Het Moskeeverzamelgebouw in Amsterdam-Oost

Eigenlijk meer een madrassa

De perikelen rond muziekcentrum MuzyQ doen denken aan een ander, niet minder complex project in Amsterdam-Oost, te weten het Moskeeverzamelgebouw. Het gebouw had beter De Kloof kunnen heten.

AAN DE JOUBERTSTRAAT in Amsterdam stond een oud schoolgebouw en in de plaats daarvan zou er een ‘slechtweerschuilplek’ komen voor hangjongeren. Dat was een goed plan. Want er was een hangjongerenprobleem. Maar uiteindelijk, zo’n tien jaar later, stond er op de gereserveerde plek als nieuw eigendom van de gemeente een Moskeeverzamelgebouw. En die merkwaardige metamorfose leidde, om met wijlen Saddam Hoessein te spreken, tot de Moeder van de Vaderlandse Kostenoverschrijdingen. Die schuilplek was namelijk geraamd op tweehonderdduizend gulden, maar het Moskeeverzamelgebouw zou uiteindelijk 3,5 miljoen euro kosten. Het werd zó duur dat er zelfs in Brussel moest worden aangeklopt voor een EU-subsidie.

In het verzamelgebouw zijn een Turkse en een Marokkaanse moskee ondergebracht. En die hangjongeren? Die hangen, weer of geen weer, nog steeds buiten rond. De betrokken Turkse en Marokkaanse moskeebesturen hadden een machtspositie. Voor een appel en een ei hadden ze een paar ruimtes in het oude schoolgebouw gehuurd. Er zaten ook wat winkeltjes in en een kapper. Volgens het bestemmingsplan mocht dat helemaal niet, maar goed, het was toch allemaal ouwe troep. Het gebouw was klaar voor de sloop en bovendien brandgevaarlijk. Dat laatste gaf aan stadsdeelbestuur Oost een sense of urgency, want kort tevoren was in Volendam de grote brand geweest in het Hemeltje.

Er moest snel iets gebeuren. De moskeebesturen wilden echter alleen verkassen als er een goed alternatief geboden werd. Maar dat was er niet. En het stadsdeelbestuur durfde de confrontatie niet aan. De Transvaalbuurt is een moslimwijk. De moskeebesturen hadden het stadsdeelbestuur bij de strot. Exit slechtweerschuilplaats voor de Transvaalse hangjongeren.

Het stadsdeelbestuur heeft op zijn website het rapport geplaatst waarin dit allemaal te lezen valt. Nou ja, het woord ‘strot’ zul je niet echt terugvinden. Je moet een beetje tussen de regels van het managersjargon kunnen lezen. Het is een vertrouwelijk stuk dat in 2008 werd opgesteld door TNO Bouw en Ondergrond op verzoek van de rekenkamercommissie van het stadsdeel. Het heet Evaluatie drie fysieke projecten in stadsdeel Oost-Watergraafsmeer.

In het stadsdeel was een aantal zaken flink mis gegaan, met name bij dat project aan het Joubertplein. En die rekenkamercommissie wilde alles eens op een rijtje krijgen. Niet om koppen te laten rollen, maar gewoon om er wijzer van te worden. Of, zoals TNO schreef, de nadruk lag – het staat er heus – op ‘het lerend effect voor de organisatie’. De mensen die aan de tand werden gevoeld, kregen codenamen, bijvoorbeeld ‘sectorhoofd 1’ of ‘projectleider 1’ of ‘raadslid’ of ‘de architect’. Dus die mensen zijn heel open gaan praten en hebben zo nu en dan ook behoorlijk hun gal gespuwd. Zoals ‘projectleider 1’: ‘We konden alles in de prullenbak gooien. Dat heeft tonnen gekost aan uren van mij en externen.’ Het is al met al een ontzettend leuk, levendig rapport geworden.

HET MOSKEEVERZAMELGEBOUW was begin 2009 klaar. Het is niet heel mooi geworden, maar ook niet heel lelijk. Het was ook geen makkelijke opgave om nieuwbouw in te passen op een plein met architectuur uit de jaren twintig. Gelukkig is het geheel opgetrokken in ongeveer dezelfde kleur rode baksteen als de omliggende flatgebouwen. Een passant zou niet direct merken dat het bouwwerk twee moskeeën herbergt. Er zijn geen minaretten of koepels of ramen met arabesken. Het is een massale, vier verdiepingen tellende doos met een gevelbreedte van zo’n vijftig meter.

Het enige écht saillante detail is een reeks nogal detonerende aquariumramen op de derde etage. Achter die ramen is een grote ruimte die onder meer twee rijen terminals met internet herbergt. De bedoeling van het stadsdeelbestuur is, of althans was, dat die grote ruimte op drie hoog een sterke ‘hoi, kom gewoon binnenlopen!’-uitstraling zou hebben. Het moest, meer algemeen, een beetje een spannend, swingend, druk gebouw worden. Iets voor alle mensen uit de buurt, ook voor de niet-moslims. Maar dat is in de praktijk niet gelukt.

De architect was Marlies Rohmer. In het gebruikelijke hautaine architectenblabla schrijft ze: ‘In het ontwerp is gezocht naar een mengvorm tussen Arabische bouwstijlen en de stijl van de omringende Amsterdamse School met geometrische baksteenmotieven, waardoor een hybride architectuur ontstaat. Een zoektocht naar synergie en een nieuwe iconografie die symbool staat voor de samenwerking tussen verschillende culturen.’ Wie in de stadsdeelraad kon daar een touw aan vastknopen? Of zou er misschien tóch in dat gezelschap een joker zijn geweest die inderdaad dacht dat je de Transvaalbuurt blij kon maken met hybride iconografie? Trouwens, weten we überhaupt wel wat onze migranten in een stad mooi vinden? In de Transvaal staat in ieder geval nooit een buurtbewoner naar het Moskeeverzamelgebouw te kijken.

Het Turkse moskeebestuur en het Marokkaanse moskeebestuur hebben de twee moskeeën binnen het gebouw zelf naar eigen smaak mogen inrichten. Wat zij hebben gedaan vinden ze zelf ongetwijfeld mooi. Ik vind het lelijk. Maar één ding is duidelijk: noch het ene bestuur, noch het andere heeft zich ook maar iets aangetrokken van het concept van mevrouw Rohmer. Ze zijn gewoon naar de tapijthal gegaan om gebedskleden te kopen en hebben een containertje oosterse tegels op de kop getikt en zijn toen met vaklieden uit eigen kring aan de slag gegaan.

ENKELE dagen voorafgaand aan ‘Burendag’ hing buiten op het Moskeeverzamelgebouw een banier waarop met koeienletters stond: ‘Wij houden open huis op Burendag!’ De banier hing links aan de gevel, bij het Turkse deel van het gebouw. Bij de Marokkanen, die rechts zitten, hing niets. Van de voorspelde ‘samenwerking tussen de culturen’ was niets te merken.

In de voorgevel zie je drie deuren. De linkerdeur geeft toegang tot het voorportaal van de Turkse moskee en de Turkse wasruimte. Vanuit dat voorportaal heb je dan ook nog weer een deur rechts naar een kapsalon, een klein profit center binnen het moskeegebeuren. Dat is tegen de regels, maar het stadsbestuur doet daar niet moeilijk over. Dan heb je, precies in het midden van de voorgevel, een iets grotere, algemene deur die toegang geeft tot een luguber trappenhuis. Rechts daarvan heb je de deur die toegang geeft tot het voorportaal van de Marokkaanse moskee en de Marokaanse wasruimte. Bij twee van de drie voordeuren moet je dus bij binnenkomst meteen je schoenen uit doen.

Op vrijdagmiddagen zijn de twee moskeeën redelijk vol. Na afloop van de preek en de gebedsdienst komt iedereen weer naar buiten. Eerst bij de Turkse moskee. Dan een minuut of twee later aan de Marokkaanse kant. De Marokkaanse gebedsdienst is formeler en duurt nét iets langer. Na een minuut of vijftien, als de kust veilig is en er buiten voor het gebouw geen mannen meer staan, komen de Marokkaanse mevrouwen via de hoofduitgang naar buiten. Zij zijn afgedaald van de tussenverdieping waar de vrouwenruimte is van de Marokkaanse moskee. De Turkse kant heeft geen vrouwenruimte. Het Turkse moskeebestuur vond dat niet nodig. Of misschien vonden ze het te modern. De Turkse mevrouwen bidden daarom thuis.

Vlak voor de officiële opening van het Moskeeverzamelgebouw heeft het stadsdeel een wedstrijd uitgeschreven voor de mooiste naam. Een autochtone mevrouw ging met de eerste prijs aan de haal met de naam ‘De Verbinding’. Maar bijna niemand kent die officiële benaming. Als de gelovigen op vrijdagmiddag de beide moskeeën uitkomen, lopen ze straal langs elkaar heen. De Turken en de Marokkanen groeten elkaar niet. Van de oemma – de veel geprezen islamitische wereldgemeenschap waarbinnen alle moslims broeders en zusters zijn – is daar op de stoep niets te merken. Het gebouw had beter ‘De Kloof’ kunnen heten.

ALS JE BIJ de grote voordeur in het midden staat heb je links een zestal bellen. Bij de bovenste bel staat Transvaal Informatie Sociaal Cultureel Centrum. Dat is de benaming van het kantoor en de zaaltjes van het Turkse moskeebestuur. Het Transvaal Informatie Sociaal Cultureel Centrum (TISCC) heette tot voor kort het Turks Islamitisch Sociaal Cultureel Centrum. De afkorting kon dus hetzelfde blijven. Dat geldt ook voor de Stichting Sociaal Cultureel Centrum Medelanders (SSCCM), die destijds het leven zag als Stichting Sociaal Cultureel Centrum Marokkanen. Meer in het algemeen is het een trend in Nederland om moskeeën als het ware te vermommen tot sociaal-culturele stichting of tot sociaal-cultureel centrum. Dit is met name interessant voor moskeeën die, afgezien van de gebedsruimte, ook over een of meer zaaltjes beschikken. Als in dat zaaltje dingen gedaan worden met hangjongeren of met moslima’s kan namelijk de subsidiekraan open. Want het geld gaat niet naar de moskee, maar naar de stichting. Er is dan formeel ook geen probleem meer met de scheiding van kerk en staat.

Toch creëer je een grijze zone. Ook voor de burger kan het allemaal wat verwarrend zijn. Als een gemeente aan een buurt vraagt of er bezwaar is tegen de vestiging van een sociaal-culturele stichting zegt iedereen natuurlijk: nee hoor, geen probleem. Maar dan wordt even uit het oog verloren dat zo’n stichting vaak minaretten heeft.

De huur die de TISCC en de SSCCM aan het stadsdeel betalen, is opvallend laag. Het gebouw inclusief het forse perceel – achter ligt nog een leeg terrein dat vroeger de speelplaats was – heeft zeker een waarde van vier miljoen euro. Uitgangspunt van het stadsdeel is dat het gebouw geëxploiteerd wordt, met andere woorden dat een commerciële opbrengst het richtsnoer moet zijn. Dan moet je dus denken aan per jaar zeven procent van die vier miljoen – dat is 280.000 euro. Het ‘religieuze’ deel van het gebouw neemt globaal 45 procent van het volume van het gebouw in beslag. De twee stichtingen zouden daar dus pro rato zo’n 126.000 euro voor moeten betalen. Maar in realiteit betalen ze op basis van de afgesproken vierkantemeterprijs per jaar van 75 euro maar iets van veertigduizend euro. Ik kan er met de cijfers iets naast zitten, maar veel zal het niet zijn. ‘Projectleider 1’ in het TNO -rapport: ‘Indirect wordt de gebedsruimte nog steeds gesubsidieerd.’

Ook voor de zaaltjesetage moeten de beide stichtingen huur betalen, maar die wordt voor honderd procent door de gemeente geretourneerd omdat de zaaltjes officieel alleen worden gebruikt voor maatschappelijke, niet-religieuze activiteiten. Je kunt gerust stellen dat de TISCC en de SSCCM een prachtige deal met het stadsdeel hebben weten te sluiten.

ALS JE het Moskeeverzamelgebouw door de hoofdingang binnengaat, is de kans groot dat je Hassan tegenkomt. Hij hoort bij het Marokkaanse deel, maar is tevens beheerder van het hele gebouw. Hij is een jaar of 45, stevig gebouwd en heeft een baard. Ik kwam hem voor het eerst tegen op de derde etage. ‘Wat kom je hier doen?’ vroeg hij. Het was een vrijdag en hij liep, zoals veel Marokkanen op die dag, in een wit gewaad. ‘Je mag hier niet zo maar binnenkomen’, zei hij. ‘Maar het gebouw is toch voor ons allemaal, voor de hele buurt?’ wierp ik tegen. Na enig heen en weer gepraat nodigde hij me uit in een van de zaaltjes.

Enkele dagen later bezoek ik het gebouw opnieuw. Ik ga linea recta naar de internetzaal met de aquariumramen. Met een stapel kranten en een plastic zakje balisto’s nestel ik me bij de computerterminal naast het rechter aquariumraam. Ik wil er zo mogelijk de hele dag blijven om een idee te krijgen wat zo’n prachtige, lichte, goed geoutilleerde zaal nu écht voor een achterstandsbuurt betekent. Nauwelijks heb ik een beet uit mijn eerste balisto genomen of Hassan staat achter me. Ditmaal in een wijdvallend, donker houthakkershemd met korte mouwen. Hij ziet er behoorlijk intimiderend uit.

‘Je bent er alweer?’ vraagt hij. ‘Ja, gewoon een beetje internetten’, probeer ik. ‘Maar dat kan niet zomaar’, zegt hij. ‘Je moet je eerst inschrijven!’ Ik toon Hassan het vel met het activiteitenprogramma. Activiteit 9: internet open inloop/doorlopend. Maar Hassan blijft onverbiddelijk. Hij loopt naar een rek met folders en komt terug met een inschrijfformulier. Als ik alles heb ingevuld, blijft hij broeierig naast me zitten. Hij is begonnen mij te stalken in zijn eigen gebouw.

Punt 4 op het activiteitenprogramma van het Moskeeverzamelgebouw luidt: ‘Nederlandse normen en waarden voor kinderen van Turkse afkomst.’ Dat leek me wel wat en ik vroeg of ik daar bij mocht zijn. Emine, die me ontving, vond het goed. Ze keek eerst wel vreemd op. Een Hollandse meneer die bij ‘Nederlandse normen en waarden’ wil zitten? De lessen worden gehouden op de zaterdagen en de zondagen. Emine vertelde dat het voor meisjes om tien uur begon en voor jongens om half twaalf.

Ik had alles zo getimed dat ik nog net een kwartiertje bij de meisjes kon meeluisteren. Toen ik op de tweede etage het zaaltje binnenliep, zaten negen meisjes van tussen de acht en twaalf jaar om een grote, ronde tafel. Ik herinnerde me die tafel. De meisjes, die allemaal gesluierd waren, zaten gebogen over korans en lesboekjes met Arabische letters. Emine was er ook. Zij was het die les gaf. Ze reageerde een beetje geschrokken van mijn binnenkomst en uit haar lichaamstaal begreep ik dat ik het zaaltje zo snel mogelijk moest verlaten. ‘Je moet één etage hoger zijn. Daar is dadelijk de les voor de jongens.’

In dat zaaltje staan in een U-vorm tafeltjes opgesteld. De enige decoratie aan de muur is een grote landkaart met de provincies van Turkije. De ramen zijn van onder tot boven dichtgeplakt met mat plastic folie. Je kunt niet naar buiten kijken en de achterburen kunnen niet naar binnen kijken. De bedoeling van het stadsdeel was toch juist dat het gebouw ‘transparant’ zou zijn? Er moest getoond worden dat iets wat gelieerd is met de islam helemaal niet eng is. Het projectteam had zelfs aan de beide moskeebesturen nadrukkelijk gevraagd of het goed was dat bij de twee moskeeruimtes ramen aan de straatkant zouden komen en wel op ooghoogte zodat de hele buurt kon zien wat zich zoal in de gebedsruimtes afspeelt. De moskeebesturen hadden enthousiast gereageerd.

Die ramen in de gevel zijn er inderdaad gekomen. Maar ook daar is van dat plastic folie op geplakt. Tot op een hoogte van zo’n twee meter twintig. Je zou er technisch gezien vanaf het Joubertplein nog steeds naar binnen kunnen kijken, maar dan moet je wel een keukentrapje meenemen.

De eerste jongens komen het zaaltje binnen. Ze hebben stoffen rugzakjes bij zich. Uit ieder rugzakje wordt, met delicate vingers, een prachtig etui gehaald. Vervolgens wordt uit het etui, heel voorzichtig, een koran geschoven. De rugzakjes zien eruit alsof ze met veel liefde thuis door trotse moeders in elkaar zijn gezet. Ja, mijn Yusuf/Abdullah/Ahmed zit ook op koranles.

Er wordt nauwelijks gepraat. Precies om half twaalf zwaait de deur open en stapt de leraar binnen. Ik sta op om hem te vertellen dat Emine het goed vond dat ik erbij zou zitten. De jongens beginnen te lachen. ‘Onze imam verstaat alleen maar Turks’, klinkt het van alle kanten. Ook de leraar, die kennelijk tevens de imam is, moet erom lachen. De jongens vertellen hem in het Turks wat ik kom doen. Met zijn hand geeft hij aan dat ik weer mag gaan zitten. Hij deelt snoepjes uit en dan begint de les.

De korans worden voorzichtig geopend. Nergens een ezelsoor. Nergens een scheurtje. Ombeurten moeten ze een paar zinnen voorlezen. En de imam corrigeert. Maar alleen de uitspraak of het ritme. Over de inhoud en de betekenis van de woorden gaat het niet. Het is alsof je het cyrillisch alfabet van buiten leert en dan Anna Karenina van Tolstoi doorworstelt zonder dat je één woord Russisch begrijpt.

Dit is eigenlijk meer een madrassa. Weet het stadsdeel dat wel? Hadden ze zoiets van: koranschooltjes, leuk toch, die hoeven ons geen huur te betalen? Anders hangt dat grut toch maar rond op het plein. ‘Wad-rib-la-hoem-ma-sa-lan-as-ha-bal-qar-ya-tie-iedz-djaa-a-haal-moer-sa-loeen…’ De imam stopt het jongetje dat hardop aan het lezen was. Met een ivoorkleurig stokje wijst hij iets aan. Een woord. Het stokje blijft net iets boven de koran zweven. De leraar raakt het heilige boek niet aan. ‘Moer’, zegt de leraar. ‘Moer’, zegt de leerling hem na.

Als het bijna half twee is, komt Emine het lokaal binnen. Ze zegt zachtjes even wat tegen de imam en gaat dan naast me zitten. ‘Ik zal een beetje voor je vertalen.’ Ik: ‘Nou, dat hoeft niet hoor.’ Maar Emine zegt: ‘Jawel, want dadelijk gaat de imam nog wat vertellen over Nederlandse waarden en normen.’ De jongens denken dat de les is afgelopen. Ze leunen achterover, ze rekken zich uit en stoppen dan hun korans voorzichtig terug in de etuis. Emine fluistert in mijn oor: ‘De imam zegt nu dat hij met de jongens een gewone dag wil doornemen. Hij vraagt ze wat ze doen als ze opstaan. Jezelf wassen. Precies. Maar hoe was je je? Juist, op de islamitische wijze. Niet zoals de Hollanders. Die wassen zich niet goed. Die zijn niet zo rein…’

Dit is een interessante wending. Voor ons, autochtonen, zijn Nederlandse waarden en normen haast per definitie goed. Maar voor allochtonen is dat natuurlijk helemaal niet zo. Veel van hen zijn hier naartoe gekomen niet vanwege onze normen, maar ondanks onze normen. En die imam heeft natuurlijk gelijk. Moslims wassen zich heel zorgvuldig en dat in principe vijf keer per dag. ‘De imam zegt nu dat je na het wassen je kamer moet opruimen en je bed moet opmaken’, zegt Emine. ‘De jongens zeggen dat ze niet weten hoe dat moet. Hun moeder doet dat altijd, zeggen ze.’

De jongens beginnen onrustig te schuiven. Het kan ze niet boeien. Je bed opmaken, waar heeft-ie het over. Opeens is de aandacht weer terug. ‘Je mag niet spugen op straat en ook je snot niet zomaar met zo’n draad uit je neus zo op de grond snuiten’, vertaalt Emine. Kijk, dat thema vinden ze wél leuk. Een jongetje steekt z’n vinger op. ‘Als je spuugt, zie je dat toch na twee minuten niet meer?’ ‘De imam verduidelijkt nu dat als je wilt spugen, je dat dan in een zakdoekje moet doen’, zegt Emine. Een andere vinger schiet de lucht in. ‘Je mag toch zeker wel achter een boom spugen?’ De imam is van oordeel dat ook het achter een boom spugen eigenlijk niet correct is.

IN EEN RAPPORT uit 2007 meldt het dagelijks bestuur van het stadsdeel: ‘In Transvaal en omliggende buurten woont een zeer grote groep mensen van niet-Nederlandse afkomst. Velen van hen zijn onvrijwillig werkloos en daardoor zijn ook velen aangewezen op een uitkering.’ Het dagelijks bestuur van het stadsdeel is ernstig verontrust over die grote werkloosheid en gaat door met: ‘Vanuit dit gegeven – en met het oog op de voorwaarde die verbonden is aan de bijdrage van de Europese Unie – is besloten om een laagdrempelige multifunctionele voorziening aan de Joubertstraat 15 te realiseren waarin activiteiten gericht op toeleiding naar werk zullen plaatsvinden.’

In feite gaat het gewoon om twee moskeeën met boven een paar zaaltjes, maar tegenover Brussel heet het een ‘multifunctionele voorziening’ voor toeleiding naar werk. Op die manier weet het stadsdeel een subsidie van 1,4 miljoen euro – geld uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling – in de wacht te slepen. In lijn met dit gegoochel met woorden worden de twee moskeebesturen ‘migrantenorganisaties’ genoemd. Alles wat vragen over scheiding van kerk en staat zou kunnen oproepen wordt zoveel mogelijk weggepoetst. In de D2-subsidieaanvraag schrijft het stadsdeel: ‘De activiteiten van de migrantenorganisaties zijn gericht op educatie, voorlichting en ontmoeting. Daarnaast hebben beide organisaties een gebedsruimte.’

In het persbericht over de officiële opening in mei 2009 wordt het gebouw door wethouder Ossel een ‘multifunctioneel centrum’ genoemd dat zich met name zal richten op ‘arbeidsparticipatie en inburgering’. Opnieuw is het woord ‘moskee’ helemaal achter de horizon verdwenen. Alleen de architecte, mevrouw Rohmer, windt er geen doekjes om. Op haar website blijft ze haar gebouw koppig noemen wat het is: het Moskeeverzamelgebouw.

Het stadsdeel is overigens nog niet off the hook. Het is namelijk zo dat Brussel de boel streng komt controleren. Dat is iets waar ook dat rapport van TNO Bouw en Ondergrond voor waarschuwt. En zo’n controle wordt natuurlijk onverwacht uitgevoerd. Dus ieder moment kan er bij het Moskeeverzamelgebouw worden aangebeld. De D2-subsidie betreft formeel alleen de zaaltjes op de tweede en derde etage. Dan gaan die inspecteurs die lugubere trappen op en komen opeens dat lokaal binnenstormen dat dienst doet als madrassa. En dan zien ze die dichtgeplakte ramen en die grote kaart met de provincies van Turkije en dan denken ze: dit heeft niets met de afgesproken toeleiding tot werk te maken.

Robbert van Lanschot zwierf voor zijn boek Café Mogadishu maandenlang rond in islamitisch Nederland. Dit is een geactualiseerde versie van een verhaal uit zijn boek


Amsterdam-Oost faalt

In 2005 besluit het stadsdeel Amsterdam-Oost garant te staan voor de bouw van een multifunctioneel muziekcentrum (podium, kantoren, opnameruimtes, oefenruimtes). Als de inkomsten uit verhuur en exploitatie tegenvallen en de hypotheek niet betaald wordt, klopt de bank bij het stadsdeel aan. Dat blijkt voor de volledige 26,5 miljoen euro garant te staan, in plaats van de negen miljoen euro die aan de deelraad gemeld was. Dat leidt tot het kortstondig aftreden van stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik. De strop om de nek van het stadsdeel blijft, pogingen om inkomsten te genereren mislukken en het gesteggel wordt openbaar gemaakt via Geenstijl, dat publiceert uit vertrouwelijke stukken. Uiteindelijk besluit het stadsdeel dan maar om het muziekcentrum zelf te gaan exploiteren, ondanks aanzienlijke financiële risico’s.

De perikelen roepen associaties op met een ander, niet minder complex project in Amsterdam-Oost. Het Moskeeverzamelgebouw is gestart met dezelfde goede bedoelingen en ook bij dit project gaat veel mis. Het gebouw is verre van kostendekkend, en dus de facto een subsidiëring van moskeeverenigingen door het stadsdeel. Reden voor de rekenkamercommissie van de deelraad (toen nog Oost-Watergraafsmeer) om TNO in te schakelen. Conclusie: er had beter aan risicomanagement gedaan moeten worden. Het stadsdeel onderschrijft dat, maar die toezegging komt pas in 2009. Te laat voor de garantstelling voor MuzyQ.

Ook het Moskeeverzamelgebouw herbergt een financieel risico voor het stadsdeel, boven op MuzyQ. Met succes werd subsidie van de Europese Commissie verkregen, maar in de aanvraag is verhuld dat het gaat om twee moskeeën.