Kan de wetenschap het leven werkelijk verbeteren?

Eiland van wanhoop

Het succes van Ridley Scotts kaskraker The Martian versterkt het idee dat de wetenschap oplossingen biedt voor de grote problemen van nu en van de toekomst. Techno-optimisme, dus. Maar als dit zielloos blijft, zijn we terug bij af.

Medium the martian 56031694 st 3 s high

1719. Uit het dagboek van Robinson Crusoe: ‘I (…) came on shore on this dismal, unfortunate island, which I called “The Island of Despair”; all the rest of the ship’s company being drowned, and myself almost dead.’ Dan is het 2035. Een journaalnotitie van Mark Watney: ‘I’m stranded on Mars. I have no way to communicate with earth. Everyone thinks I’m dead (…) So yeah. I’m fucked.’

The Life and Strange Surprizing Adventures of Robinson Crusoe van Daniel Defoe was het zaadje waaruit een genre – de robinsonade – groeide dat zich al eeuwenlang vermenigvuldigt. Het nieuwste voorbeeld: Ridley Scotts succesfilm TheMartian, gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Andy Weir. Het verloren eiland is nu de planeet Mars waar een astronaut in z’n eentje moet overleven. Kernelementen in beide verhalen zijn ideeën over kolonisatie, de clash tussen cultuur en natuur en de triomf van de rede over emotie. Plus dit: een utopische visie waarin de mens, geconfronteerd met allerlei obstakels, zijn leefomgeving aanzienlijk verbetert, of in ieder geval processen start die tot een betere wereld moeten leiden.

Hierin staat technologie centraal. Crusoe heeft aanvankelijk niets bij zich behalve een mes en een pijp met wat tabak in een doosje. Bevangen door paniek rent hij als een gek op het eiland rond. Hij voelt zich een willoze pion in een spel gespeeld door de hemelse machthebber. Hij wil een eind aan zijn leven maken. Maar dan komt zijn redding: gereedschap dat hij uit het scheepswrak haalt dat hem in staat stelt dingen uit te vinden, te ontwerpen en te vervaardigen. In zichzelf denkt hij: ‘Wat zou ik toch hebben gedaan zonder een vuurwapen, zonder ammunitie, zonder het gereedschap om iets te maken, zonder kleren, een tent, of iets waarmee ik mezelf kan bedekken.’ Door middel van ‘technologie’ bouwt Crusoe een nieuwe wereld voor zichzelf.

Zijn bloedbroer, botanicus Mark Watney (Matt Damon) in The Martian, is iets minder in paniek wanneer hij alleen op de rode planeet achterblijft nadat zijn collega’s haastig hebben moeten vertrekken. Sterker, al gauw legt hij zich neer bij zijn lot. Hij weet heel goed dat Mars voor de mens een onvergeeflijke wereld is. Problemen, dus. In overvloed. De vraag is: hoe creëert hij voor zichzelf een betere wereld? Warney’s reactie: ‘I’m going to have to science the shit out of this.’ Vervolgens lost hij het ene probleem na het andere op: hij legt een aardappelboerderij aan die hem jarenlang in leven moet houden; hij maakt water door de stof hydrazine te verbranden; hij legt contact met de aarde via Pathfinder, het oude landertje van Nasa dat onder een berg zand verborgen ligt, en hij zorgt voor genoeg zonne-energie om een lange reis te maken naar een locatie waar een reddingsteam hem uiteindelijk zou moeten oppikken.

Doorgaans vertelt Watney net als Crusoe in innerlijke monologen over zijn prestaties. Langzaam verdwijnt het gevoel van fucked zijn. Het is nu geen ‘eiland van wanhoop’ meer, maar een landschap dat duurzaam voedsel oplevert, dat een relatief veilige omgeving is om te leven. Zo goed en zo kwaad als het gaat, het is thuis.

Alle grote projecten, van de piramiden tot het ruimte­programma, waren het resultaat van verbeelding

Het succes van The Martian zet het idee kracht bij van technologie als antwoord op grote vragen, bijvoorbeeld die rond klimaatverandering, alternatieve energiebronnen, armoede, ziekte of onderwijs. Hoe we dit allemaal doen heeft te maken met de lessen van Crusoe en vooral Watney, namelijk ‘science the shit out of this’.

Techno-optimist pur sang is de Amerikaanse schrijver Neal Stephenson, auteur van Seveneves, een magnifiek epos waarin de aarde wordt vernietigd doordat de maan explodeert en slechts een handvol mensen in arken in de ruimte moet overleven. De mens, gestrand, is voor zijn overleving afhankelijk van wetenschappelijke vaardigheden als het vinden van natuurlijke hulpbronnen en van technologische innovaties als het bouwen van miljoenensteden in de ruimte.

Stephenson ziet de verbeelding als cruciaal voor technologische vooruitgang in de echte wereld. Hij is initiatiefnemer van het project Hieroglyph van Arizona State University. Het uitgangspunt is onderzoek naar de relatie tussen sciencefiction en wetenschap en technologie. Volgens de schrijver is deze traditioneel hechte verhouding in de laatste decennia verwaterd. In eerdere generaties hadden wetenschappers en ingenieurs de ambitie om ‘dingen te bouwen die eeuwenoude problemen oplossen, om het landschap te transformeren, de economie sterk te maken en werk voor de middenklasse te scheppen’. In een artikel in World Policy Journal getiteld Innovation Starvation schrijft Stephenson: ‘Ik maak me zorgen dat we tegenwoordig niet eens meer een ruimteveer hebben, dat ons onvermogen om de prestaties van de jaren zestig te evenaren symptomatisch is voor het feit dat we de grote dingen niet meer gedaan krijgen.’

Het probleem is het gebrek aan verhalen. Alle grote uitvindingen of projecten, van de piramiden tot het ruimteprogramma, waren het resultaat van verhalen: iemand kon zich in zijn of haar verbeelding een voorstelling van iets maken, en dat resulteerde in een visie die met anderen werd gedeeld. Volgens Stephenson creëert het verhaal een ruimte voor zulke ideeën en visies: ‘Goede sciencefiction heeft een coherente en interne logica die wetenschappers en ingenieurs kunnen volgen. De robots van Isaac Asimov, de raketten van Robert Heinlein of de cyberspace van William Gibson. Dit zijn iconen die als het ware hiëroglyfen vormen, eenvoudige, herkenbare symbolen met een significantie waarover iedereen het eens is.’

Wat is nu het nut van het verbeterde leven als er geen reden is om te leven?

In het licht hiervan fungeren de verzonnen figuren Crusoe en Watney als poster boys voor de beweging van techno-optimisten. En wie is meer techno-optimistisch dan de celebrity-astrofysicus Neil DeGrasse Tyson. Daags na de release van The Martian verscheen juist hij in een filmpje van Nasa waarin hij speelt dat het verhaal waargebeurd is, dat we in het echt op Mars zijn geland en dat de astronauten inderdaad bezig zijn met onderzoek dat de mensheid ten goede zal komen doordat echte problemen worden aangepakt door ‘grote dingen’ te doen.

De boodschap is duidelijk: dat er geen bemande ruimtevluchten naar andere planeten worden uitgevoerd is een motie van wantrouwen aan het adres van de wetenschap. Dat is slecht voor de technologische vooruitgang, slecht voor het vinden van oplossingen voor problemen die ons nu in het gezicht staren. Daarom moeten we de ruimte in, naar Mars en verder.

Medium martian gallery17 gallery image

Een meer genuanceerde visie is die van Kim Stanley Robinson, naast Stephenson de belangrijkste sciencefictionschrijver van de moderne tijd en een paar jaar geleden door Time Magazine uitgeroepen tot ‘held van het milieu’. In zijn nieuwe roman Aurora, die ongeveer tegelijk met Seveneves uitkwam, zet Robinson vraagtekens bij utopische visies op technologie, ook al is de wetenschap in het verhaal nog zo wonderlijk: een interstellair, multi-generatieruimteschip met pakweg 2200 mensen aan boord is onderweg naar Tau Ceti, een ster op 11,9 lichtjaren van de aarde. Het schip is spectaculair: twee ringen met spaken verbonden aan de centrale ‘ruggengraat’. Iedere ring is tien kilometer lang en bevat verschillende aardse ecosystemen. Het schip wordt bestuurd door een kwantumcomputer met artificiële intelligentie, een AI. Na het mislukken van de missie om een hemellichaam in een baan rond Tau Ceti te koloniseren, waardoor een deel van de bemanning met een deel van het schip rechtsomkeert maakt richting aarde, verkrijgt de AI een bewustzijn. De AI probeert na te gaan wat nu de motivatie van de mensen was toen ze het schip honderden jaren geleden gingen bouwen. ‘That a starship could be built (…) that humanity could reach the stars (…) this idea appeared to have been an intoxicant…’ De ‘belofte van transcendentie’, een gevoel dat de menselijke soort onsterfelijk is, dát was de echte motivatie.

Het is ironisch dat uitgerekend ‘Ship’, zoals de AI heet, met zelfonderzoek doordringt tot de kern. Waarom, vraagt Ship aan zichzelf, doen ‘wij’ – Ship ziet zichzelf als meervoud – tijdens de terugreis naar de aarde er toch alles aan om de mensen aan boord te beschermen? Conclusie: het is een daad van liefde. ‘It gave meaning to our existence. And this is what love gives, which is to say meaning. Because there is no obvious meaning to be found in the universe, as far as we can tell. But a consciousness that cannot discern a meaning in existence is in trouble (…) No, meaning is the hard problem.’

De dagboeknotities van Ship vertellen hetzelfde verhaal als die van Crusoe en Watney: problemen die tot totale uitwissing kunnen leiden of daadwerkelijk leiden worden opgelost door middel van technologie. Maar dan volgt er een bestekopname in Aurora: wat is nu het nut van dit verbeterde leven als er geen reden is om te leven? Het is opvallend dat deze vraag nauwelijks aan de orde komt in Scotts filmversie van The Martian. Eigenlijk kun je de vraag extrapoleren: stel nu dat Watney álle problemen oplost, dat hij geen hulp van de aarde meer nodig heeft, wat voor leven zou hij dan op Mars kunnen leiden? Het lijkt een utopie: duurzame landbouw en schone lucht en schoon water en géén klimaatverandering of overbevolking. Maar Watney’s leven heeft verder geen betekenis. Daarom is The Martian, de film, maar eigenlijk ook het boek, leeg. Het existentiële probleem is volledig ondergeschikt aan de ‘harde wetenschap’. Science the shit out of this. Maar dan? Zo bezien is Watney een ‘consciousness in trouble’, inderdaad, ‘fucked’.

Vaak lees ik dat de aarde eigenlijk ook maar een vliegend object in de ruimte is. Dat maakt ons allemaal tot Robinsons op ons eigen eiland van wanhoop. Technologie brengt soelaas, maar geen betekenis. Ship – wonder van de wetenschap – leert wat liefde is. En dat liefde – het veiligstellen van menselijk leven – betekenis geeft: ‘We had our meaning, we were the starship that came back, that got its people home.’ Dat is techno-optimisme met een ziel.


The Martian van Ridley Scott is nu te zien; Seveneves van Neal Stephenson en Aurora van Kim Stanley Robinson liggen in de boekwinkels

Beeld: Matt Damon als astronaut Mark Watney(boven) en een zandstorm op Mars in The Martian van Ridley Scott/ 20th Century Fox (via Warner Bros. Pictures International)