Kunst

Eigenheid?

Kunst: Rembrandt en Dordrecht

Wie afgaat op de titel: Rembrandt en Dordrecht: De meester en zijn leerlingen, denkt misschien dat de tentoonstelling is ingegeven door een verblijf van Rembrandt in de Merwedestad, maar dat is niet zo. Eerder het tegenovergestelde: niet Rembrandt verbleef in Dordrecht, maar Dordrecht bij Rembrandt. Liefst vijf Dordse schilders trokken naar Amsterdam. Geen andere stad leverde zoveel Rembrandtleerlingen. Bovendien leerlingen van naam en faam, immers Ferdinand Bol, Samuel van Hoogstraten, Nicolaes Maes en Arent de Gelder behoren tot de bekendere schilders uit de Gouden Eeuw.
De tentoonstelling laat vooral werk van deze leerlingen zien. De opzet is bescheiden. Verdeeld over twee zalen hangen ongeveer dertig schilderijen, allemaal uit de eigen collectie. Een deel ervan moet de invloed aantonen die Rembrandt had op zijn leerlingen en op andere Dordse schilders, van wie ook enig werk te zien is. Op de begeleidende tekstbordjes staat dan ook opvallend vaak het woord «invloed» te lezen. Rembrandt zelf heeft nooit de stad bezocht, zijn stijl wel, meegenomen in de artistieke bagage van zijn leerlingen. Die bleven hem echter niet trouw. Zij zochten naarstig naar een eigen stijl. Dat deze losmaking bij ieder van hen in iets anders resulteerde, is te zien in de tweede zaal.

De keuze voor werk uit de eigen collectie betekent dat van Rembrandt zelf geen schilderij te zien is. Wel aanwezig is een tiental etsen om de relatie tussen leerling en leermeester te verduidelijken. Of dat gelukt is, is de vraag. Soms wel. Bols zelfportret met baret is zichtbaar geïnspireerd op Rembrandts ets waarop ook hij zichzelf heeft afgebeeld met dit typische schildershoofddeksel.

Dat het museum weinig werk toont waaruit Rembrandts invloed blijkt, betekent niet dat diens leerlingen zijn stijl onmiddellijk loslieten. Een op de muur aangebracht citaat van Arnold Houbraken wil ons doen geloven dat Rembrandts stijl zo algemeen gewaardeerd werd dat anderen hem wel moesten volgen. Uiteraard overdrijft hij (geen schilderkunst was gevarieerder dan die uit de Gouden Eeuw), maar dat Rembrandt lange tijd mode was staat buiten kijf. Ferdinand Bol, bijvoorbeeld, had tot 1650 weinig reden zijn aangeleerde stijl snel te veranderen; die reden was er begin jaren 1650 wél, toen nieuwe modes nieuwe stijlen voorschreven. Dat Bol dat goed afging, blijkt uit een erotisch getint portret van een zichtbaar verliefd Amsterdams echtpaar als Paris en Venus. Begin jaren 1650 is de tijd dat Van Hoogstraten zijn opleiding afrondde en Maes er net mee begon. Anders dan Bol sloegen zij snel een eigen weg in. Vreemd is het dus niet dat van Maes en Van Hoogstraten weinig werk te vinden is waaruit Rembrandts invloed blijkt.

Daarom lijken de schilderijen gedwongen een verhaal te vertellen dat ze zelf niet willen, en het eigen oog neemt vaak iets anders waar dan de makers van de tentoonstelling hebben bedoeld. Niet bij Van Hoogstratens Aanbidding van het kind (1647), dat sterk lijkt op Rembrandts werk uit die jaren. Logisch: Van Hoogstraten had toen amper diens atelier verlaten en woonde nog in Amsterdam. Maar of Van Hoogstraten een jaar later in Dordrecht nog in Rembrandts stijl schilderde, wordt niet duidelijk. Nicolaes Maes lijkt, eenmaal terug, Rembrandts invloed wel snel van zich af te schudden. In De luistervink, waarop een dienstmeid een vinger voor haar mond houdt om te voorkomen dat de toeschouwer een amoureus onderonsje verstoort, herinnert eigenlijk niets aan Rembrandt. Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Ironisch is het daarom dat de zo graag gewilde invloed het best te zien is bij Dordse schilders die Rembrandt nooit hebben ontmoet. Het werk van Benjamin Cuyp en Paulus Lesire heeft onmiskenbaar rembrandtieke trekken. Naar de herkomst van die invloed blijft het echter gissen.

Rembrandt en Dordrecht: De meester en zijn leerlingen, Dordrechts Museum, tot 24 januari 2007. Begeleidend artikel door Volker Manuth in het Dordrechts Museum Bulletin, ! 3,50 aan de kassa van het museum