FILM

Eeuwig voortvluchtig

Un Prophète

Een van mijn favoriete gevangenisfilms - I Am a Fugitive from Chain Gang (1934, Mervyn LeRoy) - heeft niet alleen een van de mooiste titels ooit, maar vooral ook een onvergetelijke slotscène, waarin de mogelijk ten onrechte tot dwangarbeid veroordeelde hoofdpersoon, gespeeld door Paul Muni, zich met doodsangst in de ogen terugtrekt in de schaduwen van de nacht, waar hij eeuwig voortvluchtig zal zijn, buiten de gevangenis, dat dus wel, maar nooit meer een vrij man.
Deze film spookt door mijn hoofd terwijl ik naar de laatste beelden van Un Prophète kijk, die wel hemelsbreed verschillen van die in I Am a Fugitive, maar toch uiteindelijk dezelfde vragen rond vrijheid en gevangenschap doen rijzen, vooral de wijze waarop de grenzen tussen ‘binnen’ en 'buiten’, tussen gevangenis en maatschappij, verdwijnen. Beide films illustreren de wijze waarop de gevangenisfilm doorspekt is met relevante politieke en psychologische betekenis: de gevangenis als een metafoor voor de maatschappij; de beul als reflectie van menselijke wreedheid; de gedetineerde als dader, antiheld én revolutionair-in-de-dop.
In Un Prophète, geregisseerd door Jacques Audiard, die de laatste jaren een aantal opvallende Franse thrillers maakte, belandt de negentienjarige analfabeet Malik El Djebena (Tahar Rahim) in de gevangenis wegens moord, maar is hij ook echt schuldig? Achter tralies komt hij snel in conflict met Cesar Luciani (Niels Arestrup), leider van de Corsicaanse maffia, die hem dwingt een moord te plegen. Daarna past Malik zich snel aan zijn nieuwe, wrede wereld aan en maakt hij vrienden, onder anderen Ryad (Adel Bencherif) met wie hij later in het verhaal, wanneer hij een dag naar buiten mag, plannen smeedt om zelf tot de binnenkring van de macht toe te treden.

Gevangenisfilms als deze hebben vaak mooie titels die het romantische karakter van deze verhalen vangen, in ieder geval de beste inschrijvingen in het (sub)genre, naast Fugitives ook Jules Dassins Brute Force (1949), over de onmenselijkheid van de samenleving, of Michael Manns The Jericho Mile (1979), over mannelijkheid en het boeddhisme, of Franklin J. Schaffners Papillon (1973), over de 'verwoestende realiteit (van de echte onderwereld) en de barbaarse wijze waarop deze realiteit het establishment ondermijnt’, aldus Patrick O'Brien, vertaler van de memoires van de echte 'Papi’, Henri Charrière.
Ook in het geval van Un Prophète is de titel betekenisvol. 'Profeet’ verwijst naar een nieuwe wereld in West-Europa waarin het multiculturalisme zegeviert, niet zonder geboortepijnen, maar wel uiteindelijk met een sprankje hoop. Maar voor het zo ver is, overheersen geweld en racisme in de gevangenis waarin Malik terechtkomt. Wat hem redt, is zijn vermogen zich aan te passen, als een kameleon. Hij leert bijvoorbeeld lezen en schrijven en ongezien maakt hij het dialect van de Corsicanen het zijne. Door zich niet te verzetten tegen de identiteitscrisis, maar zich te laten oplossen in de multiculturele setting, groeit Malik als mens en krijgt hij steeds meer invloed. Zo reflecteert de wereld binnen de vier muren de wereld daarbuiten. En verdwijnen de grenzen tussen die werelden. En dat is onthutsend om te zien.
Un Prophète is ruw opgenomen, met een nerveuze camera die de personages constant dicht op de huid zit, waardoor een benauwde sfeer ontstaat. Cruciaal is dat regisseur Audiard deze visuele stijl consequent toepast, ook in de scènes buiten de gevangenis. Voor de kijker is ontsnapping onmogelijk; je kijkt met ingehouden adem.
Waar Paul Muni in de jaren dertig in Fugitives de verwoestende uitwerking van de Depressie op gewone mensen belichaamde, is Malik in Prophète de personificatie van de nieuwe Europeaan: streetwise in taal én identiteit, multicultureel in lichaam en geest. Maar of hij ooit vrijkomt, echt vrijkomt, dat is de vraag.

Te zien vanaf 4 februari