PERQUIN

Ei

Mijn zoon van vier heeft op school gehoord dat je met Pasen chocolade-eieren kunt zoeken. Dat lijkt hem wel wat. Omdat wij thuis nogal moeilijk doen over snoepen heeft hij een tegendraads verlangen ontwikkeld naar enorme hoeveelheden zoetigheid. Zo gaat dat. Gelukkig houdt hij toch vooral van zoeken an sich en is het vinden van wat dan ook (een stok, een elastiekje, een dode vogel) van secundair belang. Dat vind ik een mooie eigenschap. Ik beloof nog niets, maar ik krijg er eigenlijk wel zin in, in het zoeken naar eieren.

De laatste keer dat ik zoiets deed was in januari 2008. Er was een literair festival in Den Haag, waar ik gedichten zou lezen. Voor aanvang was er een buffet, waar men langs talloze warme en koude gerechten schuifelde, met een bord in de hand. Naast mij liep Harry Mulisch. We troffen elkaar bij een bak vol kokosmelk, waarin zich, volgens het bordje, ‘Indische eieren’ moesten bevinden.Er waren twee lange lepels om mee te dreggen. De heer Mulisch en ik staken elk een lepel in de ondoorzichtige vloeistof en gingen op zoek. De bak was groot genoeg om elkaar daarbij niet te hinderen maar hoe we de bodem ook afzochten: geen ei. Een tijdlang roerden we daarom maar gebroederlijk door de melk. Ten slotte wist ik met mijn lepel een ei in de hoek klem te drijven. Ik deed verwoede pogingen om de vangst boven te brengen, maar wist mij daarbij steeds gehinderd door de lepel van Mulisch. Het werd een zwaardgevecht onder de oppervlakte. Iedere keer als ik het ei te pakken had, deelde hij een snelle, verrassend doeltreffende tik uit. En natuurlijk was hij het die het ei ten slotte boven bracht en op zijn bord legde. Hij keek opzij en glimlachte. Ik glimlachte terug. Later dacht ik: ooit moet ik dit nog eens aan mijn zoon vertellen. Moeder herinnert zich hoe zij met Harry Mulisch naar een ei zocht. Maar voorlopig heeft de vierjarige wel wat anders aan zijn hoofd. Hij kijkt naar buiten en speurt de bosjes af. Ergens moet een paashaas zitten.