Toneel

Eerzucht. Haat. Anders niets

Toneel: ’t Barre Land speelt De president van Thomas Bernhard

Eén keer versprak actrice Margijn Bosch zich, en orkaande haar woede tegen: de «terroristen». Ze corrigeerde zichzelf na een zuchtje: «de anarchisten». Het mikpunt van de woede van de presidentsvrouw in Thomas Bernhards stuk De president is immers de groep die zich hult onder die naam: «de anarchisten». Het stuk is van 1975. De Hofstadgroep heette toen Rote Armee Fraktion, of Rode Brigades. Bij Thomas Bernhard zijn de ter roristen «anarchisten» – mooi archaïsch woord, bommengooiers uit de Russische Revolutie avant la lettre. Het stuk gaat niet over hen, niet over nu. Het gaat over de panische reactie op hun daden. Of liever: over de richtingloosheid van de heersers, die van alle tijden is. Die verspreking van Margijn Bosch hád ook wel wat. Misschien was het een bewuste verspreking. Je weet het maar nooit bij ’t Barre Land.

De president bestaat uit twee aria’s. De eerste is voor de presidentsvrouw. Ze maakt zich op voor een staatsbegrafenis. Er is een aanslag gepleegd op haar man, de president. Daarbij is een hoge militair omgekomen. En haar hond heeft een hartaanval gekregen. De president zit ondertussen in bad. Hij wordt gemasseerd. Daarna verdwijnt mevrouw uit beeld. De president ontvlucht de anarchisten. Hij verblijft aan de kust van Portugal. Met zijn lief. Een toneelspeelster. De vlucht lijkt gecamoufleerd als staats bezoek. De lokale autoriteiten worden toegesproken. We krijgen les in machiavellisme.

In het oeuvre van Thomas Bernhard ligt De president in de «warmloopjaren» van zijn toneelschrijversloopbaan, tussen Het jacht gezelschap en Minetti. Het grote werk (Ritter, Dene, Voss en De wereldverbeteraar en Voor het pen sioen) moest toen nog komen. Bernhard zet in De president de boven ons geplaatsten in ondergoed. Letterlijk en overdrachtelijk. Hij laat de achterkant zien van het benepen waarden & normen-gelijk. Ge tooid in negligé. En badkuipnaaktheid. Het toneelbeeld van Michel Johannes Janssen is geniaal. Voor de eerste Bernhard-aria staat op een vloer van schrootjes rechts een badkuip-met- stomende-oven. Middenvoor een kaptafel met twee stoelen, die net te hoog zijn voor de spelers. Linksvoor de mand van de gestorven hond. Waartegen veel wordt gesproken. Vergeefs. De hond is dood. Margijn Bosch maakt van de aria van de presidentsvrouw een solo om je vingers bij af te likken. Openingstekst: «Eerzucht. Haat. Anders niets.» Ze mag iets minder illustreren, de tekst meer zijn werk laten doen. Haar aangever is Peter Kolpa, de ongelukkige dienstbode, Mevrouw Frölich. Kolpa toont een fraai staaltje commentariërend toneelzwijgen. Niet opdringerig, effectief. Rechts wordt gemasseerd in de badkuip. De president lacht vet. Masseur (Martijn Nieuwerf) lacht hinnikend mee.

De tweede aria (na de pauze) is voor de president (Vincent van den Berg) en zijn lief (opnieuw: Martijn Nieuwerf). De schrootjes op de speelvloer zijn wat verlegd, er is een kleine tafel, met gevulde glazen. Die scène is een wonder van Grote Toneelspeelkunst. Hier staat een Orgelend Monster Van de Macht te orakelen. Domme en lege formules zonder eind. De mise-en-scène is eenvoudig. De toneelspeelster loopt diagonalen naar en van de dranktafel, luistert naar de fillipica’s van de president, almaar beschonkener, verspeelt steeds meer geld («Hè» is de enige tekst). De tekstbehandeling van Vincent van den Berg is gretig, geil, prachtig.

Ik las ergens dat een regisseur ’t Barre Land zou kunnen helpen dit toneelstuk meer gewicht te geven. Dat advies slaat nergens op. Deze toneelspelers zoeken hun gewicht in zichzelf. Per avond vinden ze uit hoe toneelspelen in elkaar steekt. Czeslaw de Wijs helpt hen daarbij. Door de tekst bij de hand te hebben. Dat heet souffleur. In Shake speares theater heette die man «bookkeeper», de man die het tekstboek in de hand hield. Precies dát is wat De Wijs doet. Daardoor blijf je naar hem kijken. Hij heeft voorts twee struikelpartijen. Die in de geschiedenisboeken van de slapstick kunnen. Niet omdat ze zo briljant zijn – dat zijn ze namelijk niet – maar omdat ze zo terloops gebeuren. Terloops (Van Dale: in het voorbijgaan, vluchtig, inderhaast, als bijzaak, zonder nadruk). Dat is wat ’t Barre Land hier laat zien. Hun tournee van De president is kort. Ik wens de voorstelling een lang leven toe.

De president, samen met De namiddag van meneer Andesmas, tot eind november in Haarlem, Utrecht en Leuven. www.barreland.nl