Egeltjes vrijen tijdens het grote integriteitsdebat

Dinsdagavond debatteerde de Eerste Kamer over haar integriteit. Die lag de afgelopen maanden onder vuur, na openbaring van alle bijbanen en dubbele petten van de senatoren. CDA-senator Elco Brinkman: ‘Deze zelfbevlekking helpt niet om met de samenleving in het reine te komen.’

Den Haag, 13 november 2018, Eerste Kamer © Phil Nijhuis/HH

Integriteit is simpel. Althans, volgens VVD-fractievoorzitter Annemarie Jorritsma in de Eerste Kamer. Voor zichzelf hanteert ze altijd de zeer eenvoudige stelregel: ‘Kan ik hetgeen dat ik doe aan een journalist vertellen, of twijfel ik daarover?’ Over het leger van lobbyisten dat ze in haar decennialange politieke carrière – als Kamerlid, minister, burgemeester en senator – voorbij zag komen, is ze vrij kort: ‘Wij, senatoren, moeten zelf de rug recht houden.’

Voor haar collega’s uit de andere fracties is deze materie echter een stuk minder duidelijk, bleek dinsdag tijdens het grote integriteitsdebat in de Eerste Kamer. De afgelopen maanden zocht menige fractievoorzitter naar de voorwaarden waaraan de integere politicus dient te voldoen. Elco Brinkman (CDA) dook daarvoor in het dichtwerk van Horatius. Integer vitae scelerisque purus. Oftewel: ‘Van onbesproken levenswandel en vrij van schuld.’

SGP’er Peter Schalk hanteert de tien geboden uit de bijbel, terwijl zijn collega’s Esther-Mirjam Sent (PvdA) en Niko Koffeman (Partij voor de Dieren) wijlen minister Ien Dales van Binnenlandse Zaken aanhalen: ‘Een beetje integer bestaat niet. Je bent het of je bent het niet.’ Maar wat integriteit dan inhoudt? Jorritsma citeert Wikipedia in de grote vergaderzaal van de Senaat: ‘Integriteit is de eigenschap van een persoon die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en oprecht is en niet omkoopbaar.’

Tot zo ver de definitie. Gevoeliger ligt de invulling daarvan. Want hoewel iedereen achter het spreekgestoelte nu ‘blij’ en ‘zeer verheugd’ spreekt over het thema kent de aanloop naar het grote integriteitsdebat een hobbelige geschiedenis. De huisregels van de Nederlandse chambre de réflexion voldoen niet, stelt Greco, het Europese samenwerkingsverband voor preventie van corruptie, al sinds 2013. Sterker, de Senaat kent hier nauwelijks een formeel protocol. Er wordt te makkelijk uitgegaan van wederzijds vertrouwen en publieke controle – terwijl transparantie ontbreekt. Daardoor ligt belangenverstrengeling altijd op de loer.

Na het rapport van Greco kwam een speciale Senaatscommissie. Er werd gedebatteerd, om vervolgens de meeste aanbevelingen van de Europese corruptiewaakhond linea recta naar de prullenbak te verwijzen. De Eerste Kamer had geen extra maatregelen nodig omdat ze zelf prima de integriteit bewaakte, vond ze dus zelf.

Totdat het onderzoeksplatform Follow the Money afgelopen september alle 439 bijbanen van de senatoren eens goed bestudeerde en nogal wat dubbele petten telde. En dat leidde tot warrige situaties. Zo vroeg Ria Oomen van het CDA geregeld aan de minister of er een btw-vrijstelling komt over de uitvoeringskosten van kleine pensioenfondsen, terwijl zij ook bestuursvoorzitter is van zo’n klein pensioenfonds.

Fracties doen niet echt hun uiterste best om dit soort dubbele petten te voorkomen. Want zeker dertig senatoren namen, nadat ze waren beëdigd in de Eerste Kamer, een baan aan die ook binnen hun politieke portefeuille valt. Zo accepteerde D66’er Alexander Rinnooy Kan maar liefst vier adviesklussen voor ministeries waarover hij ook het politieke woord voert. Afgelopen najaar bracht hij als ‘verkenner versterking beroepsgroep voor leraren’ een advies uit in opdracht van minister Arie Slob van Onderwijs. Dit advies werd ook besproken in de Senaat, in dezelfde zaal waar hij in juli, als senator, sprak over het lerarentekort.

Veel rumoer bracht het nieuws rondom VVD’er Anne-Wil Duthler. Ze stemde voor een wet waarin adviezen van haar eigen bedrijf waren opgenomen. Het was de Wet maatschappelijke ondersteuning, die zorgtaken overhevelt van het rijk naar gemeenten, een politiek omstreden plan dat dankzij die ene stem van Duthler in 2013 door de Senaat kwam. Door dit nieuws lag de vraag op tafel: in hoeverre kan een senator de regering controleren als haar eigen bedrijf advies uitbrengt aan diezelfde regering?

Het leek vooral een vraag voor de boze buitenwereld, want de leden van de Eerste Kamer zelf zagen geen probleem. Jorritsma (VVD) had weinig zin in een debat, zei ze tegen de pers, uit angst dat straks ‘alleen nog maar baby’s en mensen die nog nooit iets hebben gedaan’ kunnen zetelen in de Senaat.

Vijf maanden later lijkt ze iets te zijn verschoven. Ze gaat ervan uit dat de Eerste Kamer 75 leden telt die 24 uur per dag, zeven dagen per week, integer volksvertegenwoordiger zijn. ‘Maar we hebben allemaal een hoofdfunctie daarnaast, of een mandje vol kleinere nevenfuncties.’ Zelf is ze in haar ‘lange loopbaan’ nog nooit iets onoorbaars tegengekomen. Maar goed: ‘Het is uiterst vervelend als je integriteit ter discussie wordt gesteld.’ Niet zozeer, zegt ze, omdat de politici zelf fouten maken: ‘Maar om onze collega’s te beschermen tegen onterechte aantijgingen.’ Want de interne controle wordt, zegt ze, ‘niet altijd geaccepteerd door de pers’.

Haar houding tekent het hele debat. Ja, de ‘zelfhygiëne’, zoals D66’er Hans Engels het noemt, volstaat niet meer. Maar wat er dan precies moet gebeuren, blijft vaag. De huisregels zullen worden aangescherpt, voor het eerst wordt openlijk gesproken over een gedragscode voor de hele Senaat en wellicht komt er een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Een omgangscode over lobbyisten blijft echter onbespreekbaar.

‘Deze zelfbevlekking helpt niet om met de samenleving in het reine te komen’, stelt CDA’er Elco Brinkman. ‘We moeten niet met een mitrailleur vol wantrouwen schieten op een groep goedwillende personen die de democratie willen dienen.’ Met ‘we’ bedoelt hij alle senatoren en ook ‘de goedwillende personen’ zijn die senatoren. Daarmee vangt hij precies de spagaat waarin de Eerste Kamer zit: de leden moeten zichzelf strengere regels opleggen en dat blijkt lastig.

Want terwijl de fractievoorzitters dinsdagavond achter het spreekgestoelte veel theoretische casussen noemen, lopen de olifanten (Oomen, Duthler en Rinnooy Kan) door de vergaderzaal. Koffeman van de Partij voor de Dieren spreekt wel over de oud-lobbyist van VNO-NCW die 25 jaar lang ministers influisterde. ‘Je staat als een reiger aan de kant van de sloot en wacht af tot de vis voorbij komt’, zei deze belangenbehartiger tegen de Volkskrant. ‘Ze moeten je niet zien.’ Maar Koffeman zegt voor de lieve vrede niet dat dit gaat over CDA-senator Niek Jan van Kesteren – die nog steeds betaald adviseur is van de werkgeversclub.

Brinkman spreekt op zijn beurt cryptisch over de ‘vegetarische keurslager’ die steeds weer tegen de bio-industrie ageert, maar namen worden niet genoemd. Alleen de insider weet dat er wordt gehint naar senator Koffeman, tevens directeur marketing bij De Vegetarische Slager. In de Senaat is het ons-kent-ons, en dat blijft voorlopig zo. Tweederde van de leden in de Eerste Kamer ís namelijk politiek woordvoerder over de sector waar ze daarbuiten zelf werkzaam in zijn, bleek uit het onderzoek van Follow the Money.

Elke uitspraak kan consequenties hebben voor een van de 439 bijbanen. Voor een senator het door heeft, raakt het ineens de eigen nevenfunctie. En zo vormt het grote integriteitsdebat vooral een lastige exercitie egeltjes vrijen. Tiny Kox van de SP toont zich een voorzichtig optimist. ‘Aanvankelijk was de reactie van de Senaat: blijf van ons af. Maar nu kijken we toch hoe het beter kan.’ En: ‘Wij zitten hier om moeilijke problemen op te lossen.’

Over twee weken bepaalt de Senaat hoe het grote integriteitsdebat verder zal lopen, maar er lijkt nog een lange weg te gaan. Jezelf regels opleggen is nou eenmaal moeilijk.