Media

Eeuwige roem

Eindelijk even wat anders. Terwijl de gezamenlijke media zich al weken opmaken voor de mokerslag van de verschrikkelijke sneeuwman bij de gemeenteraadsverkiezingen, op een manier die nog het meest doet denken aan een haas in het licht van een koplamp of een aapje voor de opengesperde bek van een slang, voltrekt zich aan de andere kant van de wereld een koningsdrama. Ook een gedoodverfd schaatskampioen blijkt te kunnen falen - om het land in een zelfverklaarde shocktoestand achter te laten.

Een nederlaag? De roem zal de rouw spoedig verdrijven. Sven Kramer mag het goud op de tien kilometer dan misgelopen zijn, juist door zijn fout zal zijn naam voorgoed met grote letters in het geheugen van de natie zijn gegrift - dieper, blijvender ook dan wanneer hij had gewonnen. Hij grossiert tenslotte in overwinningen en de collectieve herinnering werkt nu eenmaal in veel opzichten hetzelfde als het individuele geheugen: pijnlijke ervaringen, schaamte en vernedering verliezen maar weinig van hun kracht. Er bestaat niet zoiets als het tegenovergestelde van een trauma.

Mislukkingen, rampen en ellende binden mensen misschien wel meer samen dan glorieuze momenten uit het verleden, zo betoogde Ernest Renan al in 1882 in zijn beroemde rede over het nationalisme. Dat geldt ook voor de sport. De nederlaag van het Nederlands elftal tegen Duitsland in 1974 overschaduwt nog altijd de gewonnen EK-finale in 1988 - de meeste mensen zullen hun hersens pijnigen te bedenken tegen wie Nederland toen ook al weer speelde…

Er is nog een reden waarom de foute wissel van Kramer onderdeel zal worden van het collectieve geheugen: het enorme aantal kijkers. Bijna zeven miljoen Nederlanders zagen die avond hoe het drama zich voltrok, een aantal dat doorgaans alleen wordt bereikt in de slotrondes van grote voetbaltoernooien. Juist die combinatie van hoge kijkcijfers en meeslepend drama staat garant voor een verankering in de collectieve herinnering. Zo zullen kinderen en kleinkinderen in Nederland nog tientallen jaren het verhaal van de verloren medaille opgedist krijgen.

Het gebeurt tegenwoordig niet vaak meer dat een tv-programma zo'n impact heeft, met uitzondering van, inderdaad, voetbalwedstrijden en sommige nieuwsuitzendingen. Soms zijn er uitschieters, zoals de befaamde uitzending van Peter R. de Vries over Joran van der Sloot, maar in het algemeen heeft de tv als spraakmakende, bindende kracht in de samenleving de laatste decennia veel, heel veel terrein moeten prijsgegeven.

Zet tegenwoordig een willekeurig gezelschap aan tafel en de kans is groot dat er geen enkel programma is dat elke aanwezige kent. Die uitkomst zal anders zijn wanneer de groep niet willekeurig, maar bijvoorbeeld naar leeftijdsgroep wordt samengesteld. Dan wordt de uitkomst anders, althans bij de ouderen, de echte heavy users in televisieland. Zij gedragen zich nog min of meer zoals televisiekijkend Nederland in vroegere decennia en zijn daarmee verantwoordelijk voor wat tegenwoordig als een hoge kijkdichtheid (rond de drie miljoen) wordt gezien. Maar die cijfers halen het niet bij die van de jaren voor 1990.

Het traditionele medialandschap is sinds de komst van commerciële radio- en tv-zenders en, uiteraard, het web radicaal gefragmentariseerd. We zitten onmiskenbaar in een overgangsfase. De mediawereld wordt steeds instabieler. Gevestigde posities staan onder druk, de fluctuaties zijn groot en het jonge publiek zoekt zijn eigen wegen. Daarbij doet tv in haar klassieke vorm er steeds minder toe, behalve wanneer gelijktijdigheid - haar unique selling point - onmiskenbaar voordelen biedt, zoals bij een vallend kabinet, sportwedstrijden of verkiezingsuitslagen.

Maar terwijl de televisie vis-à-vis deze vormveranderingen op een institutionele crisis aankoerst, zien we het web de sociale, bindende rol deels overnemen. Grilliger, onvoorspelbaarder, minder georganiseerd - maar wel een bakermat van nieuwe gemeenschappen van kijkers, rond sites, blogs en kanalen van individuen, organisaties en instellingen. Er zijn pagina’s en films die door vele tientallen miljoenen mensen zijn bekeken en kanalen en sites waarop miljoenen mensen zich al dan niet gratis hebben geabonneerd. Muziek, humor, porno en populaire cultuur zijn weliswaar zwaar oververtegenwoordigd, maar andere genres rukken onweerstaanbaar op.

En zo kan het gebeuren dat van hetzelfde gezelschap dat niet één televisieserie kon verzinnen of een amusementsprogramma dat iedereen kende, verschillende aanwezigen de video Christian the Hugging Lion op YouTube hebben gezien, een blog als Sargasso hebben bezocht of op zoek zijn gegaan naar de hilarische redevoering van EU-commissaris Günther Oettinger of het filmpje Gimme That Christian Side Hug. Dat is een teken aan de wand, precies als het gegeven dat veel digitale zenders uit het betaalde kabelaanbod nog geen fractie van het aantal kijkers hebben van sommige webkanalen.

Televisie-oude-stijl heeft al veel terrein moeten prijsgeven - toch is dit nog maar het begin.