Eigenlijk is Koerdisch Irak een puinhoop

Erbil – De onderarm van Shamal Kamali zit vol ruwe bobbeltjes. Een bermbom aan de frontlinie met IS kostte hem vorig jaar bijna zijn leven. ‘Ik geef mijn bloed voor Koerdistan, dus natuurlijk stem ik vóór de onafhankelijkheid’, zegt de twintigjarige peshmerga terwijl hij, gekleed in burger, een campagnebijeenkomst naast de citadel bijwoont.

Op 25 september gaan de Koerden in Irak naar de stembus om zich uit te spreken over de zelfstandigheid van hun semi-autonome regio in het noorden van het land, hét succesproject van de Koerden tot nu toe. De ‘Krexit’ is pure symboliek – internationaal toezicht en juridische consequenties ontbreken – en mogelijk kiest president Barzani alsnog voor handjeklap met Bagdad en blaast hij de boel af. Dat zou een vreugdedansje op de consulaten in Erbil opleveren, want net als Bagdad en buurlanden Turkije en Iran zit het diplomatenkorps daar niet te wachten op de volksstemming van de militaire bondgenoot: het dwarsboomt de strijd tegen IS en betekent geheid heibel in de betwiste olieprovincie Kirkuk. Tegenover journalisten verkondigde Barzani dat zo’n referendum nooit goed uitkomt. Maar de Koerden weten beter: hun zeventigjarige president heeft een succesje nodig om zijn erfenis op te poetsen voor hij de politiek verlaat, naar eigen zeggen tijdens de nog niet uitgeschreven verkiezingen in november. Want achter het gelikte decor van het ‘andere’ Irak schuilt een puinhoop. Barzani regeert per decreet, het parlement lag twee jaar plat door ruzie en de semi-autonome regio, inclusief de krijgsmacht, is opgesplitst in twee gebieden – eveneens door politieke bonje. Ondertussen is de schatkist nagenoeg leeg door oliecrisis en corruptie, waardoor de van nepotisme doordrenkte publieke sector al maanden zonder salaris zit. Dat er slechts een paar uur elektriciteit per dag is, draagt ook niet bij aan Barzani’s populariteit. Toch zullen de Koerden maandag massaal vóór de onafhankelijkheid stemmen. Want na het decennialange lijden blijft een eigen Koerdistan de droom. Maar een voorstem is dus zeker geen stem voor het huidige Koerdistan. Dat geldt te meer voor millennials als Shamal voor wie de strijd tegen IS voorlopig de enige injectie van nationalisme is. ‘Kijk.’ Op zijn telefoon prijkt een foto van zijn inmiddels vertrokken peshmergatrainers: twee goedlachse militairen. Nederlanders. Shamal: ‘Eigenlijk wil ik hier ook wel weg.’