Efraín Ríos Montt, 16 juni 1926 – 2 april 2018

De lange arm van generaal Ríos Montt reikte ver; hij is nooit veroordeeld voor zijn terreurbewind van zeventien maanden waarbij tienduizenden Guatemalteken werden vermoord of verdwenen.

In januari 2015 liet hij zich op een brancard de rechtszaal inrijden, dekens hoog opgetrokken, ogen schuil achter een zonnebril. Zijn advocaat had laten weten dat de ex-dictator te ziek was om naar de rechtbank te komen. De rechter gaf echter geen krimp. Dat werd een pathetische vertoning. De generaal van staal die ooit bezwoer dat God hem op aarde had gezet om de ongelovigen in zijn land uit te roeien, verschool zich onder de dekens toen hij ten langen leste ter verantwoording werd geroepen. Het theater van Efraín Ríos Montt herinnerde aan dat van zovele andere voorheen sterke mannen die ziek, zwak en misselijk worden wanneer de gevangenis aan de einder opdoemt. Zoals zijn wapenbroeder Pinochet, die na zijn arrestatie in Londen te ziek was om terecht te staan maar die terug in Chili als Lazarus herrees uit zijn rolstoel.

Montts advocaten hadden nóg een kaart achter de hand. In dezelfde zitting wraakten zij de president van de rechtbank omdat deze niet objectief zou zijn. Nieuwe vertraging was het gevolg. Een paar maanden later verklaarde het Nationaal Forensisch Instituut dat de generaal, ‘geestelijk onmachtig’, de aanklachten niet zou kunnen begrijpen en zich niet zou kunnen verdedigen. Hij mocht het nieuwe proces, dat eind vorig jaar begon, in huisarrest afwachten. En nu is hij dood. Hartstilstand in zijn eigen bed op 91-jarige leeftijd. Ontsnapt zonder ooit geboet te hebben voor de misdrijven waarvoor hij verantwoordelijk was. Zonder een dag in de cel te hoeven zitten.

Dat laatste is misschien niet helemaal correct. In mei 2013 moest hij twee nachten in arrest doorbrengen, maar dat was op een legerbasis waar hij als eregast werd behandeld. Officieel is Ríos Montt overleden met een schoon strafblad. Toch is hij wel degelijk veroordeeld: in mei 2013 kreeg hij tachtig jaar wegens misdaden tegen de menselijkheid en genocide. De rechter achtte bewezen dat hij verantwoordelijk was voor de moord op 1711 Ixil-Maya’s. Maar Ríos Montt had nog altijd vele vrienden op hoge posities. Binnen de kortste keren annuleerde het constitutioneel hof het vonnis wegens vermeende vormfouten en besliste dat het proces over gedaan moest worden. De lange arm van de generaal reikte nog altijd ver genoeg.

Efraín Ríos Montt kwam in maart 1982 aan de macht toen hij een staatsgreep leidde tegen een andere militaire dictator, generaal Romeo Lucas García. Geweld was allang de norm in Guatemala, waar de burgeroorlog zich sinds 1960 voortsleepte. Toen daar in 1996 eindelijk een einde aan kwam bedroeg het saldo meer dan 200.000 doden en 45.000 vermisten. Het terreurbewind van Ríos Montt, dat slechts zeventien maanden duurde, overtrof alle andere perioden in geweld. Met name de Maya’s werden gezien als de ‘interne vijand’, als de natuurlijke bondgenoten van de guerrillabeweging urng. Volgens een waarheidscommissie zijn in die zeventien maanden tienduizend mensen vermoord; tienduizend anderen zijn verdwenen. Duizenden vrouwen werden systematisch door soldaten verkracht. In zijn strijd tegen de guerrilla liet Ríos Montt meer dan vierhonderd dorpen platbranden omdat de inwoners de guerrilla zouden steunen. Zo’n honderdduizend Guatemalteken vluchtten naar Mexico. En allemaal uit Gods naam. De meeste militaire dictators in de geschiedenis van Latijns-Amerika bezwoeren dat zij God aan hun zijde hadden. Zij waren vrijwel zonder uitzondering katholiek, maar Ríos Montt had zich aangesloten bij de evangelische sekte El Verbo, de plaatselijke afdeling van de Amerikaanse Gospel Outreach, die de herkerstening van Latijns-Amerika op het oog had.

Ríos Montt stierf thuis, ‘omringd door veel liefde en met een rein geweten’

Bij zijn aantreden als zelfbenoemd president en minister van Defensie kondigde hij aan het ‘nationale leven van bovenaf te moraliseren’. Tijdens zijn bewind predikte hij elke zondagavond op de televisie hel en verdoemenis over al zijn tegenstanders, die zonder uitzondering communisten waren en dus die hel en verdoemenis dik verdienden. Hijzelf deed niets anders dan zijn land en misschien de rest van het continent redden uit de rode klauwen van de ‘subversieven’ en behouden voor Jezus: ‘Een christen moet altijd in zijn ene hand zijn bijbel en in zijn andere zijn machinegeweer hebben.’

In augustus 1984 hadden zijn eigen officieren er genoeg van door een ‘godsdienstwaanzinnige’ te worden misbruikt en werd hij door zijn eigen minister van Defensie generaal Oscar Humberto Mejía Víctores afgezet. Maar Ríos Montt bleef decennialang de machtigste man van Guatemala, zonder dat de schaduw van justitie over hem hing. Hij nam de gedaante aan van een burgerpoliticus met zijn eigen partij Guatemalteeks Republikeins Front (frg). Van 1994 tot 2012 was hij lid van het parlement, vanaf 2000 zelfs als voorzitter. In 1999 werd Ríos Montt in Spanje aangeklaagd wegens genocide door Rigoberta Menchu, de Maya Nobelprijswinnares. Hij ontliep de vervolging dankzij zijn onschendbaarheid als parlementslid.

In 1986 probeerde hij aan de presidentsverkiezingen mee te doen, maar de nieuwe grondwet van een jaar eerder verbood expliciet deelname van ex-coupplegers. De grootste gotspe was dat hij een (vergeefs) beroep deed op de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten om dit verbod op te heffen.

In 2003 mocht hij van zijn vrienden in het constitutioneel hof ondanks het uitdrukkelijk verbod van de grondwet meedoen aan de presidentsverkiezingen. Hij eindigde als derde.

Ríos Montt gold als een van de leiders van wat in Guatemala heet de ‘parallelle structuren’, een crimineel netwerk van ex-militairen die de daadwerkelijke economische en politieke macht van het land vormen. Hij stierf thuis, ‘omringd door veel liefde en met een rein geweten’. De crematieplechtigheid was met militaire eer en werd geleid door de top van het leger van Guatemala.