Eeuwen polderen

DENNIS BOS, MAURITS EBBEN, HENK TE VELDE (RED.)
HARMONIE IN HOLLAND: HET POLDERMODEL VAN 1500 TOT NU
Bert Bakker, 267 blz., € 17,95

Weinig disciplines stemmen zo moedeloos als de geschiedschrijving. Proberen we met een aantal overzichtelijke begrippen enigszins greep te krijgen op het veelvormige, ultragecompliceerde verleden, komen er altijd weer historici die verkondigen dat Renaissance, Verlichting en verzuiling niets meer zijn dan metaforen.

Met het sinds de jaren negentig van de twintigste eeuw populaire begrip ‘poldermodel’ is het al niet anders gesteld. Op zich is dat niet zo erg, ware het niet dat het begrip door voor- en tegenstanders wordt gekoppeld aan de Nederlandse identiteit. Het is synoniem geworden voor een cultuur die zou worden gedomineerd door een eeuwige neiging tot overleg, consensus, het verdoezelen van tegenstellingen en conflicten en het onuitroeibare verlangen naar harmonie. Voor de een is dit de ultieme vorm van beschaving en de beste garantie tegen bloedvergieten, voor de ander is het poldermodel de nachtmerrie van een zompig moeras, waar geen ruimte is voor grootse prestaties en heilzame confrontaties. ‘Wie hier op den grond stampt, zakt in de modder’, schreef Marsman al in 1925.

In deze bundel laat een aantal Leidse historici zien dat de metafoor van het poldermodel slechts zijdelings iets te maken heeft met de werkelijke geschiedenis van Nederland. Zo wordt duidelijk dat juist de aanleg en ontginning van polders in de zestiende eeuw vaak gepaard ging met felle conflicten, die voor de rechtbank werden uitgevochten. Judith Pollmann beschrijft dat het streven naar eendracht, naar consensus in de zeventiende eeuw gezien werd als doel, maar dat dit bepaald niet alleen gold voor de Republiek. Het verschil tussen de Nederlanden en bijvoorbeeld Engeland of Frankrijk was dat men het hier kon stellen zonder monarch. En uit het artikel over de Vrede van Munster blijkt dat het Nederlandse buitenlandse beleid niet tot stand kwam door eindeloos ‘polderen’, maar het resultaat was van keiharde politieke strijd, waarbij de economische macht van Holland en vooral van Amsterdam de doorslag gaf.

Tegenstanders van het poldermodel stellen altijd dat het een rem vormt op groei en innovatie. Uit een vergelijkend onderzoek naar de voc en de Engelse East India Company blijkt echter dat de grote verschillen in de wijze waarop deze multinationals werden bestuurd, weinig effect hadden op de resultaten.

Ook de bijdragen die gewijd zijn aan meer recente ontwikkelingen, zoals de opkomst van socialisme en fascisme, maken duidelijk dat ‘polderen’ niet iets exclusief Nederlands is, en dat ook hier ruimte was voor forse conflicten.