Eigen cultuur eerst Populisme in Europa

Eigenaren van de immigratie

Rechts-populisten hebben een stevige niche gecreëerd. ‘Ze behouden hun imago van outsiders, maar sluiten achter de schermen compromissen.’

Medium 07824291

RECHTS-POPULISME in Nederland is geen tijdelijk verschijnsel, daarover zijn zes vooraanstaande specialisten het snel eens. Vroeger dachten politicologen misschien dat rechts-populistische partijen in Europa ‘episodisch’ waren. Snel stijgen en net zo hard weer instorten. 'Als dat vroeger al waar was, is dat in ieder geval niet meer zo - in Italië is de Lega Nord zelfs de oudste partij in het parlement’, zegt Duncan McDonnell, coauteur van Twenty-First Century Populism: The Spectre of Western European Democracy.
En McDonnells Nederlandse collega Cas Mudde, auteur van het door collega’s zeer gewaardeerde Populist Radical Right Parties in Europe: 'Er is geen wetenschappelijk bewijs dat een electorale strategie de rechts-populistische kiezers terug kan brengen naar de oude partijen. Zij zullen moeten accepteren dat twintig procent van het electoraat op een antidemocratische partij stemt.’
De belangrijkste reden voor de bestendigheid van rechts-populistische partijen is simpelweg de steun voor hun standpunten. Wouter van der Brug, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam: 'Enquêtes onder kiezers tonen aan dat vanaf het begin van de jaren negentig een meerderheid van de burgers vond dat migranten buitengehouden moeten worden en dat ze moeten integreren. In veel landen heb je de grote groei van rechts-populistische partijen in die periode meteen gehad. Nederland was er laat mee.’
Over de opkomst van rechts-populistische partijen wordt veel onzin geschreven. Althans: zaken die bij nader wetenschappelijk onderzoek onwaar bleken. Een ervan is dat rechts-populistische partijen leunen op kiezers die thuisblijven bij verkiezingen waarbij ze niet op Pim Fortuyn, Rita Verdonk of Geert Wilders konden stemmen.
Een tweede misverstand is het beeld van pvv-stemmers, meent Van der Brug: 'Uit onderzoek komt vooral naar voren hoe normaal de doorsnee kiezer is die op een rechts-populistische partij stemt: het gaat niet om negatieve emoties, maar ze maken een rationele keuze voor de standpunten, net als bij andere partijen.’ Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa zijn rechts-populistische kiezers pragmatisch: 'Ze stemmen op standpunten, maar wegen ook af welk resultaat ze daarmee kunnen bereiken. Dat laatste is ook de reden van de leegloop van het Vlaams Belang. Mensen die daar twintig jaar op hebben gestemd en het Vlaams Belang nooit hebben zien regeren, lopen massaal naar een concurrent die op punten vergelijkbare standpunten heeft, maar die wél regeringskansen lijkt te hebben.’
Een derde misvatting is het idee dat het binnenlaten van populisten in de regering de meest kordate remedie is tegen hun aantrekkingskracht op kiezers. Of, ook vaak gehoord: dat regeringsdeelname populistische partijen dwingt hun toon te matigen en dat alle concessies die zij moeten doen hun aanhang teleurstelt en wegjaagt. 'Er bestaat een heel stapeltje literatuur dat “bewijst” dat rechts-populistische partijen hun identiteit niet kunnen vasthouden als ze de regering in gaan’, zegt de tweede auteur van Twenty-First Century Populism, de Italiaanse politicoloog Daniele Albertazzi van de Universiteit van Birmingham. 'Een ander stapeltje literatuur “bewijst” dat regeringsdeelname de interne spanningen in zulke partijen tot uitbarsting brengt. Maar in praktijk blijkt daar niets van. Ook binnen de regering blijken populisten te kunnen doorgroeien.’
Onderzoeker Tjitske Akkerman van de Universiteit van Amsterdam liet onlangs dezelfde waarschuwing uitgaan. 'De implosie van de lpf in 2002 is slecht vergelijkingsmateriaal. Fortuyn was een speciaal geval, want hij was dood’, zegt ze. 'Wie kijkt naar andere gevallen waarin Europese rechts-populistische partijen in de regering komen of er gedoogsteun aan geven, ziet dat ze electoraal succesvol blijven of groeien, terwijl het regeringsbeleid op het terrein van immigratie en integratie in alle gevallen opschuift naar hun kant.’
Wie hoopt dat rechts-populistische partijen daarmee tevreden in de coulissen terugkeren, komt bedrogen uit. Akkerman: 'Rechts-populistische partijen in de regering nemen én krijgen de ruimte van hun coalitiepartners om zich voortdurend tegen het beleid af te zetten - in Zwitserland organiseerde de svp zelfs een referendum tegen het beleid van de regering waar ze zelf inzat. Zo plukken die partijen de vruchten van een oppositierol terwijl ze wel het beleid sturen. En daarbij blijft hun retoriek even radicaal en scherp als voorheen. Met Wilders zal het niet anders zijn. De brief van Klink geeft aan dat hij zich daar al op voorbereidt.’
De scherpe woorden van Wilders voor andere politici, zoals onlangs cda-voorzitter Henk Bleker, zijn niet een typisch product van zijn stijl. Het is eerder een zorgvuldige politieke methode, stelt Albertazzi: 'Het vermogen om vijanden te vinden bínnen de eigen regeringscoalitie en het uitvechten van interne conflicten is een van de sleutels voor succes van rechts-populistische politici op lange termijn. De Lega Nord is altijd, echt voort-du-rend, aan het vechten met coalitiegenoten binnen de regering-Berlusconi. Ze pikken iemand van een andere partij eruit en nemen die eindeloos te grazen. Zo behouden ze hun imago van outsiders en straatvechters, terwijl ze achter de schermen compromissen sluiten en van hun aanvallen een ruilobject maken. Wilders heeft dit ongetwijfeld van de Lega afgekeken. Echt, het imago van de Lega als een stel domme rouwdouwers is totaal onterecht: het zijn zeer slimme politici die de kunst van het spel zeer goed beheersen.’
Ook Wilders krijgt dat compliment regelmatig bij de rondgang onder specialisten. 'Het wordt wel eens vergeten, maar in het trekken van stemmers en zetels is Wilders in Nederland de top’, zegt bijvoorbeeld politicoloog Cas Mudde, die lang in Antwerpen doceerde en de laatste jaren aan een rondgang langs Amerikaanse universiteiten bezig is. Mudde ziet de sleutel voor het succes van Wilders in issue ownership, een term die aangeeft dat kiezers een bepaald politiek thema associëren met één politicus, en hem op dat terrein ook het meest vertrouwen. Zolang immigratie het politieke debat en de media domineert, is dat volgens de theorie van issue ownership altijd in het voordeel van Wilders. Of andere politici Wilders op dat terrein aanvallen of juist met hem meegaan, maakt niet uit; omdat het thema in de ogen van veel kiezers 'van hem’ is, speelt hem dat altijd in de kaart. 'Dat mechanisme zie je overal in Europa. Het komt ongeloofwaardig over als andere politici zich opeens op het terrein van rechts-populisten gaan begeven. In Nederland probeert de vvd het thema van immigratie op te pakken, maar dat lukt steeds niet.’
Mudde gelooft stellig dat Wilders de verkiezingen had gewonnen als immigratie en de islam boven aan de agenda waren blijven staan: 'In de Eurobarometer zag je dat de economie de islam als punt van zorg helemaal verdrong. Wilders reageerde met zijn behoudende linkse economische agenda, maar hier was hij het die zich buiten zijn terrein begaf. Hij heeft daar uiteindelijk de verkiezingen op verloren.’
Het issue ownership biedt andere partijen uiteindelijk aanknopingspunten tegen Wilders, denkt Mudde: 'Het grootste misverstand is dat andere partijen zich kunnen herstellen door te “luisteren naar de burger”, zoals dat in Den Haag heet. Wie dat probeert, luistert uiteindelijk naar degene met de grootste bek. Het probleem is dat een partij geloofwaardig moet zijn in de ogen van een groot deel van het electoraat. Dat kan alleen door ideologisch gefundeerd te zijn en consequent vorm te geven aan de boodschap - de pvda moet sociaal-democratisch zijn, de vvd conservatief-liberaal, het cda christen-democratisch. Nu zie je dat die partijen hun beleid ad hoc formuleren terwijl Wilders het wel zeer consistent doet. Als je naar kiezersonderzoek kijkt, zit er geen enkele winst in een pro-islam- of een pro-multiculturele agenda. Maar Wilders roept zoveel weerstand op dat het zeer lucratief is om je te profileren als de anti-Wilders. d66 schoot daarmee in de peilingen omhoog. De pvda probeert het nu ook.’

DE VRAAG of oude partijen zich met succes op het terrein van rechts-populistische partijen kunnen begeven, is nog een open debat. Niet iedereen gelooft in issue ownership. De Amerikaanse sociologe Mabel Berezin meent dat de Franse president Nicolas Sarkozy heeft aangetoond hoe centrum-rechtse partijen de populisten aan hun rechterzijde kunnen wegdrukken: 'Elke keer dat het Front National opleefde tijdens zijn presidentschap reageerde Sarkozy met symboolpolitiek. Hij voerde in 2007 een slim dansje op rond het referendum over de EU-grondwet en schermt nu met rechts-populistische thema’s als de Roma, de boerka en de Franse identiteit. Hij heeft aangetoond dat je rechts-populistische partijen kunt neutraliseren als je hun problematische standpunten oppikt.’
Veel andere wetenschappers zijn het daarmee eens. Over de oorzaken, daarentegen, wordt verschillend gedacht. De conclusie is veelal dat het complex is. De overzichtelijkheid en simpelheid van vroegere verklaringen voor rechts-populisme zijn verdwenen - de 'proteststemtheorie’ heeft nog maar weinig aanhangers en weinig experts geloven nog in een verklaring die hangt op opleidingsniveau. 'Het zijn single gun man-theorieën die er één factor uittillen’, zegt Duncan McDonnell. 'Maar in een geval als Nederland kun je moeiteloos vijf, zes oorzaken aanwijzen voor het groeiende populisme. Wat te denken van een populatie moslims die binnen een generatie van praktisch nul naar een miljoen stijgt, alsof dat niets met het succes van de pvv te maken heeft.’ Een andere verklaring is dat in een tijd van marktwerking, economische schaalvergroting en een kleinere welvaartsstaat de kiezers zich vasthouden aan het lokale, het culturele en aan economische bescherming.
Maar alleen kijken naar redenen waarom kiezers aangetrokken worden tot een rechts-populistische agenda is te beperkt. 'Je moet kijken naar de vraagzijde én naar het aanbod’, zegt bijvoorbeeld Cas Mudde. 'Het maakt uit of de pvv geleid wordt door Geert Wilders of door een aap. Je hoeft Wilders alleen maar naast Janmaat te zetten om te vermoeden dat daar ook wel een oorzaak zit voor het verschil in succes.’
Veel onderzoekers verklaren via die 'aanbodzijde’ het opmerkelijke verschil in rechts-populistische successen in verschillende Europese landen. 'In mijn land, Ierland, is er volgens kiezersonderzoek een groot potentieel voor rechts-populisme, maar er is niemand van voldoende kwaliteit ingestapt’, zegt McDonnell. 'In Engeland zie je hetzelfde met de bnp, die zich maar niet kan losmaken van het schandaalniveau.’ Duitsland is een ander rechts-populistisch zwart gat. 'Rechtse populisten liepen daar al snel rond met runentekens en dergelijke’, zegt Wouter van der Brug. 'Rechts-populistische kiezers in heel Europa willen daar helemaal niet op stemmen, zeker niet in Duitsland.’
Wat de toekomst van Wilders’ partij betreft is nog een andere, persoonlijke factor van Wilders belangrijk: zijn uithoudingsvermogen. 'Zelfs met een kleine fractie had Wilders moeite om centrale controle te houden, toen bleek dat Hero Brinkman een meer democratische partijstructuur wilde’, zegt Tjitske Akkerman. 'Maar ook fysiek lijkt het me niet vol te houden dat alle lijntjes enkel via Wilders blijven lopen. Rondom de formatie werd al gezegd dat Wilders de uitputting nabij was. Het wordt volgens mij te veel voor één man. Tenminste, voor een man die niet kan delegeren.’
In dat licht is de gedoogvariant wellicht om meer redenen voor Wilders de beste optie. 'Het is voor hem het droomscenario’, zegt Albertazzi. 'Hij heeft geen capabele mensen en houdt zo greep op zijn partij. En hij kan het beleid sturen en tegelijk aanvallen. Of de pvv op lange termijn op deze manier kan blijven bestaan, betwijfel ik zeer. Maar op dit moment zou Wilders zich niet beter kunnen wensen.’

Beeld: Phil Nijhuis/HH