Eigen dynamiek

Al dertig jaar geleden zei men: ‘Dit en dit heeft zijn eigen dynamiek.’
In het studentenblad waarin ik toen schreef, was deze uitdrukking verboden. ‘Wat bedoel je daar in godsnaam mee’, zei een redacteur eens tegen een andere redacteur.‘

‘Nou… een proces dat je niet in de hand kunt houden.’
‘Een proces dat je niet in de hand kunt houden… wat lul je nou, jongen.’
‘Eigen dynamiek’ was ‘verboden, want verhullend taalgebruik’.
Jaren later mocht ik voor de krant af en toe ‘Den Haag’ volgen.
En daar hoorde ik die uitdrukking weer.
‘En dan zie je’, zei een politicus tegen mij, de journalist, ‘dat zoiets zijn eigen dynamiek krijgt.’
Ik stond meteen op mijn achterste benen. Wat bedoelde mijnheer Van Mierlo hier precies mee?
Van Mierlo kwam toen met een wiskundige metafoor aanzetten.
‘Je wilt A plus B om C te bereiken. Maar in de politiek is A plus B niet C, maar het kwadraat van C, of min-C, of Z, of F.’
Ik schreef dit antwoord keurig op, maar mijn eindredacteur haalde het uit het vraaggesprek. ‘We gaan Van Mierlo niet op deze kinderachtige manier voor lul zetten.’
‘Maar hij heeft het echt gezegd.’
‘Dan nog. De lezers begrijpen het niet.’
De eigen dynamiek. Ik voelde die dynamiek aan den lijve toen Theo van Gogh was vermoord en ik werd gerekend tot de goede vrienden. Alles, maar dan ook alles, kreeg zijn eigen dynamiek. A plus B was nooit C - je kon nergens van op aan.
Zo meende ik dat het hoofdthema bij de moord op Van Gogh was: de islam. Maar het werd - ook door mij - de vrijheid van meningsuiting. Ook dat kreeg ‘zijn eigen dynamiek’. Die vrijheid van meningsuiting bleek niet onbegrensd. We moesten de grenzen bepalen. Theo had die grenzen overschreden. Dus was het misschien wel zijn eigen schuld. Ik werd daar natuurlijk boos over, en klom weer in de pen. Ik werkte aan de dynamiek mee. Wat ‘islam’ was, hoe je de ‘islam’ moest interpreteren, kreeg ook weer zijn eigen dynamiek. Ik kocht een tijdlang zo veel mogelijk boeken over dit onderwerp om goed beslagen ten ijs te komen op de debatten waar ik wel eens werd uitgenodigd. Maar ook die debatten hadden ‘hun eigen dynamiek’. We begonnen met: ‘Hoe komen we tot elkaar’, maar we eindigden met scheldpartijen, oproepen tot solidariteit, boze organisatoren, en ik zag Van Mierlo wel eens - op een boekpresentatie, zo herinner ik me nu - en vroeg hem naar een analyse van die zogenaamde ‘eigen dynamiek’.
Hij bleef het woord ‘proces’ hanteren en zei: ‘Menselijke processen zijn nooit chemische processen.’ Dat was kort en kernachtig, en ik meende dat hij gelijk had.
Maar had ik wat aan dat antwoord?
Voor mij bleef die eigen dynamiek raadselachtig.
Kijk, daar had je bijvoorbeeld de directeur van de AIVD. Die vertelde aan de ouders van Theo van Gogh dat bepaalde tapejes waarop gesprekken met de Hofstadgroep waren afgeluisterd wel bestonden. Terwijl Binnenlandse Zaken juist had betoogd dat die tapejes waren vernietigd. Aha, een zaak, dacht ik. Vergeet het maar. Want: eigen dynamiek. Een minister die haar eigen AIVD verdedigde, iemand die zei dat die tapejes er eigenlijk helemaal niet toe deden, iemand anders die zei ‘dat er sowieso’ geen tapejes konden zijn, maar dat veel belangrijker was dat er nieuwe regels zouden komen waardoor de Tweede Kamer zou kunnen toetsen… et cetera, et cetera, et cetera. Tegen de eigen dynamiek viel weinig te doen.
Ik zie het nu weer bij het proces-Wilders, bij Kunduz en in Libië.
Het gaat om een etentje, om de salarissen van de agenten en in Libië gaat het om… dat weet niemand meer.
Eigen dynamiek.