De Engelse eetcultuur lijkt meer en meer op een lopend buffet

Ei zonder voorspel

‘DE ENIGE MANIER om in Engeland goed te eten’, schreef William Somerset Maugham ooit, ‘is door driemaal daags te ontbijten.’ Deze constatering heeft me altijd als een aanbeveling in de oren geklonken. Ik ben dol op ontbijt, het liefst een Brits ontbijt in de ochtend en een continentaal ontbijt rond het middaguur, compleet met exotische delicatessen als hagelslag, croissants en perenpasteitjes.

In de loop van de middag stelt mijn vrouw de vraag die ik als culinair uitgedaagde elke dag weer vrees: ‘Wat zullen we eten vanavond?’ Ik antwoord dan meestal 'nasi lemak’, het nationale gerecht van mijn vrouws land van herkomst. Het voordeel van deze tamelijk eenvoudige combinatie van sambal, komkommer, ei, pinda’s en in kokosmelk gekookte rijst is dat het niet gebonden is aan een tijdstip. Het is ontbijt, lunch en diner tegelijk. Je kunt het drie keer per dag eten.
Het doet mij dan ook deugd dat de Engelsen hun waardering voor het ontbijt nooit hebben verloren. Sterker, met wolkenkrabbers die bijnamen dragen als 'De augurk’, 'De kaasschaaf’ en 'Het zoutvat’ heeft de Londense skyline iets weg van een ontbijttafel. Regelmatig staan er in The Daily Telegraph boeiende briefwisselingen waarin lezers elkaar bijpraten over manieren om de dag zo goed mogelijk te beginnen. Begin dit jaar speelde bijvoorbeeld de vraag of marmelade - voor zowel Winston Churchill als Paddington Bear het enige probate middel om een dag mee te beginnen - bestand is tegen pindakaas, chocoladepasta en andere Amerikaanse invloeden. Ontroerend was een brief van een echtpaar uit Birmingham dat nog steeds de marmelade bereidt waarvan het recept in 1957 in genoemde krant stond. Het koken van een ei was eveneens onderwerp van publiek debat, waarin een vrouwelijke lezer onder meer beweerde dat ze het minnespel met haar man gebruikte als wekker voor het perfecte zachtgekookte ei.
Volgens onbevestigde berichten is het Engelse adagium 'ontbijten als een koning, lunchen als een prins en dineren als een pauper’ niet meer van deze tijd. Het is ontegenzeggelijk waar dat Londen elke denkbare keuken uit de wereld herbergt. Wat het middaguur betreft, is bovendien de gastro-pub in opkomst, kroegen in duurderde wijken waar het lunchmenu verder gaat dan fish 'n chips met waterige erwten. Tegenover deze geleidelijke verbeteringen staat dat de alledaagse eetcultuur in Engeland steeds meer is gaan lijken op een lopend buffet. Jong en oud eten en drinken hier verticaal, een spoor van blikjes, zakjes en bakjes achterlatend. Rondom prullenbakken neemt de dichtheid van het zwerfvuil toe. De Engelse ereleden van de patatgeneratie blijken een vaag vermoeden te bezitten waar zo'n bak toe dient, maar het exacte gebruik ervan is in de vergetelheid geraakt. Het is een wonder dat overheden nog geen bordjes hebben gefabriceerd met een aanschouwelijke - woorden schieten hun doel voorbij in de hedendaagse beeldcultuur - gebruiksaanwijzing. Op de boulevard van Brighton schijnen zeemeeuwen de lopende eters aan te vallen. Ze staan machteloos tegenover dit hitchcockiaanse natuurgeweld, te meer omdat ze geen bestek gebruiken. Anders dan binnen de Indiase eetcultuur heeft het eten met de handen echter niets te maken met de verfijning van de smaak.
Wie het aanbod van kant-en-klaarmaaltijden in de Engelse supermarkten aanschouwt, kan niet anders dan concluderen dat de keuken in veel huishoudens na het ontbijt amper meer wordt gebruikt. Eettafels staan er verloren bij, als ze er nog staan. De verscheidenheid van voorgebakken lasagne en spaghetti staat in schril contrast met het magere aanbod van verse groenten. Engelsen die een tweede huis in Spanje of Frankrijk bezitten, spreken vaak lyrisch over groente en fruit in die landen. Uiteenlopende opinieleiders als Jamie Oliver en prins Charles hebben opgemerkt dat er in derdewereldlanden vaak beter gekookt wordt dan bij de Engelsen thuis.
Sinds de jaren zeventig is het zelf klaarmaken van een lunchpakket aan het uitsterven. De Engelse Jossen en Edgars kopen snel een dure sandwich van Prêt à Manger om deze aan het bureau op te eten. Dining-al-desko. Het verval van de zelfgemaakte lunch begint al op jonge leeftijd. Ouders die hun kind een boterham met hagelslag, pindakaas of schouderham meegeven, krijgen van de school te horen dat zoiets niet mag wegens respectievelijk zwaarlijvigheid, allergiegevaren of islamgerelateerde bezwaren.
De voornaamste reden dat de Engelsen minder koken en de bloemkool op termijn dreigt uit te sterven is een gebrek aan tijd. Gelukkig vinden ze nog wel de gelegenheid om naar de vele kookprogramma’s te kijken, meer tot vermaak dan ter inspiratie. En vermakelijk is het zeker, te meer omdat je zelfs langs culinaire weg het Britse klassensysteem kunt leren kennen. Delia Smith bedient met haar kiloknallerkippen en blikgroenten de lower-middle class, de vloekende Gordon Ramsay de ambitieuze middle-middle class, de idealistische Jamie Oliver de progressieve upper-middle class, de ethische Hugh Fearnley-Whittingstall de behoudende upper-middle class, de aimabele Rick Stein de kosmopolitische klasse, terwijl Nigella Lawson soms mag koken voor bezoekende staatshoofden. Engelse kranten publiceren steevast de gerechten bij staatsbezoeken en topontmoetingen, dit vanwege mogelijke culi-politieke boodschappen. Genoemde kookprinsen en -prinsessen behoren tot de bestverkopende auteurs van het land. Een gemiddelde Engelse keuken herbergt meer boeken dan de woonkamer.
Aangezien het ontbijt het eenvoudigste onderdeel is van de culinaire drie-eenheid bevat mijn kookbibliotheek slechts één boek: The Entertaining Book van Teresa en Auberon Waugh. Het voldoet prima aan mijn uitgangspunt dat een goed kookboek geen recepten bevat met ingewikkelde maateenheden en onuitspreekbare ingrediënten die alleen buiten mijn vaste supermarktroute te vinden zijn. In dit boek bespreekt de vrouw des huizes per maand op anekdotische wijze wat ze zoal op tafel zet, waarna haar man, in zijn hoedanigheid als voorzitter van The Spectator-wijnclub, aanbeveelt hoe de februaripannenkoeken en septembermosselen moeten worden weggespoeld. De wijnproeverij gaat gepaard met gedenkwaardige opmerkingen als 'The great problem with Christmas guests is how to get rid of them’ en 'It is a terrible thing to advertise marital disagreements in this way, but my wife’s habit of pouring new wine over strawberries, in what D.H. Lawrence called the Italian manner, has always appalled me. It spoils the strawberries, spoils the wine and prevents one drinking anything else.’ Lezend besefte ik hoe Engels ik geworden ben: voor mij is eten amusement geworden. Behalve het ontbijt. Dat is een serieuze aangelegenheid.