Egypte is de angst voorbij

Caïro – Hamada Saber is een vijftigjarige arbeider. Hij is geen activist. De misdaden van het voormalige regime van Hosni Mubarak kregen hem de straat niet op, maar nu de economische malaise in Egypte steeds groter wordt, trok deze arme huisvader op vrijdag 1 februari naar het presidentieel paleis om te protesteren tegen president Mohammed Morsi en tegen de nieuwste belastingverhogingen, waar juist de lagere sociale klassen door worden getroffen.

De Egyptische president wordt door steeds meer burgers een marionet van de Spirituele Gids van de Moslimbroederschap genoemd. Een groot deel van zijn kiezers heeft zich van hem afgekeerd. De Moslimbroeders liggen van links (uiterst seculier) tot rechts (salafistisch) onder vuur en worden van opportunisme, bedrog en zelfs on-islamitisch gedrag beticht.

De partij reageert als een kat in het nauw en grijpt terug naar dezelfde afweermechanismen als het oude regime. Demonstranten worden door baltigiyya of gewapende bendes aangevallen, een geroutineerde groep van vijftig tot zestig onbekende jonge mannen maakt het Tahrirplein stelselmatig onveilig door vrouwen en westerse journalisten aan te randen en te verkrachten, de politie gebruikt steeds agressiever traangas dat kilometers ver reikt en enorme zicht- en ademhalingsproblemen oplevert, en slaat lukraak op burgers in die met stenen, molotovcocktails en stokken verbeten terugvechten. Het centrum van Caïro is ogenschijnlijk een chaos waar gefrustreerde oversekste jongens tegen alles en iedereen tekeergaan. Maar wie zich in de situatie verdiept, ontdekt al snel dat dit een complete vertekening van de werkelijkheid is. Over de hoofden van de gewone Egyptenaar woedt een strijd tussen jeugd en regerende elite, tussen conservatieve en progressieve krachten, overheid en burger, politie en demonstranten, leger en Moslimbroederschap. In deze strijd is alles politiek, ook het seksueel misbruik dat doelgericht wordt ingezet om de steeds sterkere roep van vrouwen in te dammen.

Dat de aanrandingen en verkrachtingen een politiek wapen zijn, bleek in het geval van Hamada Saber. Op die noodlottige eerste februari werd hij door ordetroepen op de grond gegooid, van zijn kleren ontdaan, in elkaar geslagen en naakt een politiebusje in gesleurd. Beelden van Sabers mishandeling werden binnen enkele uren via internet verspreid en uitgezonden door vrijwel alle commerciële zenders. Een aantal toonaangevende salafistische politici stelde onmiddellijk dat Saber homoseksueel zou zijn en naar de agenten had staan lonken. Een storm aan protest volgde. Een dag later was de zwaar toegetakelde arbeider op tv te zien waar hij vanuit zijn ziekenhuisbed vertelde niet door de politie maar door de ‘revolutionairen’ in elkaar te zijn geslagen. Samen met de beelden van het excessieve politiegeweld vormde het interview voor velen opnieuw een bewijs dat de regering-Morsi dezelfde vormen van intimidatie gebruikt als het regime van Mubarak. Met dit verschil dat de media nu alles vrijelijk uitzenden en burgers op de nationale televisie hun verhaal komen doen. Zo ook de broer van Saber, die hem opriep niet bang te zijn. ‘Heel Egypte weet wat je is overkomen en heel Egypte staat achter je.’ Indrukwekkender nog was de speech van zijn eigen dochter. ‘Papa, ik was bij je, ik heb het met mijn eigen ogen gezien, wees niet bang, je moet de waarheid vertellen: niet de demonstranten, maar de politie heeft je dit aangedaan.’

Opnieuw is het de jeugd die meer moed toont dan de oude generatie. Zij zijn de echte revolutie.