Economie

Eigenheimers

De doorrekening van verkiezings­programma’s is uniek: het krijgt enige bewondering in het buitenland en geeft de nodige verwondering in Nederland. De politieke partijen pakken één onderdeel uit het lijvige rapport van 455 pagina’s en roepen zich op dat onderdeel uit tot kampioen. De media kiezen ook winnaars en verliezers, maar zijn hopeloos verdeeld over de uitslag. Het is al een veeg teken als een rapport tot zo veel verwondering of eigenlijk verwarring leidt. Tien partijen en dertig indicatoren geven tezamen driehonderd cijfers en tekens waaruit elke partij een krent kan pikken en waaruit de media geen wijs worden.

Een lach heb ik niet kunnen onderdrukken bij de inleiding waarin de rijksrekenmeester, het Centraal Planbureau (CPB), trots schrijft dat het rapport dikker is dan ooit: ‘Dit is een weerslag van de maatschappelijke behoefte aan onafhankelijke informatie over de verkiezingsprogramma’s.’ Nu moet u weten dat ik jarenlang bij het CPB gewerkt heb. Ik ben geen andere organisatie met zo’n duidelijke cultuur tegengekomen: onafhankelijk en inhoudelijk. Eigenheimers, zo zou je met enige spot en de nodige waardering kunnen zeggen. Maar eigenheimers zijn voor niet-eigenheimers niet makkelijk te volgen. De kiezer heeft wel behoefte aan onafhankelijke informatie, maar heeft geen zier aan het dikke rapport; hij raadpleegt een of meer van de vele stemwijzers.

Het zal allemaal wel, zal de gemiddelde kiezer denken. Niet ten onrechte. De doorrekening heeft aan geloofwaardigheid ingeboet. Net als in 2010 kroont de VVD zich tot kampioen in het scheppen van werkgelegenheid in 2040 en het verlagen van lasten. In de doorrekening staan de prikkels om te werken voorop. Een kleinere overheid, met minder uitgaven en lagere lasten, en meer ongelijkheid leiden dan structureel tot meer werk­gelegenheid. Daar is het nodige op af te dingen. Laten de Scandinavische landen niet zien dat een grote overheid en een egalitaire samenleving zich goed laten combineren met veel werkgelegenheid? Zo bekeken zijn de rekenmeesters wel onafhankelijk maar niet neutraal. Bovendien, feit is dat tijdens het kabinet met de VVD per saldo banen zijn verdwenen en de lasten dit en het komende jaar fors omhoog gaan. Het doorgerekende verkiezingsprogramma uit 2010 is van weinig waarde gebleken.

Dan blijkt ook nog dat uitgerekend de PVV goed scoort. Deze partij doet wat ‘gewone’ linkse partijen als PvdA en SP niet durven: onversneden keynesiaans besteden. Als enige partij kan het bogen op meer economische groei, minder werkloosheid en nauwelijks meer staatsschuld in 2017, hoewel de PVV nauwelijks wil bezuinigen en niet wil hervormen. Het zal allemaal wel, zal de kiezer denken.

De doorrekening geeft de gevolgen voor 2017 en voor 2040, maar verzuimt de oplossingen voor de onmiddellijke en dreigende problemen in de eurozone tegen het licht te houden. De berekeningen zullen niets waard zijn in de maanden september en oktober als Mario Draghi teleurstelt, de spanning op de financiële markten weer oploopt en Griekenland en Spanje opnieuw moeite blijken te hebben om de overheidsuitgaven te financieren. Hoe euro-proof zijn de oplossingen van de verschillende partijen? Hoe geloofwaardig zijn de misschien toch niet zo premierwaardige kandidaten Roemer en Rutte als ze zeggen dat er geen extra geld naar Griekenland mag gaan?

Nout Wellink, de voormalige Nederlandsche Bank-president, heeft al duidelijk stelling genomen: ze zijn niet eerlijk over Europa. In zijn ogen moet Griekenland bij een redelijk voorstel voor bezuinigingen zo nodig meer tijd en dus meer geld krijgen. Hierover staat geen woord in het toch o zo dikke rapport. Het CPB vergeet er zelfs op te wijzen dat alle partijen de problemen in de eurozone verergeren door de onevenwichtigheden (op de betalingsbalans) te vergroten; het Nederlandse spaaroverschot stijgt bij alle partijen zodat in hun voorstellen Nederland de eurozone omlaag trekt en niet omhoog duwt. Iets meer eigenheimerig hadden de rekenmeesters wel kunnen zijn.

Kiezers moeten erop kunnen vertrouwen dat de politieke partijen hun geen fata morgana voorspiegelen. De voorstellen moeten consistent en concreet zijn. Dat betekent dat geen partij mag zeggen dat ze niet bezuinigt, wel de belastingen verlaagt en toch het tekort omlaag brengt. Dat kan niet tegelijk waar zijn. Dat betekent ook dat geen partij mag zeggen te bezuinigen zonder de maatregel te specificeren. Zo is deze keer duidelijk geworden dat de SP toch de AOW-leeftijd verhoogt, ondanks de slogan ‘65 blijft 65’ en tot begrijpelijk chagrijn van de inmiddels vertrokken FNV-voorzitter Jongerius en VNO-topman Wientjes. Ook bij eerdere verkiezingen zijn dergelijke verrassingen naar buiten gekomen. Met minder rekenen, meer boekhouden en een beetje meer eigenheimerigheid kan het rapport veel dunner en scherper, en wordt de boodschap voor de kiezers tenminste duidelijk. Dat zou in een maatschappelijke behoefte voorzien.