Groningen en Nijmegen: links na Fortuyn

Eetbare flyers en een linnen tasje

De Fortuyn-revolte ging bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 voorbij aan Groningen en Nijmegen, met Amsterdam de linkse jeugdbolwerken uit de tijd van Den Uyl. Vier jaar later begint de linkerkant er zelfs heuse machtspolitiek te bedrijven.Déjà vu in Groningen

GRONINGEN – In zijn sleutelroman Onder professoren beschreef W.F. Hermans de Groningse student van de jaren zeventig: «Zonder uitzondering waren de studenten gekleed op een manier of ze alles wat ze aanhadden op een vuilnisbelt hadden gevonden. (…) Zozeer was deze rijkste jeugd aller tijden met de armoede in de wereld begaan, dat zij in knusse, maar peperdure winkeltjes flinke sommen op tafel legde om plunjes te kopen die honderd jaar geleden door inhalige industriëlen bedacht waren voor onderbetaalde havenarbeiders in Amerika.» Voor Hermans waren die linkse studenten figuranten in een stad waar hij zich nooit thuis zou voelen, een stad die hij na zijn vertrek zo snel mogelijk wilde vergeten.De stad zelf is Hermans niet vergeten. Meteen bij binnenkomst in de grootste boekhandel treft de bezoeker een forse stapel Onder professoren. Maar de stad is ook die linkse student niet vergeten. Het socialistisch reveil is er nooit helemaal verdwenen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 behaalden de linkse partijen zelfs opnieuw een meerderheid. Dat was toen tegen de trend: 2002 was het jaar van de Leefbaren en de «kutmarokkanen». Maar Groningen heeft geen kutmarokkanen en eigenlijk ook geen Leefbaren. Weliswaar won de Stadspartij vier jaar geleden twee zetels – de Stadspartij heette, voordat Fortuyn bij Leefbaar Nederland de laan uit werd gestuurd, Leefbaar Groningen – maar die is in de tussentijd uit elkaar gevallen.Aan het Noorden is de Fortuyn-revolte dus grotendeels voorbijgegaan. Maar net zo min als dat voor Amsterdam geldt, betekent dat dat Groningen wordt geleid door een links college. De pvda bestuurt de gemeente samen met vvd, cda en GroenLinks. De sp viel in 2002 buiten de boot. Dit jaar wordt het voor de sp wederom spannend wat de pvda na de verkiezingen gaat doen. Kijkt die nu wel naar links of toch maar weer niet? Afgaande op de politieke traditie van Groningen zou het eerste niet misstaan. De laatste week van februari is het goed weer: koud maar droog. Burgemeester Wallage probeert de gemeenteraadsverkiezingen onder de aandacht te brengen door op een bakfiets te rijden met daarop de tekst «Nait soez’n moar stemm’n». In het pvda-hoofdkwartier aan de Haddingestraat, net naast de A-Kerk en de Vismarkt, is het druk. Het kantoor is gevuld met stapels flyers en dozijnen karakteristieke rode rozen. Het lijkt alsof iedereen die binnenkomt een rode sjaal draagt, toeval of niet. Het kantoor is aan de ruime kant. Zowel de fractie als de jongerenorganisatie js huist in het pand. En dan nog blijven er zalen over om te verhuren.

Niet veel politieke partijen op gemeenteniveau beschikken over dergelijke ruimtes. In Groningen zijn de sociaal-democraten dan ook niet zomaar een partij. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de pvda de grootste in de stad. «En ik houd vol dat we dat nog steeds zijn», zegt lijsttrekker en fractievoorzitter Frank de Vries (40) refererend aan het bericht van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen waarin onlangs werd vermeld dat de sp, met 1447 leden, de grootste partij zou zijn. «De sp telt namelijk haar jongerenorganisatie rood mee. Dat doen wij met de js niet.» Bovendien: «Sinds 2002 is ons ledental van 1150 naar 1400 gestegen. Dat is een duidelijk signaal: dat mensen de kille Haagse wind zat zijn, dat men zich zorgen maakt om de verrechtsing van de maatschappij. In 2002 hebben wij ook een klap gehad: van dertien naar negen zetels. Nu gaan we weer voor dubbele cijfers: minstens tien, maar we mikken op twaalf zetels.»In de strijd om die zetels zijn de meer dan veertigduizend inschrijvingen aan de Rijksuniversiteit en de Hogeschool een groep die de politiek niet links kan laten liggen. Bijna alle partijen hebben een studentkandidaat.Vorige week donderdagavond heeft studentenvereniging RKSV Albertus Magnus ze allemaal uitgenodigd voor een debat. De donkere zaal lijkt bij uitstek een podium voor jonge politici. De kroeg van Albertus Magnus is een uitgewoonde ruimte. Het pleisterwerk is van de muren af, alle tafels zijn zwartgeblakerd door sigarettenpeuken en de geluidsapparatuur zoemt dreigend, alsof hij elk moment de geest kan geven. Hier horen studenten zich thuis te voelen. Op het debat zijn zo’n zeventig mensen afgekomen. Voor de combinatie studenten en lokale politiek is dat veel. De interesse is marginaler. Het publiek bestaat merendeels uit half aangeschoten damesjaarclubjes en handjesschuddende bestuursleden. De enige oneliner die gejoel oplevert komt van een stellige cda-student: «Een uitkering is geen recht, het is een gunst!» Maatschappelijk engagement onder studenten is, kortom, gering. Dat is een groot verschil met dertig jaar terug. De provincie is altijd al, vanaf het begin van de twintigste eeuw, een vruchtbare voedingsbodem geweest voor socialistische sentimenten. In de provincie waren de tegenstellingen tussen rijke boeren en arme landarbeiders groot. Daarnaast was er geen religie om radicale ideeën te temperen. Groningen is dan ook een van de eerste grotere steden in Nederland waar cpn, psp en ppr relatief snel voet aan de grond kregen. Met name studenten wisten in de jaren zestig en zeventig de weg naar deze partijen en masse te vinden, die «rijkste jeugd aller tijden» van Hermans. Bij de kamerverkiezingen van 1972 behaalde de cpn zeven zetels. In Groningen mochten de communisten indertijd ook wethouders leveren.

Ondanks dat gedrang aan de linkerkant bleven pvda, cpn, psp en ppr geïsoleerd van elkaar. «Ik kan me eigenlijk alleen ruzies en plakoorlogen herinneren», vertelt Peter Verschuren (50), sinds augustus 1974 lid van de toen nog «Socialistiese Partij» en nu nummer twee op de kandidatenlijst in Groningen. «Als de cpn ergens een poster opplakte, plakten wij er de volgende dag een poster overheen. De dag daarna plakte de cpn dan weer een poster, enzovoort. Iedereen zag elkaar als concurrent. Aan een groot links wijgevoel heeft het altijd ontbroken.»Ook de sp bestond in die tijd uit een twintigtal studenten. Arbeiders waren er niet bij. Peter Verschuren: «Dat kon ook niet anders. Er was een strak schema. Vijf avonden in de week colporteren – met het blad Tribune langs de deur – één avond vergaderen en één dag bij het station om nog meer Tribunes te verkopen. Als je een keer een avond vrij wilde? Nou, dan moest je echt overleggen.» In de jaren tachtig dropen de meeste vrijwilligers af en brak er voor de linkse partijen een periode van droogte aan. ppr en psp gingen op in GroenLinks. Net als de cpn, die in handen kwam van randstedelijke «vernieuwers» die met moderne waarden als feminisme en antikernenergie de arbeiders binnen de partij verdreven.Juist in die tijd (1986) wist de sp wel in de raad te komen. Groningen was een van de eerste gemeenten boven de grote rivieren waar dit lukte, ver weg van de sp-heimat rond Nijmegen, Noord-Limburg en Noord-Brabant. Sindsdien kreeg de sp in Groningen er bij elke gemeenteraadsverkiezing één zetel bij.Vergeleken met dat van de pvda is het kantoor van de sp een claustrofobische aangelegenheid. Sinds haar oprichting huist de sp aan de Nieuwe Boteringestraat. De krappe ruimte is volgestouwd met dozen. Hier houdt de sp haar juridisch spreekuur, een gratis service voor mensen met vragen over uitkeringen, werknemersrechten et cetera. Vorig jaar kwamen er twaalfhonderd bezoekers. Vandaar die dozen.Lijsttrekker Rosita van Gijlswijk is net 32 geworden en is dus te jong om die haat en nijd tussen de linkse partijen in de jaren zeventig meegemaakt te hebben. Maar ze kent haar klassieken: «cpn-wethouder Niemijer zei ooit: ‹Als ik pvda’er Max van den Berg voor mijn auto krijg, stop ik niet.› Dat is nu wel anders, hoor. Als ik Frank de Vries voor mijn fiets krijg, stop ik vriendelijk.» Toch is de pvda voor de sp het grootste struikelblok om aan meebesturen toe te komen. «De pvda is de macht in Groningen. Niet alleen in de raad, maar ook in talloze organisaties en comités. Persoonlijke banden tussen wethouders die er al jaren zitten blokkeren de toetreding van nieuwe partijen. De pvda levert goede bestuurders, maar ze mist creativiteit en bevlogenheid», aldus Van Gijlswijk. Blijft dat zo na de raadsverkiezingen van 7 maart? Een sommetje. Als de pvda van negen naar twaalf zetels stijgt, zoals de peilingen suggereren, en de sp met één zetel groeit, zoals ze sinds 1986 jaarlijks heeft gedaan, dan hebben ze samen al achttien zetels. Met de zes zetels van GroenLinks is dat een ruime meerderheid in een raad van 39 zetels.

Behalve deze rekenkundige dekking is er ook een theoretisch feit waarmee de pvda rekening moet houden. De sp heeft met GroenLinks afgesproken dat de twee partijen niet los van elkaar in het college komen. De onderlinge gevechten die in de jaren zeventig een links wijgevoel in de weg stonden, lijken dus verdwenen.Wat staat een links gemeentebestuur dan nog in de weg? De pamfletten op die ene werktafel in het kantoor van de sp – gedrukt op eetbaar papier, om zo een flyerverbod in de binnenstad ludiek te omzeilen – geven een duidelijk beeld van wat dat linkse bestuur nog in de weg staat: «Een links bestuur in Groningen is haalbaar. Tenminste, als de sp zo groot wordt dat de pvda niet langer om ons heen kan.» Zolang de pvda ervoor kiest om niet met de sp te besturen, houdt het op. Heel zonnig ziet Van Gijlswijk de toekomst dan ook niet in: «Van de signalen uit de pvda word ik niet vrolijk. Onlangs organiseerde GroenLinks een debat over linkse samenwerking. Van GroenLinks en de sp waren raadsleden aanwezig, van de pvda niet. Dat zegt toch wel iets.»pvda-lijsttrekker De Vries sluit weliswaar niets uit, hij ziet op grond van het verleden weinig heil in die verlangde linkse samenwerking: «Ik deel hun maatschappijanalyse, maar dat is niet genoeg. Ik hoor geen oplossingen. De pvda was voor een nieuw voetbalstadion, de sp was tegen. De pvda was voor het bouwen van de wijk Meerstad, de sp was tegen. Grote, dure projecten waren de afgelopen jaren not done. Wij hebben er onze nek voor uitgestoken omdat ze gewoon noodzakelijk waren. De sp was overal tegen. Wij hebben durf getoond, de sp heeft juist angstige politiek laten zien.»Van Gijlswijk draait het om: «De afgelopen jaren heeft De Vries in de raad veel op het kabinet afgegeven. Op 1 mei liep de pvda nog mee met een door ons georganiseerde mars, als protest tegen de regering. Juist daarom moet hij nu het lef hebben een linkse coalitie te willen. Daarmee kun je – samen met andere linkse colleges in het land – een vuist maken tegen Den Haag.»Zolang het nog geen 7 maart is heeft elk debat een open einde, maar één ding is met zekerheid te voorspellen: de pvda zal in Groningen de grootste blijven. De sociaal-democraten hebben het lot van de sp in handen.GroenLinks heeft zich de rol aangemeten van bruggenbouwer naar een rode coalitie. Houdt die partij haar poot stijf, dan kan de pvda niet om de sp heen. Dat is zeker voor de ppr’ers en psp’ers binnen het Groningse GroenLinks een geheel nieuwe machtspositie. Vandaar dat «Nait soez’n moar stemm’n». =r =