In Memoriam Hans Janmaat (1934-2002)

Einde van een tragische slechterik

Hans Janmaat was er wat vroeg bij. Maar hij slaagde er met zijn tegen immigratie gerichte uitspraken niet in de grote massa te beroeren. De woorden die hij voor zijn strijd tegen minderheden gebruikte, verschilden echter maar weinig van het idioom dat in de laatste verkiezingscampagne geaccepteerd is geraakt. Stond iedereen begin jaren negentig nog op de achterste benen als het kamerlid voor de Centrumdemocraten verkondigde dat Nederland vol was en de multiculturele samenleving moest worden afgeschaft, het laatste half jaar viel je als politicus buiten de boot als je zulke taal juist niet in de mond durfde nemen.

Het waren de traditionele politieke partijen die hem jarenlang het zwijgen oplegden. Ze negeerden hem in debatten, beletten hem het spreken in het openbaar en brachten hem in verband met het nazisme. Je zou het demoniseren kunnen noemen. Als doctorandus J.G.H. Janmaat (1934) daar kritiek op had, was hoongelach zijn deel. Hij werd regelmatig van zijn fiets getrokken door linkse activisten, maar liet zich daardoor niet uit het veld slaan. Hij werd er hooguit nogal paranoïde van: als het niet de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) was die hem dwarsboomde, dan was het de Partij van de Arbeid wel. Zei Janmaat. Na zijn vertrek uit de Tweede Kamer in 1998 zette hij zich aan het schrijven van een autobiografie. Een handlezeres had hem namelijk gezegd dat daar veel geld mee te verdienen viel. Maar gepubliceerd werd het boek vooralsnog niet. Ook hier stak de BVD een stokje voor. Of was het toch weer die vermaledijde Partij van de Arbeid? «Uitgeverij Prometheus was dolenthousiast. Totdat Melkert bij ze op de stoep stond», aldus Janmaat in een telefoongesprek dat hij met de redactie van De Groene Amsterdammer had, kort voor zijn dood afgelopen zondag.

Zijn haat richting de PvdA was groot. Bijna net zo groot als de haat die culmineerde na de fatale maandag 6 mei 2002, toen die andere politicus met immigrantenbeleid in zijn portefeuille het leven liet. Het is verleidelijk de twee met elkaar te vergelijken. Maar Janmaat was Pim Fortuyn niet en Fortuyn was Hans Janmaat niet. Volgens Janmaat was For tuyn extremer, volgens Fortuyn Janmaat. Feit is dat ze allebei de ontevreden kiezer tot hun doelgroep rekenden en beiden appelleerden aan gevoelens van onveiligheid door de gevolgen van migratie. Maar waar Fortuyn in zekere zin salonfähig werd en bijna het hele land tot zijn poten tiële electoraat mocht rekenen, werd Janmaat tot aan zijn dood als een melaatse behandeld en slaagde hij er slechts in een beperkte groep gefrustreerde racisten te bereiken.

De «ultieme slechterik» Janmaat uit de jaren tachtig stierf als een tragische figuur die alleen in de zendtijd voor politieke partijen ongecensureerd de mogelijkheid kreeg voor zijn mening uit te komen. Mooie televisie was dat: de bos witte of roze chrysanten naast een driftig gesticulerende Janmaat. Maar ondanks de vaak discriminerende en stigmatiserende uitspraken was het ook tamelijk onschuldige televisie. Janmaats propaganda heeft de «centrum stroming» in Nederland nooit het succes bezorgd dat rechts-extremistische en antimigrantenpartijen in veel andere Europese landen wél hadden.

De hoog oplopende ruzies bin nen de Centrumpartij (tot 1984) en later ook bij de Centrumdemocraten, alsmede Janmaats neiging bruuskerende en beledigende opmerkingen jegens publieke figuren te maken, zullen hiertoe bijgedragen hebben. Dankzij de persoon Janmaat, schreven commentatoren in 1998 bij het verlies van alledrie de ka merzetels van de Centrumdemocraten, is Nederland van die grote extreem rechtse partij gevrijwaard gebleven. Hoeveel pogingen Vlaams Blok-voorman Filip Dewinter zich ook getroostte om de Nederlandse radicaal rechtse partijen op één lijn te krijgen, het lukte hem nooit. Janmaat weigerde stelselmatig samen te werken en placht potentiële concurrenten binnen zijn eigen partij te royeren.

Vaak was een royement niet eens nodig. Na denigrerende uitspraken bij het overlijden van de met minderhedenbeleid belaste minister Dales van Binnenlandse Zaken en na verwensingen aan het adres van minister Hirsch Ballin (Justitie), die volgens Janmaat vanwege zijn joodse achtergrond niet in het kabinet thuishoorde, stapten veel lokale lijsttrekkers nog voor de verkiezingen van 1994 uit eigener beweging al uit de partij. Ook de hatelijke brieven die Janmaat verstuurde aan doodzieke collega-politici, maakten hem binnen eigen kring steeds meer tot een outcast. Zo kon in 1997 het stervende VVD-kamerlid Broos van Erp een trap na krijgen en ontving ook Jan Schaefer in het ziekenhuisbed een brief. «Dat U onwel bent geworden is eenvoudig te verklaren. Wie zou, met het door U gevoerde beleid, nog in uw schoenen willen staan?» schreef Janmaat aan de voormalige PvdA-staatssecretaris.

De laatste maanden van zijn leven moeten voor Hans Janmaat zwaarder zijn geweest dan alle jaren ervoor. In commentaren in de krant las hij dat Pim Fortuyn, bij ontstentenis van een echte rechts-extremist in Nederland, door in te spelen op gevoelens van onbehagen voor een nieuwe partij meer zetels dan ooit zou gaan binnenhalen. In het telefoon gesprek dat Janmaat onlangs voerde met de redactie van dit blad ontstak hij in een woedeaanval jegens dagblad De Telegraaf. Jarenlang had de krant hem doodgezwegen terwijl die Fortuyn toch maar mooi de pagina’s 1, 3, 7 en 8 tot zijn beschikking had. Zelfs voor zijn dood. «En in wezen heb ik altijd hetzelfde gezegd. Wat die LPF’ers ook beweren mogen.»