Eierstokken

We zaten in de kroeg die mijn broertje bestiert.

Niet dat ik zit te wachten op een kleinkind, zei mijn moeder, maar ik vraag me wel af of ik er nog eens een zal krijgen.

Hoezo, zei ik, zit je niet op mijn kind te wachten? Wat is er mis met mijn kind?

Baby’s, zei mijn moeder. Ik weet dat veel mensen dol zijn op baby’s, maar ik heb er niet echt wat mee.

Ze begon te praten over vriendinnen van haar met kleinkinderen en vaste oppasdagen. Dat hoefde ze allemaal niet. Soms is mijn moeder een soort cryptogram, en moet je wat denksprongen maken om uit te komen bij wat ze eigenlijk wil zeggen. In dit geval wilde ze een paar dingen zeggen, ten eerste dat ze hoopt op een kleinkind van mij of mijn broer, en ten tweede dat ze ook wel weet dat het niet haar plaats is zoiets te hopen. Ten derde wilde ze even achterhalen of wij er wel mee bezig waren, of we door hadden hoe snel het leven voorbij raasde, hoe sterfelijk we zijn.



Mama, zei mijn broer, die ons zonder overleg bijschonk, even kalm.

Als er zoiets bestaat als Münchausen by proxy bestaat er vast ook zoiets als Rammelende Eierstokken by proxy. Daarvoor hoef je overigens geen vrouw te zijn – ook mijn vader heeft ze al een poosje. Laatst appte hij me een foto van ons tweeën in Thailand. Ik ben anderhalf en zit in een T-shirt met ananasprint op een stenen olifant. Mijn vader ziet er per ongeluk hip uit in zijn lichtgele hemd en zijn wit-blauwe Onitsuka Tigers. 1989, schrijft hij in de begeleidende tekst, hier was ik zo oud als jij nu!!

Mijn ouders worden omgeven door vrienden met kleinkinderen, zoals sommige van mijn vrienden worden omgeven door vrienden met kinderen. Verjaardagen worden kinderfeestjes, gesprekken buigen onvermijdelijk richting ovulatie, zwangerschapsyoga en de grootte van gaatjes in drinktuitjes.

Ik word er gek van, zegt een goede vriendin, zelf kinderloos. Ze past een tactiek toe waarbij ze simpelweg niet meer ingaat op opmerkingen omtrent kinderen en zwangerschap, en het gesprek zelf richting een ander onderwerp buigt. Als haar vriendin zegt dat haar dochter sinds gister kan omrollen, vraagt zij: las je dat interview met Francis Fukuyama over identiteitspolitiek?

Een andere vriendin stuurde me een foto van een babyshower die ze bezocht – ik vind het moeilijk dit woord op te schrijven, maar het lijkt een algemeen geaccepteerd fenomeen waarbij iedereen geld inlegt voor babycadeaus en in een kring rond de aanstaande moeder cupcakes eet en alcoholvrije champagne drinkt. Vijf van de zes vrouwen (de zesde was mijn vriendin) waren zwanger. Magertjes stak mijn vriendin af tegen al die buiken, variërend in omvang van voetballen tot skippyballen.

Misschien vinden we elkaars levens op een gegeven ­moment allemaal een beetje meelijwekkend

Het ergste is nog, appte ze vanuit de trein terug naar huis, dat ze dan met lage stem aan mij vragen: hoe is het nu met jou. Ze hebben medelijden met me omdat ik de dertig ben gepasseerd en nog altijd alleen ben, of alleen ben met hooguit wat tussenpozen.

Misschien, berichtte ik terug, vinden we elkaars levens op een gegeven moment allemaal een beetje meelijwekkend. Voorzover we niet sterven van afgunst.

Ik sterf niet van afgunst, schreef ze.

Nee, schreef ik terug. Ik eigenlijk ook niet.

En toch bekruipt me de laatste tijd steeds vaker het gevoel dat ik mezelf op een grandioze manier voor de gek houd. Dat ik op een dag wakker word en moet vaststellen dat dit het al die tijd al was, het leven zelf, en dat ik het goeddeels heb verslapen.

Misleid ik mezelf, vroeg ik aan een vriend, ik bedoel: misleid ik mezelf denk je meer dan anderen zichzelf misleiden?

Weer zat ik in de bar van mijn broer, waar ondertussen op groot scherm een voetbalwedstrijd werd uitgezonden. Het was druk, de wedstrijd was belangrijk, iedereen schreeuwde en gooide met bier.

De vriend beaamde dat zelfmisleiding mijn kracht is.

Hoezo dan, vroeg ik hem, met luide stem om boven de herrie uit te komen.

Je verliest je in van alles, zei hij, eveneens met luide stem.

De tegenpartij maakte een doelpunt, mijn broer sloeg hard op de bar. De hoopvolle stemming bij het begin van de wedstrijd had plaatsgemaakt voor iets wat begon te lijken op verslagenheid.

Maar ja, zei mijn vriend. Geen talent zonder hoogmoed en geen hoogmoed zonder zelfmisleiding.

Misschien is het een definitie van liefde dat je voor een ander recht breit wat krom is, zodat die ander weer even verder kan, door de wind heen terug naar huis, waar een hondje wacht en altijd zal wachten, tot het sterft, maar ook dat kun je voorlopig ontkennen.