Media

Eichmann in Jeruzalem

Er zijn weinig strafzaken die zo'n diepe invloed hebben uitgeoefend op het historisch en politiek bewustzijn als het proces tegen SS-Obersturmbannführer Adolf Eichmann, deze maand precies een halve eeuw geleden, in Jeruzalem.

Voor het eerst, zo leek het, kreeg de wereld onverbloemd te horen wat de Europese joden in de jaren 1939-1945 was aangedaan. Tijdens het Tribunaal van Neurenberg, onmiddellijk na de oorlog, waren de vervolging en vernietiging ook wel aan de orde geweest, maar vooral als onderdeel van veel bredere aanklachten. Dit proces, bijgewoond door ontelbare journalisten en - een noviteit - radio- en televisieploegen, concentreerde zich evenwel uitsluitend op de joodse slachtoffers.
Eichmann had vanaf Hitlers machtsovername in 1933 een sleutelrol vervuld in de uitvoering van wat het regime aanduidde als de Endlösung der Judenfrage - de ‘definitieve oplossing van het joodse vraagstuk’. Zo was hij intensief betrokken bij de verplichte 'emigratie’ van Duitse en Oostenrijkse joden, onder meer naar Palestina, een optie die als gevolg van het uitbreken van de oorlog in 1939 werd afgesneden. Zijn organisatorische talenten waren evenwel niet onopgemerkt gebleven en om die reden werd hij in 1942 belast met de logistieke organisatie van de transporten van miljoenen joden vanuit verschillende landen naar de concentratie- en vernietigingskampen in Polen.
Net als vele andere oorlogsmisdadigers had Eichmann in 1945 weten te ontsnappen. Hij had zich met vrouw en kinderen gevestigd in Argentinië, maar kon ondanks zijn schuilnaam niet voorkomen dat hij werd herkend. Op 11 mei 1960 werd hij op klaarlichte dag in Buenos Aires gekidnapt en naar Israël overgebracht - een perfecte actie, uitgevoerd door 'joodse vrijwilligers’, zoals de Israëlische regering beweerde tijdens de diplomatieke rel die volgde op de ontvoering. In werkelijkheid was de kidnapping verricht door de Israëlische geheime dienst.
In de weken na de bekendmaking van de arrestatie vergaderde het Israëlische kabinet intensief over de manier waarop Eichmann moest worden berecht. Dat dit geen gewone rechtszaak zou worden, stond van meet af aan vast. Premier Ben-Goerion zag het proces als een unieke mogelijkheid de Israëlische jeugd het nodige historisch bewustzijn bij te brengen, maar voor de meeste andere ministers ging het in de eerste plaats om de politieke en internationale uitstraling die van een dergelijk proces uit kon gaan. De gruwelijkheid van de geschiedenis zou de legitimiteit van de staat Israël versterken.
De Israëlische regering stelde alles in het werk om de rechtszaak tot een wereldwijd media event te maken. Niet alleen schrijvende journalisten, ook radio en televisie hadden een vrijwel onbeperkte bewegingsvrijheid in de rechtszaal. Het resultaat was in alle opzichten verpletterend. Zo stuurden alleen de West-Duitse media al vierhonderd journalisten. Maar het waren vooral de vaak hartverscheurende verklaringen van de honderd overlevenden en andere getuigen die een onuitwisbare indruk maakten. In de rechtszaal kreeg de geschiedenis menselijke proporties: het onvoorstelbare feit van zes miljoen vermoorde joden werd in de verhalen van de getuigen voor het eerst tastbaar en inzichtelijk.
Die herkenbaarheid gold evenwel niet alleen de slachtoffers, maar ook de dader. De beelden van Eichmann, gedwee in zijn glazen cabine - het hele proces is onlangs door Yad Vashem op YouTube gezet - veroorzaakten al evenzeer een schok. Deze man leek in niets op het type pathologische misdadiger dat sinds 1945 de populaire, diabolische voorstelling van het nazisme bevolkte. Eichmann ontkende niet wat hij had gedaan, maar achtte zich niet persoonlijk verantwoordelijk: hij had slechts orders van hogerhand uitgevoerd, zo luidde zijn verdediging, zoals een goede ambtenaar betaamde.
Eichmanns verdediging inspireerde filosofe Hannah Arendt, die het proces versloeg voor The New Yorker, tot haar befaamde essay over 'de banaliteit van het kwaad’ - een zienswijze die eerder naar voren was gebracht door Harry Mulisch, in Jeruzalem aanwezig voor Elseviers Weekblad. 'Als in dezelfde jaren niet Adolf Hitler maar Albert Schweitzer rijkskanselier was geweest, en Eichmann had bevel gekregen om alle zieke negers naar moderne hospitalen te vervoeren, dan had hij het zonder mankeren uitgevoerd - met hetzelfde genoegen in zijn eigen stiptheid als bij het werk dat hij nu achter de rug heeft.’ Dus niet alleen de slachtoffers, ook de daders kregen in dit proces een herkenbaar gezicht.
In recente publicaties is erop gewezen dat Arendt in haar analyse van het nazisme en andere totalitaire systemen op cruciale punten de plank missloeg, en dat zij zich bovendien, mét vele anderen, door Eichmann liet misleiden: uit alles blijkt immers dat hij ten diepste overtuigd was van de ideologische juistheid van zijn missie. Deze kritiek is ongetwijfeld juist, maar doet tegelijk onvoldoende recht aan de verdienste van haar poging onderdrukkende regimes te begrijpen - als het werk van mensen, niet van psychopaten.