Eigenhandig

Richard Tuttle is een kunstenaar die eigenlijk knutselt wat hij maakt. Daarom heeft hij een intieme verhouding tot zijn materiaal. En vormgeving mag niet te zwaar wegen.

Medium 0782
Richard Tuttle, Bridge,1965. Beschilderd hout, 120 x 122 x 4 cm © Peter Cox / Collectie Van Abbemuseum, Eindhoven

In ieder geval is de vorm die door Richard Tuttle is gemaakt een heel specifiek, eigenzinnig ding. Je kijkt ernaar: het is een mooie vorm in een sierlijk vloeiende contour. Wat dan? Er is geen naam voor – zoals er wel een naam is voor bijvoorbeeld een driehoek. Nauwkeuriger kun je die beschrijving nog maken als je de driehoek gelijkzijdig noemt. Tuttle heeft dit werk gemaakt toen hij 24 jaar oud was, in 1965, en in die tijd van minimal art veel dingen met Zonder titel werden aangeduid. Veel werd toen ook door anderen gefabriceerd. Maar omdat Tuttle nog zo jong was, kunnen we gevoeglijk ervan uitgaan dat hij dit werk zelf, met eigen handen, heeft gemaakt. Het is van hout. De eigenlijke vorm lijkt me gefiguurzaagd uit een dunne, vlakke plaat plakhout. Het tekenende aan die vorm is de licht golvende contour ervan. Uit de tijd dat ik als jongen zelf figuren zaagde uit triplex herinner ik me hoe moeilijk het was om een lijn recht te houden. De strakgespannen dunne zaaglijn neigde makkelijk tot afwijking. Het zou kunnen zijn dat Tuttle een zo recht mogelijke lijn direct in het hout heeft willen zagen die toen zo met die verbuigingen te voorschijn is gekomen. Uit heel zijn oeuvre kun je merken dat Tuttle een kunstenaar is die eigenlijk knutselt wat hij maakt. Daarom heeft hij, dat blijkt steeds weer, een intieme verhouding tot het materiaal. Niet alleen gaat het daarbij om papier, doek, hout of krijt en verf – maar ook het repertoire van bewerkingen en soorten lijn zijn materialen.

Het ding hangt daar aan één spijker op zijn eigen schaduw te balanceren

Maar ook dit is denkbaar: de kunstenaar had bedacht dat hij deze vreemde vorm wilde maken, met die spanwijdte van ongeveer 120 centimeter en van dun hout. Het ding moest er ook licht uitzien. Sowieso houdt Tuttle ervan dat in zijn kunst de vormgeving niet zwaar weegt. Het liefst moest die komen aanwaaien. De contour van de vorm moest niet erg strak zijn. De lijn moest als de wind blijven bewegen. Daarom heeft hij wellicht eerst een sjabloon gemaakt en de buigzame contour op papier getekend. Die is dan ook licht maar ook beheerst. Hij kon kijken en de beweging volgen van het potlood zodat de lijn heel nauwkeurig met de verbuiging mee kon lopen. Zo werd die contour precies en wonderlijk ragfijn. De lijn is ook letterlijk eigenhandig en ik denk ook uniek. Het sjabloon werd omgezet in de houten plaat. Om de dunne vorm te verstevigen werd ze op een vier centimeter dik houten raamwerk bevestigd.

Ik stel me voor dat Tuttle, toen het houtwerk gedaan was, het ding een kleur gaf. Het werd het soort oranje dat ook menie heeft – een matte kleur die niet glimt. Het schilderen ging met de hand, wat te zien is aan magere sporen van het penseel. Wat mij opvalt is dat het oranje er zelfs enigszins dof uitziet. Dat maakt dat de vorm compacter oogt. De verbuigingen in de contour lijken ook iets strakker. Inmiddels is het werk ook niet zonder meer een schilderij maar een object van vier centimeter dik. Bij normale belichting zien we langs de binnenkant ervan een schaduw. Merkwaardig is dat die schaduw het ding wat lijkt te dragen zodat het gaat zweven. Met zijn hoogste punt hangt het aan één spijker aan de muur waar het zijn natuurlijke evenwicht zoekt. Het hangt daar op zijn eigen schaduw te balanceren – ongedwongen omdat ook de zachtaardige vorm, alleen gegroeid en samengevat uit een buigzame lijn, een vorm zonder dwang is. Daarom is Bridge (niet de brug) ook een juiste titel: eenvoudigweg een boog in de lucht van hier naar daar. Vroeger werden die geschilderd, door impressionisten bijvoorbeeld, in schilderijen met veel omhaal van water en land en wolken. Toen was een schilderij doorgaans rechthoekig: een illusionistisch raam waardoor je in de andere wereld van een georganiseerde ruimte keek. Dit kon veranderen toen het kunstmaken fundamenteel werd veranderd door de komst van abstracte kunst. Het mooie is dat abstractheid eigenlijk altijd van nature zoekt naar de meest eenvoudige vormgeving. Kijk maar naar de verbeelding in dit werk van Richard Tuttle.

Het is abstracte vorm. Weliswaar heet het werk Bridge omdat die daar op lijkt. Het is in alle verkeer handig om voor de dingen een naam te hebben (dan weten we waar we het over hebben). Bij oude kunst worden schilderijen benoemd volgens wat ze voorstellen en heten dan Aanbidding der wijzen of Lezende vrouw. In de praktijk van moderne beeldende kunst is die specifieke en eenvoudige vorm eerder ongewoon. In de abstractie begon het repertoire van vormen bij de rechthoek of, nog drastischer, het vierkant of het tegendeel daarvan, de cirkel. In drie dimensies dan de kubus en de bol. Dat zijn, anders dan de vorm van Tuttle, heel algemene vormen.