Eigen ramp eerst

We worden geregeerd door incidenten. Niet de leugen en niet onze ministers bepalen vorm en inhoud van onze maatschappij, wel rampen en ziekten. De vuurwerkfabriek en het café zetten uit het niets handhaving van regels op de agenda. Nu mond- en klauwzeer de gekkekoeienziekte opvolgt, is iedereen het erover eens dat «iets» aan de landbouw hervormd moet. Dat «iets» is nogal eens ongewis. In partijprogramma’s bijvoorbeeld staan wel bezweringen over diverse zaken («Asiel zoeken doe je maar alleen», «Unilever in staatshanden») maar coalitievorming staat realisering meestal succesvol in de weg. Wat men al regerend onderneemt, wordt vaak door andere impulsen dan politieke programma’s bepaald.

Zo struikelen we van incident naar incident, zonder ooit onze stem over de oplossingen te geven. Wie denkt aan onderwijs, trein en stroom weet welke plagen ons te wachten staan. Doorgaan met oude politiek betekent een democratisch gat van jewelste. Zodoende stel ik voor in de toekomst op rampen te stemmen in plaats van op politici. Dat geeft de politiek een grotere legitimiteit, daar veel nieuw beleid nu eenmaal in grote mate van die beproevingen afhangt. Het werkt simpel. Vervang de partijen door rampenscenario’s. Naarmate je meer de smoor in hebt over stilstaande treinen, of het vooruitzicht van wegvallende energie, breng je je stem uit op een te voorziene crisis en de figuren die daar wat aan willen doen. Dus «Kies Krach» of «Stem stroomuitval» in plaats van «Kies Kok».

Incidentenpolitiek verheffen tot de norm heeft een hoop voordelen. In een van diepgaand debat verstoken tijd, waarin politici geen eer leggen in het hebben van grote plannen, is een goede ramp onmisbaar om vernieuwing te realiseren. Hoe wordt men anders tot daden gebracht? De cruciale verbetering van institutionalisering van de incidentenpolitiek zit in het omzeilen van de paniekreactie. Nu lijkt in noodsituaties snel handelen het eerste gebod. Door de angst om kiezers te verliezen houdt men het hoofd zelden een jaartje koel om een probleem definitief te doorgronden.

Zie de landbouw. Daar is het algemene gevoel over de crisisoorzaken dat de boeren lange tijd te veel uit hun vee en land hebben geperst. Verandering moet er dus op zijn gericht meer toegewijd aan de waarden van beest en natuur te produceren. Minder efficiënt kortom. Ook een criticus van dit «biologisch boeren» als Midas Dekkers neemt, met zijn pleidooi voor eten uit de fabriek, doelmatigheid als uitgangspunt. De noodsituatie verhindert dat vragen als: «Voor wie maken we het voedsel? Wil Nederland wel een exportland zijn?» aan bod komen. Om die fundamentelere kwesties in een gestreste omgeving toch te beantwoorden heb je mensen nodig die in een crisis zeggen: «Hier moet onmiddellijk geen eind aan komen!» Maar politici die zich op de borst kloppen omdat ze ook vandaag niets besloten hebben, zijn vaak minder populair.

Stemmen op plagen met reeds doordachte oplossingen dwingt tot nieuwe bedachtzaamheid. Ook behoudzuchtige lieden die gewoon waren op een mobiele ontbering als Annemarie Jorritsma te stemmen, boeken vooruitgang. Ze kunnen hun voorkeur handhaven en krijgen misschien ook een uitkomst aangereikt.