Als Feyenoord-supporter Paul van Dorst een wedstrijd van zijn club wil bezoeken, maakt hij altijd eerst een risicoschatting. Wat voor wedstrijd is het, hoeveel spanning zit erop, is het een avondwedstrijd of overdag? Hij vraagt zich af wanneer het rustig is bij de toegangspoortjes, hoe hij zich moet kleden, of hij de politie en club zal inlichten. Dan bedenkt hij welke route naar De Kuip het rustigst zal zijn en maakt hij tot op zijn plek met niemand oogcontact.

Op de tribune voelt hij zich wat meer op zijn gemak, zijn medesupporters in het vak kent hij al meer dan tien jaar. Toch blijft hij om zich heen kijken, telt hij het aantal zwarte capuchons. Hoe meer, hoe risicovoller, hoe meer zorgen hij zich maakt. Een paar keer zat hij in een ander vak, maar dat maakte hem zo gespannen dat hij nog minder van de wedstrijd zag dan gebruikelijk. Na het laatste fluitsignaal blijft hij lang zitten – als hij eerder opstapt, valt dat op. Er hoeft maar één gek tussen te zitten, zegt hij.

Hij heeft zijn armen over elkaar geslagen, handpalmen op zijn okergele wollen trui. We zitten in een kantoor boven zijn sportschool, dat ook dient als fysioruimte, met uitzicht op een paar jachten die dobberen in de Maashaven. Tussen twee flatgebouwen door kun je het bovenste deel van de Erasmusbrug nog zien. Soms, als hij zijn pols beweegt, licht zijn smartwatch op, met regenboogbandje.

Van Dorst is al 21 jaar Feyenoord-supporter en sinds twee jaar oprichter en voorzitter van lhbtiq+-supportersvereniging Roze Kameraden. Eind 2021 publiceerde De Groene een onderzoek naar geweld tegen hem en zijn roze vereniging, waaruit bleek dat Feyenoord door een kleine, gewelddadige supportersgroep in zijn greep wordt gehouden. Paul van Dorst en de Roze Kameraden waren het voornaamste doelwit, op Van Dorsts sportschool CrossFit Gold Pact werd zelfs een aanslag gepleegd met een brandbom. Sindsdien domineert de dreiging zijn leven, kijkt hij altijd even over zijn schouder, moet hij een risicoschatting maken voordat hij zich naar De Kuip begeeft.

De afgelopen jaren wezen een aantal studies uit dat homonegativiteit, racisme en discriminatie ingebed zijn in de Nederlandse mannenprofvoetbalcompetities. Het zijn voornamelijk de supporters van voetbalclubs die ervoor zorgen dat er een onveilige omgeving ontstaat, zowel op het veld als daarbuiten. De knvb en het kabinet proberen daar sinds 2020 wat aan te veranderen met het aanvalsplan ‘Ons voetbal is van iedereen’, maar dat gaat vooralsnog moeizaam, blijkt uit gesprekken met diverse betrokkenen voorafgaand aan de tweede seizoenshelft. Hoe komt dat? Waarom lijkt de situatie nauwelijks te verbeteren? En wie is daar verantwoordelijk voor?

Rens Cremers doet voor het Mulier Instituut onderzoek naar allerlei vormen van diversiteit in het Nederlandse profvoetbal. Hij ontvangt me op een koude ochtend in een ovaal kantoor in Stadion Galgenwaard. Bij het koffiezetapparaat is er uitzicht op het veld en de tribunes, alsof we ons in een skybox bevinden. Het tapijt heeft stroken als van een atletiekbaan, die meerdere flexwerkruimtes met elkaar verbindt. In een van die ruimtes nemen we plaats aan een lange kunststof tafel.

Profvoetballers geven de algemene homo-acceptatie een ruime onvoldoende, blijkt uit een van zijn onderzoeken. De masculiene voetbalcultuur en negatieve reacties van supporters leiden ertoe dat het voor lhbtiq+’ers vrijwel onmogelijk is om zichzelf te zijn op het veld of in een stadion. De sportcultuur werd van oudsher door witte, heteroseksuele mannen bepaald, vertelt hij. ‘Het is voor die groep moeilijk om zich voor te stellen dat stereotyperende kleedkamerhumor en spreekkoren over lhbtiq+’ers of mensen met een migratieachtergrond kwetsend zijn en vaak méér betekenen dan het grapje’, zegt hij. ‘Het zegt namelijk ook iets over sociale hiërarchie: wie staat boven wie. De interactie tussen kleedkamercultuur en supporterscultuur maakt het voor homomannen heel lastig om open te zijn over hun seksuele voorkeur binnen het profvoetbal.’

Voetbaltribunes zijn volgens hem een plek waar andere dingen mogen en kunnen dan op andere plekken in de samenleving, waardoor roze supporters als Paul van Dorst zich er onveilig voelen. Een aantal stadions is daarom inmiddels uitgerust met slimme camera’s om supporters na wangedrag te signaleren, maar opsporing en vervolging blijven vooralsnog uit vanwege privacywetgeving. Sancties zijn volgens Cremers een goede manier om een norm te stellen, het draagvlak daarvoor is volgens zijn onderzoek bovendien hoog. Maar hij zou liever zien dat supporters, clubbestuurders, spelers en de knvb meer inzetten op een duurzamere oplossing om wangedrag te voorkomen, bijvoorbeeld door middel van cursussen en workshops om bewustwording van het probleem te bevorderen, zoals de John Blankenstein Foundation aanbiedt.

Midden in het Westland zit Karin Blankenstein op een groene bank. Het huis is gedecoreerd met een kerststal, in de vensterbank staat een kerstmanpop in roomwitte kledij, op de achtergrond klinkt Sky Radio. Ze is het jongere zusje van de openlijk homoseksuele ex-scheidsrechter John Blankenstein, die in 2006 te jong stierf. De John Blankenstein Foundation (jbf) zet zich onder haar vleugels sinds 2008 in voor lhbtiq+acceptatie in de Nederlandse sport, waaronder de voetbalwereld, een taak die ze na de dood van John op zich nam. In het Nederlandse profvoetbal krijgt de stichting nauwelijks voet aan de grond: bij slechts zes van de 34 betaaldvoetbalorganisaties is de John Blankenstein Foundation welkom (psv, FC Groningen, FC Emmen, FC Den Bosch, Telstar en Excelsior). ‘Bij de rest komen we gewoon niet binnen’, zegt ze.

‘We willen bij FC Emmen iedereen nemen zoals hij, zij of hen is. Dus, als je transgender wil zijn, dan moet je lekker transgender zijn’

Er zijn volgens haar homoseksuele profvoetballers in Nederland die binnen hun team uit de kast zijn gekomen, maar hun geaardheid voor de buitenwereld verhullen, onder meer uit angst voor de reactie van supporters. Blankenstein is kritisch op betaalvoetbalclubs en de knvb, omdat die wel zeggen dat ze het een belangrijk thema vinden, maar daar niet naar handelen.

‘Daar is geen verklaring voor’, zegt ze. ‘Als er racistische spreekkoren zijn, zoals bij Mendes Moreira (in 2019 ging de toenmalig Excelsior-speler van het veld na racistische uitingen door supporters van FC Den Bosch – pk), gaan de voetbalbond en de politiek meteen rennen. Maar in de Eredivisie werd nog nooit een wedstrijd stilgelegd vanwege homofobe spreekkoren. Dat zal ook niet gebeuren totdat een speler uit de kast durft te komen, omdat we dan pas zien wat het met iemand doet. Tot die tijd zal niemand zijn best doen om de situatie daadwerkelijk te verbeteren. Waarom zouden ze? Ze zijn er toch niet.’

Het Excelsiorstadion in Rotterdam steunt Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreira, nadat hij tijdens een wedstrijd tussen FC Den Bosch en Excelsior in Den Bosch door aanhangers van de thuisclub vanaf de tribune racistisch was bejegend. © Robin Utrecht /ANP

Afgelopen najaar gaf de JBF, een week nadat Feyenoord-aanvoerder Orkun Kökçü en Excelsior-captain Redouan El Yaakoubi weigerden de OneLove-band te dragen, een workshop bij FC Emmen over lhbtiq+-acceptatie. Jos Schaart, sinds twee jaar manager maatschappelijk en verantwoord ondernemen bij de eredivisionist, initieerde de sessie, die toevalligerwijs al gepland stond voorafgaand aan het incident. Begin december ligt stadion De Oude Meerdijk onder een grijs wolkendek, op de parkeerplaats van betonplaten staat hier en daar een verdwaalde auto. Die middag is de oefenwedstrijd van het eerste elftal tegen SV Meppen afgelast vanwege een coronabesmetting bij de Duitse ploeg, de selectie werkt een training af in het stadion. Boven het hoofdgebouw, in de Century Lounge, hebben we vanuit zwartlederen stoelen zicht op een partijvorm.

‘Bij FC Emmen zeggen we nooit nee, heten we iedereen welkom, lopen we altijd een stap harder dan je eigenlijk van ons mag verwachten. Dat gevoel van laagdrempeligheid en ons-kent-ons typeert onze club’, zegt Schaart. ‘De regenboogactie werd ons en de andere profclubs opgelegd door de knvb. Maar wij willen niets doen voor de bühne, zoals de bond van ons verwachtte.’ Tot voor kort besteedde de Drentse club net zo weinig aandacht aan inclusiviteit als andere betaaldvoetbalorganisaties (bvo’s) – de jbf is er pas sinds dit seizoen welkom, na enig aandringen.

‘In eerste instantie draait het nog niet om impact maken’, zegt Schaart. ‘We willen bewustzijn creëren bij onze jeugdtrainers zodat er uiteindelijk op het veld een veilige sportomgeving ontstaat. Er wordt hier op het trainingsveld weleens gezegd dat spelers verdedigen “als wijven” of “als een mietje”. Het was wel grappig, want tijdens die sessie gaf een trainer toe dat hij op het veld eigenlijk een heleboel van dat soort dingen continu riep. “Flikker op”, bijvoorbeeld. Als daardoor iemand zich daadwerkelijk benadeeld voelt, dan moet hij dat niet meer doen en dat inzicht geeft die workshop ons. We willen dat “vieze vuile homo” in de toekomst geen scheldwoord meer is, omdat je daarmee iemand in een hokje drukt of beledigt.’

Hij vervolgt: ‘We willen bij FC Emmen iedereen nemen zoals hij, zij of hen is. Dus, als je transgender wil zijn, dan moet je lekker transgender zijn. En als je homoseksueel bent, dan moet je dat lekker doen, zonder dat we daar een mening over hebben of je anders zullen aankijken. Als iemand uit de lhbtiq+-gemeenschap het gevoel heeft dat je hier niet jezelf kan zijn – al verwacht ik niet dat dat zo is – dan hoop ik dat te horen zodat we onszelf kunnen verbeteren. We doen meer dan andere clubs, maar voelen ons geen voorloper. Uiteindelijk draait het om voetbal en presteren. Als we – met alle respect – alleen maar aandacht besteden aan lhbtiq+-acceptatie, winnen we daar geen wedstrijden mee.’

Het komt misschien wat knullig over, maar de situatie bij FC Emmen illustreert de huidige staat van het Nederlandse profvoetbal. De club is voorloper, hoe klein het verzet en de vooruitgang vooralsnog ook zijn. Andere clubs, zoals FC Twente en Feyenoord, schuwen het onderwerp liever. Bij de Tukkers werkt het bestuur de oprichting van een roze supportersvereniging actief tegen, schreef dagblad Tubantia eind vorig jaar. FC Twente-directeur Paul van der Kraan schreef in een mail aan de aanstaande fanclub dat een lhbtiq+-supportersvereniging mensen zou uitsluiten en daarom ‘indruist tegen inclusiviteit’.

Feyenoord steunt de Roze Kameraden niet in het openbaar, zegt Paul van Dorst in de fysioruimte boven zijn sportschool. ‘De club wist in het begin niet wat ze met ons aan moesten, omdat zij denken dat bij de club iedereen zichzelf kan zijn. Maar hoe harder je dat roept, hoe meer problemen je hebt, hoe meer je doet aan struisvogelpolitiek. Doordat de club zijn steun niet uitspreekt, voelt de harde kern zich gesterkt in het idee dat ze ons moeten aanpakken. Het lijkt soms of het Feyenoord-bestuur moeite heeft om zich in ons te verplaatsen, bijvoorbeeld als ik vertel over de angst die ik ervaar om naar een stadion te gaan. Dan wordt er gezegd: jullie moeten gewoon komen, er gebeurt geen zak. Ik hoef niet met een roze loper binnengehaald te worden of persoonsbeveiliging te krijgen, maar ik zou het wel fijn vinden als de club zich zou inspannen om het voor iedereen veiliger en comfortabeler te maken.’

Na meerdere verzoeken, zowel per mail als telefoon, schrijft een persvoorlichter van Feyenoord dat ‘gelet op de volle agenda’s van de directie geen directeur beschikbaar [is] voor een gesprek met De Groene Amsterdammer’, maar dat ‘Feyenoord veel waarde hecht aan het willen zijn van een club van iedereen en voor iedereen’.

Naast homofobe spreekkoren schallen er ook geregeld racistische en discriminerende leuzen door de stadions. Uit een publicatie van onderzoeker Rens Cremers blijkt dat vier op de tien profvoetballers in Nederlandse competities aangeeft dat dergelijke spreekkoren regelmatig voorkomen. Eén op de zeven heeft er zelf mee te maken gehad; onder spelers met een migratieachtergrond is dat zelfs een kwart. Het valt Cremers op dat racisme en discriminatie vaak niet eens worden herkend. ‘Keer op keer blijkt tijdens onderzoek dat spelers, scheidsrechters en bestuurders geneigd zijn om te zeggen dat ze het niet meemaken, terwijl ze vervolgens allerlei voorbeelden opnoemen die discriminerend of racistisch zijn.’

Misschien wel het bekendste voorval van discriminatie en racisme in het Nederlandse betaald voetbal speelde zich af in het stadion van FC Den Bosch op 17 november 2019. Elke keer dat Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreira aan de bal kwam, werden er sinterklaasliedjes gezongen en oerwoudgeluiden gemaakt, waarop de speler in tranen met zijn ploeg in de catacomben verdween. Op dat moment leek ook de Hitlergroet te worden gebracht, hoewel het OM later zou concluderen dat het om een wegwerpgebaar ging.

De masculiene voetbalcultuur en negatieve reacties van supporters leiden ertoe dat het voor lhbtiq+’ers vrijwel onmogelijk is om zichzelf te zijn op het veld

Dan is de maat vol. Het kabinet en de knvb presenteren een paar maanden later een driejarig aanvalsplan tegen racisme, discriminatie en homonegativiteit – ‘Ons voetbal is van iedereen’ – waar 14,2 miljoen euro voor wordt uitgetrokken. Er worden twintig maatregelen genomen, waaronder de installatie van slimme camera’s in stadions, en er wordt een app ontwikkeld om op een laagdrempelige manier melding te maken van wangedrag. Daarnaast stelt de voetbalbond ex-profvoetballer Houssin Bezzai aan als programmamanager racisme en discriminatie en wordt de onafhankelijke commissie-Mijnals in het leven geroepen, die de bond van gevraagd en ongevraagd advies voorziet over discriminatie en racisme in het Nederlandse voetbal.

knvb-directeur Marianne van Leeuwen had volgens een woordvoerder geen tijd voor een interview, maar programmamanager Houssin Bezzai is wel beschikbaar. ‘De knvb is het probleem niet, wij proberen het probleem juist te tackelen’, zegt hij in de nadagen van het afgelopen jaar. ‘Als er een incident plaatsvindt, zegt men al snel dat de knvb niets doet, terwijl we achter de schermen van alles doen om wanordelijkheden tegen te gaan. Maar het is een ingewikkeld probleem, met name omdat we voetbalclubs er vaak nog van moeten overtuigen dat discriminatie, racisme en homonegativiteit voorkomen. Als we clubs daarmee confronteren, antwoorden ze vaak met: bij ons is iedereen welkom. Dan heb je een lange weg te gaan.’

Tijdens het gesprek geeft hij meermaals aan dat het aanvalsplan ‘iets van de lange adem’ is. ‘Dat willen mensen niet horen, maar dat is écht zo. Soms veranderen dingen niet zo snel, ook niet na drie jaar. Clubs moeten bovendien rekening houden met hun achterban, waarbinnen je alle gangbare meningen terugvindt. Het is geen onwelwillendheid, maar het heeft wel tijd nodig.’ Hij wil graag de lichtpuntjes benadrukken, bijvoorbeeld dat alle twintig maatregelen van het aanvalsplan inmiddels in werking zijn getreden, of dat de OneLove-campagne maatschappelijke discussie op gang brengt, zoals na het incident met Feyenoord-aanvoerder Kökçü. ‘Ik vind het jammer dat we kijken naar wie die band niet droeg, terwijl de rest dat wel deed’, zegt hij.

Ook minister Conny Helder (Langdurige Zorg en Sport, vvd) schrijft in een reactie dat de strijd tegen racisme en discriminatie in het Nederlandse profvoetbal ‘een lange adem’ vergt. De minister noemt het een ‘complex probleem’ en denkt dat de OneLove-campagne ‘een maatschappelijke discussie op gang heeft gebracht’. ‘Die discussie leidt tot meer bewustwording rond discriminatie en inclusie binnen alle geledingen van het voetbal, dus ook het profvoetbal.’ Begin dit jaar verwacht de minister een zogeheten ‘opbrengstenrapportage’ van het Mulier Instituut te ontvangen. ‘Pas dan kan ik meer zeggen over in hoeverre het aanvalsplan heeft bijgedragen aan het tegengaan van racisme en discriminatie binnen het voetbal.’ Het aanvalsplan is inmiddels verlengd tot eind dit jaar. Minister Helder is in overleg met de knvb en andere betrokken partijen om het programma voor een nog langere tijd door te zetten.

Onderzoeker Rens Cremers, die meewerkt aan die opbrengstenrapportage, ziet dat door het aanvalsplan vooruitgang is geboekt. Er is volgens hem groeiend bewustzijn onder bestuurders, supporters en spelers – hoewel summier. De Anne Frank-stichting leidt bijvoorbeeld een zogeheten ‘spreekkorenproject’, bedoeld om supporters bewust te maken van discriminerend gedrag op de tribunes. Er zijn in totaal drie clubs bij aangesloten (Feyenoord, FC Utrecht en FC Den Bosch) – sinds het incident met Mendes Moreira heeft geen enkele nieuwe club zich aangesloten. De app waarmee wangedrag kan worden gemeld weet het publiek nog niet te vinden – in 2022 kwamen er slechts veertig meldingen binnen, waarvan een behoorlijk deel ‘non-melding’: een grap.

Een paar keer per jaar komt het ‘Voetbal voor iedereen’-netwerk samen, waarbij belangengroepen en de knvb de ontwikkelingen op het gebied van discriminatie, racisme en homonegativiteit bespreken. De Suriprofs (een stichting voor Surinaamse profvoetballers), het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders, de Stichting Inspraakorgaan Turken in Nederland en de joodse sportorganisatie Maccabi Nederland waren daarin ook vertegenwoordigd, maar die vier organisaties hebben halverwege 2021 het netwerk verlaten vanwege ‘een verschil van inzicht’. Er is op dit moment geen vervangende afgevaardigde.

Het aanvalsplan van de KNVB en het kabinet lijkt vooralsnog minder impact te hebben dan verwacht. De slimme camera’s staan op hun plek, de straffen zijn zwaarder, de app om discriminatie te melden is in de lucht, de OneLove-campagne ziet er gelikt uit, maar er wordt volgens verschillende betrokkenen een cruciale stap overgeslagen: blijvende bewustwording begint bij workshops en cursussen, en die worden nog onvoldoende ingezet, waardoor alle andere maatregelen ook minder effectief zijn.

Maar dat valt de knvb maar voor een deel te verwijten, zegt Marjan Olfers tijdens een gesprek in een café met uitzicht over het IJ begin dit jaar. Olfers is hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, lid van de commissie-Mijnals – de groep die de knvb van onafhankelijk advies voorziet over racisme- en discriminatiekwesties – en leidt diverse onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag in de sportwereld. ‘De oplossing voor al deze problemen ligt bij de clubs’, zegt ze. ‘Masculiniteit wordt op voetbalclubs gevierd. Daarom is het zo belangrijk dat die organisaties diverser worden, zodat iedereen zich gezien en begrepen voelt. Maar zover zijn de clubs nog niet.’

‘Als we het helemaal afpellen, dan bestaat de knvb bij de gratie van de clubs’, zegt ze. ‘Het knvb-bestuur moet hun steun behouden. Als Marianne van Leeuwen (directeur betaald voetbal van de voetbalbond – pk) ver voor de troepen uitloopt, verliest ze de legitimatie van de profclubs, wordt ze overal afgefikt en is het een kwestie van tijd voordat ze haar koffers kan pakken. Zo werkt de voetballerij. Dus de voetbalbestuurders hebben de macht: zij kunnen iets veranderen als ze dat willen, maar ze zijn gevoelig voor sentimenten die leven bij de harde kern. Elke bestuurder voelt de stille dreiging van de supporters. Als je een beslissing neemt die hun niet zint, staan ze bij je in de tuin.’

Elk gesprek over een inclusievere voetbalwereld komt uiteindelijk uit op de voetbalcultuur op de tribune en in de kleedkamer, ook het interview met hoogleraar Olfers. Het aanvalsplan is drie jaar oud en wordt binnenkort uitgebreid met een online-component, omdat ruim negentig procent van de profvoetballers inmiddels ook op sociale media wordt gediscrimineerd, bleek vorig jaar uit onderzoek van kennisinstituut Movisie. Die ontwikkeling is vanzelfsprekend zorgelijk, maar zorgelijker is dat de strijd tegen discriminatie, racisme en homonegativiteit vooralsnog met horten en stoten van de grond komt.

In het huidige tempo zal het nog jaren duren voordat roze supporters als Paul van Dorst of spelers als Ahmad Mendes Moreira zich veilig wanen in een stadion, laat staan dat een lhbtiq+-voetballer uit de kast komt. Hoe goed de intenties van het kabinet en de knvb ook zijn, de profclubs komen nauwelijks in beweging. Bijna geen enkele club lijkt de urgentie te voelen of actie te willen ondernemen – om de achterban tevreden te houden. Zolang de supporters geen verandering willen zien, zal die er ook niet komen. ‘Waar hebben we het eigenlijk over?’ zegt Marjan Olfers aan het eind van ons gesprek. ‘We hebben het over liefde en mogen zijn wie je bent. Wie kan daar uiteindelijk nou op tegen zijn?’