INTERVIEW MET DOUWE DRAAISMA

Eh…

Douwe Draaisma (1953) is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn nieuwe boek, De heimweefabriek, gaat over het effect van ouderdom op het geheugen.

Wat verandert er aan het geheugen als je ouder wordt?

Douwe Draaisma: ‘Er is een belangrijk verschil tussen waar men over klaagt en wat er écht gebeurt. In de topdrie van geheugenklachten bij ouderen staan: namen vergeten, niet op woorden kunnen komen en plannen verzuimen uit te voeren. De grap is: jongeren blijken precies dezelfde klachten te hebben. Op de Beroemde Gezichten Test – waarbij je in hoog tempo bekende gezichten moet herkennen – scoren ouderen niet noemenswaardig slechter dan jongeren.’

Vanwaar dan toch die klachten?

‘Ik denk uit onzekerheid. Een jong persoon die een naam niet weet doet daar laconiek over; een ouder iemand vreest al snel dat hij te maken heeft met de eerste tekenen van dementie. Zeker als je vijftig, vijfenvijftig bent denk je: als ik nu al last krijg, hoe moet dat dan over tien jaar?’

Welke vaardigheden gaan wél aantoonbaar achteruit?

‘Concentratievermogen, dingen uit het hoofd leren, het vermogen om een gebeurtenis te dateren. Dat zijn allemaal gevolgen van biologische veroudering: het hersenweefsel dat ons brein ondersteunt slijt af en daarmee ook de geheugenfuncties en herinneringen.’

Kunnen we het geheugen trainen?

‘Niet zoals je een spier kunt trainen. Wel kun je één hersengebied beter maken. Dat zie je bij mensen die heel goed kunnen dammen of alle nummers van Frank Zappa uit hun hoofd kennen. Hoe meer je van een onderwerp weet, des te makkelijker het wordt om nieuwe informatie in te passen. Dat specialistische geheugen ontbreekt elders. Ton Sijbrands kan twintig partijen simultaan blinddammen, maar wanneer hij naar de groenteboer gaat moet hij nog steeds een boodschappenbriefje mee.’

Toch wordt de markt overspoeld met producten die een verbetering van de hersenen beloven.

‘Producten als Dr. Kawashima’s Brain Training en boeken als Het maakbare brein zijn misleidend. Ze wekken de valse verwachting dat ze geheugenproblemen kunnen voorkomen. Dit weekend nog kreeg ik een mail van een mevrouw bij wier moeder Alzheimer was gediagnosticeerd. Ze had gelezen dat puzzelen en spelletjes een remedie zijn. Zoiets snijdt mij door de ziel. Alzheimer is een ziekte die ontstaat door klontering van eiwitten in de hersenen – dat heeft niets met puzzels te maken.’

Kun je dan helemaal niets doen om het geheugen gezond te houden?

‘Het enige dat je kunt doen is het blijven gebruiken. Dat kost niet extreem veel moeite. Een actief sociaal leven volstaat. Mijn opvatting lijkt op wat Midas Dekkers zei over lichaamsbeweging: als je elke dag gewoon beweegt, is sport niet nodig voor je lijf.’

U lijkt een voorstander van de kabinetsplannen om mensen langer door te laten werken.

Douwe Draaisma: ‘Dat vind ik inderdaad geen slecht idee. Sommige beroepen lenen zich daar natuurlijk beter voor dan andere. Iemand die zijn hele leven voor de klas heeft gestaan is tegen zijn 65ste versleten. Maar een journalist kan best wat langer doorwerken. Kijk naar columnisten als Henk Hofland of Jan Blokker – die schieten nog steeds met scherp.’

In uw boek schrijft u over het reminiscentie-effect: het verschijnsel dat ouderen zich jeugdherinneringen glashelder voor de geest kunnen halen. Waarom juist jeugdherinneringen?

‘Dat weet niemand precies. Wel zijn er een paar theorieën. Het heeft waarschijnlijk deels te maken met de slijtage van de hersenen. Late herinneringen worden hierdoor minder goed opgeslagen dan vroegere. Maar ook het type herinnering is van groot belang. Bij het reminiscentie-effect hebben we te maken met eerste-keer-ervaringen: eerste baan, eerste vriendje of vriendinnetje. Tijdens je adolescentie maak je heel veel mee en is je brein het allerontvankelijkst. Die twee factoren versterken elkaar.’

Heeft het reminiscentie-effect een therapeutisch nut?

‘Het kan een positief effect hebben op ouderen met een beginnende vorm van dementie. Geheugen in Beeld, een project van het Drents Archief en Verpleeghuis Herik te Borger, waarbij ze met oude foto’s van de streek ouderen weer aan het praten proberen te krijgen, is daar een goed voorbeeld van. Ik heb dat een keer mogen aanschouwen. Eerst zat iedereen wat stilletjes voor zich uit te suffen, totdat er foto’s op tafel kwamen. Er ontvlamde kennelijk iets in de hersenen: de herinneringen kwamen los en de dames – in verzorgingstehuizen zitten vooral dames – begonnen druk te praten. Let wel: dit is geen echte therapie. Eerder bezigheidstherapie. Het duurt zolang het duurt.’

Merkt u zelf al iets van het reminiscentie-effect?

‘Ik ben daar met mijn 54 jaar nog niet aan toe. Wel merk ik dat ik de laatste tijd erg de behoefte heb om vrienden van vroeger op te zoeken. Vandaag had ik een spreekbeurt in Vorden, vlak bij Zutphen, waar ik de eerste tien jaar van mijn leven heb gewoond. We zijn een weekend gebleven om te kijken hoe het daar nu is. Dat zijn van die typische reminiscentie-activiteiten waartoe je steeds meer geneigd bent als je ouder wordt.’

Douwe Draaisma, De heimweefabriek: Geheugen, tijd & ouderdom, Historische Uitgeverij, 144 blz., € 15,-

Met dank aan Nynke Dicke