Op het piepkleine station van Greenport, een havenstadje in de noordelijke punt van Long Island, stopt één keer per dag een trein. Long Island is over het algemeen een vakantieoord voor welgestelde tot puissant rijke New Yorkers (zie The Great Gatsby en die ene aflevering van Sex and the City waarin Samantha een feest organiseert voor een multimiljonair in The Hamptons), men rijdt er rond in grote zwarte SUV’s met geblindeerde ramen en de airco op min zeven, de trein is er voor de mensen die naar het eiland komen om er te werken voor de rijken. En voor toeristen als wij, hardnekkig Europees en gehecht aan de romantiek van de spoorwegen.

De ferry tussen Greenport en Shelter Island, een eiland ingeklemd tussen de noordelijke en zuidelijke vork van Long Island, voer af en aan met scheepsladingen vol kleine vrachtwagens, bestelbusjes, heftrucks en betonmolens.

Het lijkt wel, zei ik tegen mijn reisgenoot, of daar een compleet eiland uit de grond moet worden gestampt.

Dit bleek niet ver bezijden de waarheid. Eenmaal aan de overkant (samen met één andere voetganger ingeklemd tussen voertuigen met wielen die tot onze oksels kwamen), bleken overal grootscheepse operaties gaande om het eiland zomerklaar te maken. De luiken van de prachtige houten, negentiende-eeuwse Carpenter Gothic-villa’s in pastelgeel, -groen en -blauw waren gesloten, maar overal zag je mannen en jongens met gebruinde schouders in wifebeaters kuilen graven en beton storten. Tuinen werden aangeharkt, heggen gesnoeid. De boekwinkel, de delicatessenzaak en de massagesalon waren gesloten, maar de sandwichshop was open. Tussen de werkers aten we een broodje.

We wandelden verder, het was een stralende dag: hard zonlicht, frisse lucht, fonkelende zee tussen de kieren van wellustige appelbloesems en kornoeljes. Buiten ons, en iedereen die bezig was het eiland op te tuigen, was er niemand. De golfbaan was leeg, het hotel werd verbouwd. In de etalage van een donker makelaarskantoor hingen foto’s van het aanbod: villa’s van vier miljoen, zes miljoen, 21 miljoen. Hoe exorbitanter de prijs, hoe minder je zag van de huizen zelf. Het enige wat overbleef van al die miljoenen waren luchtfoto’s met rode vierkanten: dit hier is je eigendom. Een miljoen voor je achtertuin, vijf voor je privé-strand.

Op plekken als deze kun je niet anders dan de hele tijd aan geld denken

Op plekken als deze kun je niet anders dan de hele tijd aan geld denken. Aan wie het heeft en wie niet, wie het over de rug van wie verdient, wie er wordt geboren met het soort fortuin dat een levend, almaar groeiend organisme is. Aan hoeveel boeken je moet verkopen voor een houten huisje met een veranda en complexe houten ornamenten die, lees ik later, gingerbread trims worden genoemd. Over de vraag waarom je naar zoiets denkt te verlangen, over het verschil tussen jezelf en de afwezige miljonairs, jezelf en de aanwezige ingehuurde arbeidskrachten van de miljonairs.

De oorspronkelijke bewoners van Shelter Island behoorden tot de Manhansett-stam, maar in de loop van de zeventiende eeuw werd het gekoloniseerd – eerst door de Schotten, die het in 1651 in ruil voor zevenhonderd kilo suiker verkochten aan de Rotterdamse suikerhandelaar Nathaniel Sylvester. Sylvester was de eerste kolonist die er daadwerkelijk kwam te wonen, samen met zijn zestienjarige bruid Grissel. Ze begonnen er een plantage, gerund door oorspronkelijke eilandbewoners, tot slaaf gemaakten uit Afrika en contractarbeiders. Grissel baarde twaalf kinderen van wie er elf in leven bleven – en van wie er nu, elf generaties later, nog altijd nazaten bestaan.

De plantage, Sylvester Manor, is tegenwoordig een biologische boerderij en non-profitorganisatie. Op de website wordt de geschiedenis gebracht met een mengeling van omzichtig respect voor iedereen die in de loop van de eeuwen door de kolonisators is misbruikt (de slaven en contractarbeiders) of efficiënt weggevaagd (de oorspronkelijke bewoners), en trots op het voortbestaan van familie, traditie en cultureel kapitaal.

In de negentiende eeuw bouwden mannen die steenrijk waren geworden in de mijn-, reclame- en voedselindustrie hun zomervilla’s op het eiland – een van hen, de grootindustrieel Francis Marion Smith, liet zelfs een speciaal hertenpark aanleggen voor de jacht. De zoveelste generatie van die families viert anno 2022 nog altijd haar zomervakanties op het eiland. Ook de herten lopen er nog.

Balzac schreef ooit dat het geheim van ieder fortuin is gelegen in een vergeten misdaad. Op Shelter Island zie je dat de vergeten misdaad verstopt zit in alles wat naar hartenlust glimt, fonkelt en baadt in het zonlicht. De geheimen bevinden zich achter de gesloten luiken, fris in de lak gezet, klaar om geopend te worden, maar alleen in de zomer. En alleen als de eigenaren het willen.