigen roman. Ze beschrijft hoe ze een tikkeltje onbesuisd besluit om met haar gezin naar Bloemendaal te verhuizen. De hoofdreden om Amsterdam te ver­laten: Bloemendaal wordt omgeven door de natuur. Van Zanten lijkt het voorspelbare decor van Range Rovers, kasten van huizen, au-pairs en strak­getrokken moederloeders in eerste instantie enkel op te voeren als gechargeerde context voor een serieuzer maatschappelijk probleem: pesten. Op de plaatselijke eliteschool wordt Tatjana’s nichtje het leven zuur gemaakt door de meisjes uit haar klas. De ouders van de treiteraars hebben geen boodschap aan het gepest en weigeren mee te werken aan een antipestprogramma. De natuur is wreed, soit.

De sympathieke vpro-familie van het meisje wordt tot wanhoop gedreven. In eerste instantie lijken de pesterijen heel Bloemendaal koud te laten, maar tot Tatjana’s verbazing volgt er later toch wat bijval. Het nichtje wordt verplaatst naar een Vrije School en knapt langzaam weer op. De pestende meisjes krijgen ze uiteindelijk klein met het dreigement hen publiekelijk te associëren met allochtonen.

In een interview stelt de schrijfster dat ze de commotie rondom haar boek niet begrijpt. Het was slechts haar bedoeling een humoristische zedenschets te maken met een serieuze ondertoon. Ik kan me voorstellen dat Van Zantens plaatsgenoten deze uitleg onbevredigend vinden. Het boek wekt namelijk de indruk dat het probleem wel degelijk te maken heeft met de omgeving. De zedenschets is niet zozeer humorvol alswel pijnlijk en veelzeggend. Veelal wordt in Supergelukkig een beeld geschetst van eendimensionale rijkeluisvrouwtjes voor wie status zaligmakend is. De mannen spelen niet meer dan een faciliterende bijrol. De vrouwen zijn voortdurend met hun fysieke en materiële voorkomen bezig terwijl prosecco de weg naar perfectie draaglijk moet maken. Koolhydraten worden nauwlettender in de gaten gehouden dan de eigen kinderen. Opvoeden wordt immers overgelaten aan roulerende au-pairs. Ze smijten met geld zoals alleen nieuwe rijken dat kunnen. De gemeenschap hangt aan elkaar door een van web van intriges waarbinnen rivalen elkaar met vuil spel bevechten. Blijk je te zwak, dan word je verstoten. Zo moeder, zo dochter, lijkt de schrijfster te willen zeggen.

Van Zanten beschrijft hoe de moeder van het gepeste meisje zich niet had gerealiseerd dat je bij de meest elitaire school uit de omgeving bepaalde ouders en hun mentaliteit er gratis bij krijgt: ‘Als Maartje naar de openbare school in het dorp gegaan zou zijn, was het anders gelopen.’ De school schijnt al jarenlang om twee zaken bekend te staan: hoge cito-scores en pesten. Bovendien is het schoolbestuur niet opgewassen tegen de ouders: ‘De ouders die hun kinderen hier op school doen zijn top­advocaten, ondernemers en ceo’s van multinationals, die accepteren geen “nee”.’ Hoewel Van Zanten ook uitzonderingen beschrijft, krijg je als lezer de indruk dat de ras-Bloemendaler niet deugt.

Op een gegeven moment refereert een van de personages uit het boek aan een onderzoek waaruit blijkt dat rijke mensen minder ethisch zijn dan arme mensen. Dit onderzoek bestaat echt en kwam voort uit een samenwerking tussen Berkeley en de University of Toronto; begin 2012 werden de resultaten gepubliceerd door Paul Piff en collega’s. De onderzoekers tonen aan dat leden van de hogere klasse eerder onethisch gedrag vertonen dan leden van lagere klassen. Op basis van zeven empirische studies concluderen zij dat leden van de hogere klasse vaker verkeers­wetten overtreden en dat zij eerder geneigd zijn tot stelen, liegen en valsspelen. Zwakkeren worden gemakkelijker benadeeld.

De neiging tot moreel verwerpelijk gedrag wordt volgens de onderzoekers deels verklaard doordat de hogere klasse een positievere houding heeft tegenover hebzucht: ‘Upper- and lower-class individuals do not necessarily differ in terms of their capacity for unethical behavior, but rather in terms of their default tendencies toward it.’ De uitkomsten sluiten mooi aan bij de uitspraak van Tatjana’s buurvrouw Babs: ‘Dit dorp hangt in moreel opzicht aan een zijden draadje’.

Ik vermoed dat Van Zanten met haar boek meer is dan een ­humorvolle zedenschets met serieuze ondertoon. Het ware probleem dat wordt ­aangekaart is de haperende moraal van de hogere klasse. De context ligt ten grondslag aan het probleem. De roman is een aanklacht tegen de zedenloosheid van de (nieuwe) rijken. Pesten is een symptoom van dit defect, net als belastingontduiking of gokken met andermans geld. Ik wil het zelfs wel bonter maken: Supergelukkig is een onvervalste ­aanval op het ­neoliberalisme. Meindert, jij woont in Aerdenhout en bent duo-­commissielid voor GroenLinks in de gemeente Bloemendaal. Dikwijls heb je mij gezegd hoe heerlijk je het vindt niet meer in Amsterdam te wonen. Mensen vragen mij wel eens hoe een ex-­communist zo goed kan gedijen in die omgeving. Heb jij het boek inmiddels al ­gelezen?

Beste Sjoerdje,

Wat heerlijk weer een brief van je te krijgen na zo’n lange stilte over en weer. En dat in een extravagant luxe hotel in de Dominicaanse Republiek waar de middenklassen uit Canada, Duitsland, Frankrijk en sinds kort ook Rusland in de winter graag een paar weken doorbrengen. Daar zitten niet veel Bloemendalers bij, maar ik zat – hoe kan het anders – op het vliegveld wel weer naast een echtpaar waarvan een zoon in Overveen woont. Bloemendaal is nooit ver weg.

Maar ter zake. Je vraagt je na lezing van Tatjana van Zantens Supergelukkig af wat ik als ex-communist in Bloemendaal te zoeken heb. Het schijnt daar verschrikkelijk te zijn. Kinderen worden gepest, dames worden gelift en iedereen probeert elkaar een oor aan te naaien. Jij schrijft het zedelijk verval – in navolging van Tatjana van Zanten – toe aan het feit dat bij de hogere middenklasse hebzucht tot de standaarduitrusting van de morele rugzak behoort.

Ik denk dat dat klopt en ik heb dat in een column op Volkskrant.nl ‘het Piggelmee-syndroom’ genoemd. De rijkdom is zo snel verkregen – en niet altijd met eerlijke middelen – dat men doodsbang is die welstand weer even plotseling kwijt te raken. Vandaar dat solidariteit in Bloemendaal geen populair woord is. Ik denk niet dat iedereen zo ver gaat als Leon de Winter in zijn apologie van de witteboordencriminaliteit, maar het ­Moszkowicz-gehalte in Bloemendaal is inderdaad extreem hoog.

Dat dit alleen zaak is van de nieuwe rijken is een aantrekkelijke gedachte voor diegenen die zichzelf tot de oude elite rekenen. En het lijkt soms nog te kloppen ook. Net als het nichtje van Tatjana werd ook mijn dochter op school gepest en de leider van de pestbrigade was inderdaad een dochter van een vrouw die een kapitale villa bewoont in ­Aerdenhout, maar geboren is op de Albert Cuypstraat éénhoog achter. Diezelfde vrouw is een halve BN’er geworden doordat ze een miljoen euro van haar ­buurman – de hele BN’er Rick Engelkens – in Dubai belegd had juist op het moment dat de huizenmarkt daar instortte. Toen Rick Engelkens zijn geld terug wilde hebben was het verdampt. Dat leidde tot nogal wat ­advocatenkosten over en weer en leuke stukken in De Telegraaf, waarin de naam Rick Engelkens voluit geschreven werd en zijn buurvrouw Karin B. genoemd werd. Alsof al duidelijk was wie de verdachte was. Past dus helemaal in het boek van Tatjana van Zanten. Maar er zit een haar in de soep. De school waar het pesten plaatsvond was niet de Aerdenhoutse Schoolvereniging, maar de openbare lagere Vondelschool. Bovendien is Karin B. geen gemiddelde Aerdenhoutse omdat zij haar kleding­imperium helemaal in haar eentje heeft opgebouwd. Zij past dus helemaal niet in het beeld van de ­Bloemendaalse vrouwen dat Tatjana van Zanten schetst. Sterker nog, Tatjana van Zanten zelf lijkt meer op de dames die zij beschrijft dan Karin B. Die gemiddelde Aerdenhouter bestaat niet (ook niet als subcategorie van de gemiddelde Bloemendaler) en dat is nu precies wat de gemiddelde Aerdenhouter graag zegt.

Mensen die in Aerdenhout wonen zijn maatschappelijk succesvol geweest – of zijn het nog – want anders hadden zij zo’n duur huis niet kunnen betalen. Maar om zo succesvol te worden moet je behalve opleiding en talent ook een zekere mate van brutaliteit hebben. Dat hebben Aerdenhouters in grote mate en in die zin lijken ze erg op jouw vrienden van het Barlaeus. Dat is het antwoord op jouw vraag waarom ik mij in Aerdenhout thuis voel, want ook ik koppel een goede opleiding en een zeker talent aan een zekere mate van brutaliteit.

Maar laten we nu de kern van de kritiek van Van Zanten op de keper beschouwen: zij zegt eigenlijk dat de economische elite geen moreel kompas heeft en daarom maatschappelijk het goede voorbeeld niet geeft. Ja, dat is wel waar, maar het is de vraag of het een nieuw probleem is.

Ik ga steeds meer twijfelen aan de impliciete suggestie van alle ­neoliberalismekritiek dat het vroeger beter was. Aan die gouden eeuw waarin al het geld alleen maar op een eerlijke manier verdiend werd geloof ik niet. Ook in de jaren na de oorlog was de economische elite tamelijk hebzuchtig.

Als gezegd, ik schrijf deze brief in de Dominicaanse Republiek waar de kritiek op de hebzucht van de elite ook sterk is. De politici van de regerende Partido de Liberacion Dominicana worden ‘comesolo’s’ genoemd (zij die alleen eten). Vergeleken met de Dominicaanse elite is de Bloemendaalse elite een toonbeeld van integriteit. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat de drugshandel in de Dominicaanse Republiek een substantieel deel van de maatschappelijke rijkdom genereert en de staat hier bovendien niet erg sterk en efficiënt is. Anders dan in Nederland zijn hier bijna alle politici in meer of mindere mate corrupt. De hogere middenklasse houdt graag staande dat het vroeger beter was, maar nu ik het prachtige boek Gascue, Jardin Urbana gelezen heb, weet ik beter. Gascue is vergelijkbaar met de Concertgebouwbuurt in Amsterdam, maar is, anders dan de Concertgebouwbuurt, niet goed geconserveerd. Veel van de prachtige huizen met tuinen zijn afgebroken om plaats te maken voor lelijke ­appartementencomplexen, waardoor ook van de tuinen niet veel meer over is.

Het boek is geschreven door Marcelle Perez Brown (73) die je ook zo in de Valeriusstraat tegen zou kunnen komen. Een deftige bohémienne, die mij haar boek onmiddellijk cadeau gaf toen ik haar vertelde dat ik in 1987 in de Biblioteca Nacional een boek gepresenteerd had (El Triunfo del Neoliberalismo).

Haar boek bevat een aantal korte biografieën van de meest vooraanstaande architecten en intellectuelen die Gascue gebouwd en bewoond hebben tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Wat mij in die biografieën opviel, is dat deze heren, behalve literator, decaan van de letterenfaculteit, decaan van de rechtenfaculteit of gewoon hoogleraar even vaak – en soms tegelijkertijd – ook ambassadeur waren geweest, president van de Centrale Bank, hoofd van de Douane of directeur van publieke werken. Allemaal functies die zowel vroeger als nu de bekleders de mogelijkheid geven om een deel van de nationale middelen af te tappen naar de eigen bankrekening. In de Concertgebouwbuurt of in Aerdenhout zal dat wat minder, maar niet wezenlijk anders geweest zijn.

Beste Meindert,

In de roman Saturday beschrijft Ian McEwan op meesterlijke wijze een dag uit het leven van de Londense hersenchirurg Henry. Samen met zijn vrouw en zoon bewoont Henry een luxueus huis aan Fitzroy Square. Dochter Daisy heeft literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Oxford gestudeerd en woont nu in voorstedelijk Parijs. Ze heeft zojuist met succes haar eerste gedichtenbundel afgeleverd. Zoon Theo wil professioneel bluesmuzikant worden. Hoewel hij zich een kunstzinnig uiterlijk heeft aangemeten, bewandelt Theo de weg naar succes in alle weelde. Als een jonge prins ontbijt hij dagelijks met yoghurt, honing, dadels, fruit en noten in de comfortabele keuken van zijn ouders. Ondertussen luistert hij muziek of belt hij met vrienden. Dit ritueel kan uren duren. Hij vertelt zijn vader dat hij die dag een bandlid uit New York ontvangt die een masterclass gaat volgen van de beroemde saxofonist Branford Marsalis. Over een paar maanden zal Theo zelf voor langere tijd naar New York vertrekken. Verwonderd volgt Henry de gangen van zijn zoon en concludeert: ‘These kids have the instincts, the sense of entitlement that is proper to an elite.’

‘Entitlement.’ Ik ben het begrip al eerder tegengekomen in de discussie over vrouwenemancipatie. Vrouwen zouden er gebrek aan hebben en daarom moeite hebben hogerop te komen in de maatschappij. Je kunt ‘entitlement’ vertalen als zijnde een recht, in de meest legale betekenis van het woord, maar ook als een gemoed. Rechten kunnen gelijk zijn tussen groepen, maar de mate waarin je voelt dat die rechten je daadwerkelijk toekomen, kan uiteenlopen. Daarnaast omvat ‘entitlement’ het gevoel recht te hebben op zaken die niet wettelijk verankerd zijn, zoals succes, macht en rijkdom. Mannen zouden sterker ervaren dat deze zaken hun natuurlijkerwijs toekomen dan vrouwen.

McEwan koppelt ‘entitlement’ specifiek aan de elite en niet aan mannen. Jij doet dit in zekere zin ook met de observatie dat in Aerdenhout zoveel brutale mensen wonen. Al liggen de betekenissen naar mijn idee net iets uit elkaar. Brutaliteit komt voort uit de gedachte ‘nee heb je, ja kun je krijgen’ en ‘entitlement’ wordt belichaamd door de gedachte ‘vanzelfsprekend krijg ik dat’.

Onlangs bracht Tegenlicht een reportage over beurshandelaren in The City, zoals het zakencentrum van Londen genoemd wordt. Joris Luijendijk trad ze tegemoet met een antropologische blik. Een lokale psychiater legde uit dat The City bovenmatig veel narcisten employeert. Het beroep trekt dit soort types aan, maar creëert ze ook. Bezeten van het winnaars­effect nemen de handelaren steeds grotere risico’s. Dat er gegokt wordt met andermans geld staat ze geenszins in de weg.

Narcisme wordt als een serieuze psychische aandoening beschouwd. Patiënten hebben gebrek aan empathie en voelen zich bovenmatig belangrijk. Ook een sterk gevoel van ‘entitlement’ is een kenmerk van narcisme. The City is dus niet alleen een toonbeeld van het neoliberalisme, maar ook van moreel verval. Dit komt overeen met het onderzoek van Pliff en collega’s: rijke mensen zijn minder empathisch, roekelozer met geld van anderen en eerder geneigd tot onethisch gedrag.

Desondanks blijft de wereld van het snelle geld aantrekkelijk voor minderbedeelden en inmiddels timmeren andere sociale klassen behoorlijk aan de weg. Sinds begin jaren negentig zijn veel mensen in de ban van zelfhulpboeken. Een bekende titel is The Secret. Dit boek leert je het lot naar eigen hand te zetten door uit te spreken wat je wilt bereiken en daar alvast naar te gaan leven. Zelfovertuiging is de sleutel tot succes. The Secret, zoals vrijwel alle zelfhulpboeken, hanteert een egocentrische benadering. Het accent ligt op persoonlijke groei en niet op het bereiken van wereldvrede. Stijgen op de maatschappelijke ladder is meestal het einddoel. Een boek van dezelfde strekking windt er minder doekjes om: Mind over Money: How to Program Your Mind for Wealth (van Ilya Alexi). Een andere aansprekende titel is Unleash the Giant Within (van Anthony Robbins).

De resultaten schijnen verbluffend te zijn. ‘Het geheim’ kent inmiddels miljoenen aanhangers. Maar ook andere zelfhulpboeken hebben legers volgelingen. Meermalen is mij bezwerend zo’n nieuwe bijbel in de hand gedrukt. Toch ligt er geen enkel exemplaar op mijn nachtkastje. Op mijn suggestie dat ze die boeken beter naar Afrika kunnen sturen, reageert men hoofdschuddend. Dan moet ik het zelf maar weten. Sommige mensen willen niet geholpen worden.

Hoewel de causale ketting niet zonder discussie in kaart te brengen is, lijkt het neoliberalisme de deur wagenwijd open te hebben gezet voor narcisme, hebzucht, individualisme et cetera. Jij denkt dat het karakter van de vroegere economische elite niet wezenlijk verschilt van dat van de huidige elite. Maar is het waanzin te denken dat kwalijke zaken momenteel op veel grotere schaal plaatsvinden? En dat een neoliberale mentaliteitsverandering inmiddels tot brede lagen in de samenleving is door­gedrongen?

Narcisme wordt als een negatieve eigenschap beschouwd, maar de aard van ‘entitlement’ is onduidelijker. Aangeleerd of niet, ‘entitlement’ helpt je geloven in persoonlijke groei. Brutaliteit helpt je groeien. Zoals gezegd wordt neoliberalisme niet geassocieerd met de meest fraaie ­karaktertrekken. Maar misschien zou je kunnen zeggen dat het neoliberalisme (ook) een emanciperende werking heeft. Wellicht hebben sommige groepen in de samenleving baat bij een beetje egocentrisme en zelf­overtuiging. Of heeft dit uiteindelijk toch geen positief effect op hun maatschappelijke status en is het uitsluitend pervers dat zoveel mensen leren meer en beter aan zichzelf te denken?

De neoliberalen lijken er zelf ook nog niet uit. Chris Christie, Republikeins gouverneur van de Amerikaanse staat New Jersey en voorvechter van de vrije markt, riep in 2011 tijdens een toespraak op ‘to not become a nation that places entitlement ahead of accomplishment’. Maar is het idee van the American Dream niet gebaseerd op deze volgorde?

Beste Sjoerdje,

‘Entitlement is inderdaad een heel nuttig begrip om de habitus van een elite mee te omschrijven. En bij mannen komt dat gevoel meer voor dan bij vrouwen. Ik was laatst op een informeel diner met zo’n veertig Aerdenhouters, waar ik – toevallig? – aan een tafel zat met zes vrouwen. Het was een bijzonder geanimeerde tafel, die de aandacht trok van een oud-bankier uit een gerenommeerd geslacht van Hugenoten. De man kwam op onze tafel af en zei: ‘Zo, laat ik eens aan deze tafel gaan zitten.’ Ik keek om mij heen maar zag geen enkele vrije stoel. Onmiddellijk stond een van de dames op en zei: ‘Ga jij hier maar zitten, Jan Kees, ik zoek wel een andere tafel.’

Ik bedoel maar, entitlement is alleen maar entitlement als het door anderen gehonoreerd wordt. Niet voor niets bestaat de groentijd bij de studentencorpora in de eerste plaats uit een stoomcursus intimideren en het zich met succes verweren tegen intimidatie. Naarmate macht inhoud verdringt wordt entitlement dus steeds meer een kwestie van intimidatie.

Daarom speelt intimidatie zo’n grote rol in het bankwezen. Het bankwezen kent, anders dan de industriële productie, immers geen inhoud. ‘Let the money work for you’ – een reclameslogan uit de bankwereld – betekent niet meer dan ‘laat anderen voor je werken’. In een industriële context heeft dat nog een inhoud. Door anderen voor je te laten werken maak je een mooi gebouw of een snelle auto. Maar in de financiële sector is de enige reden om anderen voor je te laten werken uitsluitend gelegen in zelfverrijking.

Bankiers zullen daartegen inbrengen dat zonder kapitaal geen enkele industrieel kan produceren of innoveren. En dat is natuurlijk ook weer waar.

Maar nog even terug naar het elitaire gevoel van entitlement. Dat gevoel, die habitus, wordt geflankeerd door twee andere elitaire gevoelens. Het eerste is te vinden in de uitdrukking ‘noblesse oblige’. Tegenover het entitlement staat een verplichting. Als die verplichting niet meer wordt gevoeld, als de elite de noden van het volk totaal uit het oog verliest, zal ze weggevaagd worden. Dat meende althans de negentiende-eeuwse utopisch socialist Saint-Simon, die in de credit mobilierinvestment banking zouden we nu zeggen – de sleutel zag tot productieve innovatie.

Een tweede begrip dat tegen het begrip entitlement aan ligt is het begrip focus. De zelfovertuiging waar jij in je brief over spreekt en die bij jou een negatieve lading heeft kan ook een positieve inhoud hebben. ‘Yes we can’, was de slogan waarmee Obama in 2008 zijn eerste presidentsverkiezingen won. Op individueel niveau hangt de overtuiging dat je iets kunt nauw samen met de mate waarin je je op je eigen doelen concentreert. Dat vooronderstelt een zekere monomanie, het vereist een vol­slagen gebrek aan belangstelling voor alles wat buiten de focus valt.

Je kunt daarom het hebben van focus opvatten als een vorm van narcisme. Veel succesvolle mensen – zowel mannen als vrouwen – zijn ermee behept. De zelfhulpboeken die jij niet op je nachtkastje wil hebben gaan voor tachtig procent juist daarover. Hoe zorg je ervoor dat je je eigen agenda bepaalt en dat dat niet door anderen gedaan wordt?

Zelf vertrek ik graag naar een Caribisch eiland, liefst zonder krant of internet, om aan een boek te werken, ik weet dat jij graag je toevlucht zoekt in Parijs als je aan iets wilt werken waarbij je geen afleiding kunt gebruiken. In beide gevallen gedragen wij ons asociaal, om niet te zeggen narcistisch, maar we doen dat omdat wij daartoe het recht menen te hebben (entitlement) omdat wij iets heel bijzonders doen. Wij schrijven een boek! Als dat niet elitair is mag ik een boon zijn.

Het gekke aan het boek van Tatjana van Zanten is dat zij het entitlement van anderen in sombere kleuren kan schetsen, zonder in de gaten te hebben dat zij precies diezelfde habitus heeft. Dat maakt haar zedenschets tamelijk eendimensionaal. De diepte en de zelfspot die Heleen van Royens De gelukkige huisvrouw kenmerkten ontbreken hier totaal.

Hartelijke groet vanuit een zonovergoten Curaçao,


Meindert Fennema (66) is emeritus hoogleraar politieke theorie en columnist voor Volkskrant.nl. Hij publiceerde vorig jaar Help! De elite verdwijnt en werkt nu aan de roman Het slachthuis die deze zomer bij Prometheus verschijnt.Sjoerdje van Heerden (32) is publicist en werkzaam als onderzoeker en docent aan de Universiteit van Amsterdam bij de afdeling politicologie