Einde aan een europese stammenstrijd

Absoluut zeker weet je het nooit. Maar de geruchten zijn eigenlijk al geen geruchten meer, de concrete aanwijzingen zijn zo talrijk, de politieke situatie is zo rijp en de inmenging van ‘bronnen’ uit de Verenigde Staten zo openlijk dat je er wel in moet gaan geloven, in het tot stand komen van een ‘wapenstilstand’ in Noord-Ierland. Zelfs in een onbeperkte staking van de gewapende ‘vrijheidsstrijd’ van de Ira.

Duidelijker dan Gerry Adams het maandag zei hadden we het nog nooit gehoord: ‘Het huidige politieke klimaat bevat het potentieel een eind te maken aan de oorzaken van het huidige conflict.’ En Gerry Adams is de leider van Sinn Fein, de 'politieke vleugel’ van de (geheime en uiteraard verboden) Irish Republican Army.
Er zijn zelfs 'welingelichte bronnen’ die melden dat de vrede die de Ira - nog deze week! - zou gaan aanbieden, onvoorwaardelijk zou zijn. Dat men zelfs het dreigement had laten vallen dat men zich het recht op represailles voorbehield indien de protestantse paramilitairen wel zouden doorgaan met het doodschieten van katholieke burgers.
De kans is groot dat de protestantse paramilitaire groepen hun terreur inderdaad niet zullen staken. De Ulster Freedom Fighters hebben al aangekondigd elke 'vrede’ met de Ira te beschouwen als het begin van een burgeroorlog. De protestanten namelijk, nog steeds in de meerderheid in Ulster, staan met hun rug tegen de muur. De katholieke bevolking groeit harder dan de protestantse. En de Britten hebben steeds gesteld dat de 'wil van het volk van de provincie Ulster’ bepalend zal zijn voor de toekomst.
Een kwart eeuw geleden, toen de onlusten en de terreur in Ulster losbarstten, waren de protestanten oppermachtig en waren de katholieken een onderdrukte minderheid, verstoken van de meest elementaire burgerrechten. Anno 1994 is aan de onderdrukking een einde gemaakt, wordt Ulster direct bestuurd vanuit Londen en is een emigratiegolf van protestantse landbouwers op gang gekomen. Ze willen niet nog jaren leven met het schrikbeeld van aansluiting bij de paapse Ierse republiek.
Hoe dan ook: indien de protestanten niet zouden stoppen met hun terreur zou de hele situatie in Ulster worden omgekeerd. Voor de Ira en Sinn Fein zou eenzijdige protestantse terreur een groot politiek geschenk zijn.
Wat beweegt de Ira het gewapend verzet op te geven? In de eerste plaats de structurele situatie. De absolute macht van de protestanten is gebroken. Bovendien begint de Ira na een kwart eeuw strijd moe te worden. En ook het katholieke volksdeel in Ulster, ten behoeve waarvan de Ira zegt te vechten - het grote doel is uiteraard de hereniging met de Ierse republiek - is moe aan het worden.
In Ulster is anderhalve generatie opgegroeid voor wie de abnormaliteit normaal is geworden. De wegversperringen, de controles, het letten op elk pakje, de gettogeest, de onmogelijkheid van katholieken om met protestanten om te gaan; de heerschappij van de Ira-moraal met Ira- straffen (kneecapping), de haat, de angst, niet rustig in je pub een biertje kunnen drinken. Kortom: de tijd lijkt rijp voor de Ira en Sinn Fein de politieke kaart te trekken. Doet men dat niet, dan dreigt vervreemding van de bevolkingsgroep die men zegt en denkt te dienen.
Echter: niet alleen het katholieke volksdeel in Ulster begint moe te worden. Ook in Engeland wil Jan-met-de-pet liever vandaag dan morgen van Ulster af. Wat premier John Major en zijn wankele regering nog remt is het feit dat in het parlement, het Lagerhuis, de zeven of acht stemmen van de protestanten uit Ulster node kunnen worden gemist. Ook mag Major, wat voor deal hij ook sluit, protesten verwachten van de hardliners uit zijn partij. Echter: de situatie in Ulster vereist permanente aanwezigheid van ruim tienduizend Britse militairen en kost aan subsidies tientallen miljarden ponden. Vrede in Ulster (lees: een permanente wapenstilstand met de 'terroristen’) zou een jaarlijkse besparing van miljarden ponden opleveren.
Er zijn ook 'conjuncturele’ motieven die een wapenstilstand zowel voor de Ira als voor de Britse regering aantrekkelijk maken. De Britten hebben de laatste weken enkele cadeautjes weggegeven: tientallen Ira- 'terroristen’, gedetineerd in Engeland, zijn overgebracht naar gevangenissen in Ulster. Waardoor bezoek van en contact met familie uiteraard veel makkelijker wordt voor die gevangenen. Het is een maatregel waar de Ira herhaaldelijk om had gevraagd. Vlak daarvoor had het hoofd van de politie in Ulster laten weten dat het einde van de Ira- acties een vermindering van de politieactiviteit tot gevolg zou hebben.
En dan (niemand ontkent het meer) zijn er geheime contacten tussen boodschappers uit Londen en uit de Ira. Er wordt onderhandeld. Hetgeen voor de Ira een zekere erkenning betekent. Nog belangrijker: de afgelopen dagen is in Belfast een delegatie verschenen uit de Verenigde Staten, met aan het hoofd Bruce Morrison - niet alleen een intieme vriend van president Clinton, maar ook, sinds kort, topambtenaar. De Amerikaanse (zware) delegatie was gemachtigd Sinn Fein substantiele financiele steun te beloven - er zijn bedragen genoemd met negen nullen. Niet natuurlijk voor wapens voor de Ira. Maar voor culturele doeleinden, voor herstructurering van de teloorgegane industrie.
En dit schermen met steun (uit Washington) zou dan weer alles te maken hebben met de komende Congresverkiezingen in de Verenigde Staten en de stemmen van de tienduizenden Ierse Amerikanen. De directe Amerikaanse inmenging in een 'binnenlandse Britse aangelegenheid’ heeft in Londen reeds de nodige irritatie gewekt. Maar afwijzen van de 'hulp’ uit Washington zou de toch al niet florissante betrekkingen tussen Londen en de Noordamerikaanse hoofdstad nog verder vertroebelen.
Een paar weken geleden kreeg Ulster ook even de nodige aandacht. Herdacht werd het binnenrukken van de Britse troepen, een kwart eeuw geleden. Sinds dinsdag is de hoop op - eindelijk! - het einde aan de terreur ook weer nieuws. Maar in het algemeen haalde nieuws uit 'de provincie Ulster’ met moeite de voorpagina’s van de Britse, laat staan van de Nederlandse kranten. Het is waar: vergeleken bij de schaal waarop in Afrika wordt gemoord, is Ulster een 'klein’ probleem: slechts drieduizend doden in een kwart eeuw en maar dertigduizend gewonden. Dat neemt niet weg dat wat zich op het noordelijk deel van dat eiland afspeelt, een stammenstrijd is die minstens net zo treurniswekkend is als die in Centraal Afrika.