Eigen logica

Enthousiast kun je de ontvangst van La cite des enfants perdus van Jean-Pierre Jeunet en Marc Caro door de Nederlandse kritiek niet noemen. De film zou nietszeggend, saai en flauw zijn. Hij zou niet spannend en niet eng zijn. De bedoeling van de film zou onduidelijk zijn. Het scenario zou knullig zijn. Het verhaal zou kinderachtig en anekdotisch zijn als een stripverhaal of er zou zelfs helemaal geen verhaal zijn. Als er wel sprake is van een verhaal dan zou dat enorm worden vertraagd door een omslachtige reeks trucjes. De personages zouden geen inhoud hebben en louter allegorieen, symbolen of wandelende spreekwoorden zijn. De decors en de aankleding zouden te overdadig zijn. Ze zouden opera-achtige proporties hebben.

Toen ik de film een klein half jaar geleden in Cannes voor het eerst zag, geloofde ik mijn ogen niet. De visuele virtuositeit spatte van het enorme doek af. Ik genoot erg van de ironische gotisch-industriele stijl van de film en het plezier en het vernuft dat de makers hadden geinvesteerd bij het toepassen van zeer verbluffende speciale effecten. Ik volgde met genoegen hun varianten op onverwoestbare verhaalthema’s zoals die in de klassieke verfilmingen van The Wizard of Oz en Alice in Wonderland ook zijn verbeeld en die natuurlijk teruggaan op het rijke erfgoed dat zo nijver door Andersen en de Grimms is opgetekend.
Onder de titel The City of Lost Children is de film net in Nederland uitgebracht en ben ik nog maar eens gaan kijken. Ik vertrouwde meer op mijn geheugen dan op de negatieve recensies. Ondanks de Engelse titel gaat het gelukkig gewoon om de Franse versie. En ik heb er weer met evenveel plezier naar gekeken. Misschien wel met hetzelfde plezier als waarmee op dit moment een vol zaaltje mensen in het Parijse Quartier Latin naar De Noordelingen van Alex van Warmerdam kijkt. Genieten van het speciale gevoel voor stijl, humor en absurdisme dat zo'n film tot in alle hoeken, gaten en details iets eigens geeft. Genieten van het talent, het zelfvertrouwen en het vakmanschap waarmee zo'n film gemaakt is. De stad van de verloren kinderen is als het Gotham van Tim Burton. Niemand komt op het idee om van Batman diepgang te verwachten, want de essentie bevindt zich aan de oppervlakte. De buitenkant, de aankleding en het decor zijn zelf het wezenlijke en de inhoud. Uiteraard ondervindt het verhaal het ene oponthoud na het andere, want het uitstellen van de onvermijdelijke uitkomst is fundamenteel aan het genre. Maar kennelijk is The City/La Cite door velen niet opgevat als een speelse genre-film en werden er paradoxale eisen aan gesteld. Op het moment dat de filmmakers er lol aan beleven om via een leuke, slimme en gek uitgesponnen reeks schijnbaar toevallige gebeurtenissen het verhaal een onverwachte wending te geven, heeft het weinig zin - je zou ook kunnen zeggen: is het dom - om te klagen dat de handeling onnodig omslachtig verloopt. De omslachtigheid was hier het ultieme streven.
Dat laat uiteraard de mogelijkheid open om kritiek te hebben op de kwaliteit van de omslachtigheid zelf. Maar wie niet tegen zijpaden kan, moet zich niet in een doolhof wagen en zeker niet in het stijlvolle labyrint van Jeunet & Caro. Van een Piranesi zeg je toch ook niet dat zijn verbeelding van het ondergrondse Rome uit wel erg veel gangen bestaat en van Escher zeg je toch ook niet dat zijn trappen niet deugen? Niet iedere gang heeft een uitgang en niet iedere trap voert naar boven. Zo heeft niet iedere film een logisch verhaal volgens de alledaagse wetten van de aannemelijkheid en hebben niet alle personages een psychologisch doortekende blauwdruk. Er zijn films die hun eigen logica stellen en binnen die eigen logica verloopt het verhaal van Jeunet & Caro als een geolied uurwerk. Er zijn personages met een eigen opvatting over inhoud. Ooit de klacht gehoord dat de Scarecrow uit The Wizard of Oz een houterig personage is met een hoofd vol stro?