De sterremakers van Yorin

Einde verhaal

In de realiteitsseries van Yorin is het allemaal echt, dus je hoeft niet na te denken. Maar geen sterker teken van barbaarsheid dan de afwezigheid van verhalen. Toch gloort er hoop: ‹Starmaker›.

Maandag, 23.30 uur. De Amerikaanse pornofotograaf Tony Ward verduidelijkt aan presentatrice Renate van der Zalm dat hij weleens opgewonden raakt tijdens een fotosessie. Koket kijkt Renate recht in de camera. Ze maakt haar ogen en mond kogelrond. O, jee! Een erectie! Renate is de druppel. De afgelopen drie uur is een niet-aflatende stroom banaliteiten aan mijn ogen voorbijgetrokken. Gelukkig begint op Nederland 1 de Amerikaanse sitcom Cheers. Sam maakt zich zorgen over Norm die al dagenlang niet is gesignaleerd op zijn vertrouwde plaats aan de bar. Het blijkt dat de dikkerd Norm zijn baan als accountant kwijt is. Uit medelijden neemt Sam hem in dienst. Maar algauw ontslaat de ijdele kroegbaas zijn vriend uit vrees voor een foutieve belastingopgave. Norm is terug bij af: niemand vertrouwt hem, hij vertrouwt zichzelf niet, hij is alleen in de grote stad.

In twintig minuten weet Cheers feilloos de menselijke conditie te onderzoeken, te bekritiseren of te bewieroken. Week na week zijn we getuige van verhaallijnen rond angst en blijdschap, leven en dood, haat en liefde, vriendschap en vijandschap, tragiek en komedie. De waarde van Cheers maakt het contrast des te schrijnender met een Yorin-avond, waarin het ene lege, vulgaire programma na het andere te zien is. Feit is dat een serie als Cheers ver uitstijgt boven de Nederlandse populaire cultuur. Yorin wil hier verandering in brengen, Yorin wil «het publiek raken», zo luidt een persbericht. Maar in de eigen programmering valt meteen één ding op: fictie is uit den boze. Het accent ligt op realiteits televisie en series met een mengeling van informatie en een flinke dosis vermaak. Hierbij is het motto: prikkel de kijker zo snel mogelijk op de meest sensationele wijze.

Deze stijl past bij de huidige mediacultuur. Over de hele wereld is de inhoud van commerciële televisie voer voor cultuurpessimisten als de Amerikaan Neal Gabler, auteur van Life the Movie: How Entertainment Conquered Reality. Hij schrijft in The New York Times: «De narratieve vorm bevindt zich in een diepe crisis.» Nu is Gabler een elitair persoon die ouderwets streeft naar traditionele verhalen. Desondanks boeit zijn betoog. Volgens hem is de oorzaak van de «crisis van het narratieve» het feit dat de mens zijn reservoir aan verhalen heeft uitgeput. Dat is nogal wat: we vinden onszelf saai, waardoor we intellectueel verloren zijn. Gevolg: we dalen neer in het dal der culturele barbaren.

Vrijdag, 23.15 uur. Vivian kondigt Police Camera Action aan. «Levensgevaarlijk!» «Spectaculair!» «Crashes!» Vivian had ook kunnen zeggen: het is allemaal echt, dus hoef je er niet bij na te denken. Ja, jij, domme kijker!

De beelden in de serie zijn tijdens wilde achtervolgingen opgenomen met camera’s in Britse politieauto’s. De slechte videokwaliteit belooft spanning en sensatie. Het programma is uiterst gewelddadig: aan een stuk door brandende auto’s, vliegend glas, vluchtende criminelen, mensen die elkaar aanranden. De kijker is binnen luttele minuten omgevormd tot een culturele barbaar. Police Camera Action is hapklare hardporno: er is geen sprake van visuele esthetiek of narratieve complexiteit.

Hetzelfde geldt voor Ab Normaal, een serie waarin een felroze konijn vunzige grappen vertelt in een soort Amsterdamse kroeg. Yorin heeft het over een «politiek bijzonder incorrect knaagdier». Sociale satire, dus? In de stijl van de Amerikaanse sitcom Alf waarin een pluizig buitenaards beest de mensheid onder het vergrootglas plaatst, of wellicht iets in de stijl van Spitting Image? Integendeel. De kijker krijgt een lawine aan grappen over zich heen van het soort: «Weten jullie hoe het geile zusje van Roodkapje heet?» Na Look Around You met Renate en Police Camera Action lukt het mij opnieuw niet een programma uit te kijken.

Dinsdag, 00.40 uur. Op mijn computerscherm masseren twee tieners elkaar. De camera legt hen vast, statisch en onverbiddelijk. Later dansen dezelfde tieners vrolijk over het televisiescherm. «Geloof je in wonderen?» vraagt het titellied. Maar in Starmaker, broertje van Big Brother, is idealisme ver te zoeken. De serie reflecteert de tijdgeest: mensen worden uitgebuit voor commercieel gewin. Sterker nog, mensen laten zich uitbuiten voor geld. De kijker ziet elke avond hoe kalende, dikke, bleke dertigers en veertigers zang- en danslessen geven aan tieners. Deze inspanningen zijn vaak vergeefs — het gebrek aan talent bij sommige deelnemers is pijnlijk. Maar dat drukt de ijver van de poppenspelers niet. Zij lijken wel exemplarisch voor de verloren generatie: geen enkel eigen initiatief, geen enkele creativiteit behalve het instinct geld te moeten maken.

Anders is dat bij de realiteitssoap Big Brother. Hier vormen saaiheid, doelloosheid en existentiële angst de ingrediënten van een door Nederland uitgevonden en vervolmaakt televisiegenre dat avant-gardistische eigenschappen tentoonspreidt. Het verschil met Starmaker is dat alles nu veel killer, cynischer en meer berekenend is. De producenten stoppen miljoenen guldens in een strak geregisseerd plan om winst te maken over de ruggen van tieners. En laten we eerlijk zijn: deze jonge mensen zijn wel bereid alles te doen voor roem en geld, maar ze hadden geen flauw idee waarmee ze zich inlieten toen ze aan het programma begonnen.

Nu schrijft de serie geschiedenis: vanuit het niets is Damn (I Think I Love You), het liedje van de Starmaker-tieners, beland op de nummer 1-positie van de hitparade. De kersverse sterretjes zijn nationale tieneridolen. Dat is gebleken tijdens hun rampzalige optreden tijdens de uitreiking van de TMF-muziekprijzen: vergeten te zingen, vergeten te dansen, vergeten de microfoons aan te zetten. Vergeten een echte ster te zijn. Wel magnifiek rondgesprongen. Deze onbeholpen energie doet nogal denken aan de romantische komedie Costa! die nog steeds in heel Nederland volle zalen trekt. Ook deze film heeft iets eerlijks, zoals de bange kinderen bij TMF. Zo wordt Starmaker onverwacht leuk en gaat Yorin toch nog boeien na dagen van culturele barbaarsheid.

Woensdag, 00.20 uur. Geheel onbewust van de camera gedragen Martijn en Bart zich als fictieve personen. In een gesprek over de liefde spreken ze Engels tegen elkaar. Star maker verandert in een verhaal dat we kennen. In ons verhalenreservoir — uitgeput of niet — drijven diverse archetypen en thema’s naar de oppervlakte tijdens het kijken. Bijvoorbeeld: oude MGM-muziekfilms, moderne muziek video’s, speelfilms en documentaires van en over The Beatles, de Spice Girls, Britney Spears en Madonna. De makers houden de kinderen en de tv-kijkers de leugen van Ma donna en de oude MGM-musicals voor: geloof in jezelf en je kunt je dromen waarmaken.

Op dit punt doet Starmaker bovenal denken aan de film en televisieserie Fame. In de jaren tachtig was Fame een fenomeen in de populaire cultuur. Merkwaardig was de wijze waarop de acteurs en actrices uitgroeiden tot internationale popidolen, ondanks het feit dat ze maar middelmatig konden zingen en dansen. Immers, ze waren acteurs die in de serie maar deden alsof ze talent hadden. Of niet hadden.

In de afleveringen van Fame komen vooral de destructieve gevolgen van creativiteit en roem naar voren. Het verhaal speelt zich af op de beroemde Julliard-school voor de kunsten in New York. Vaak blijkt dat de jonge studenten hier niet mee om kunnen gaan; dat ze gewoon niet genoeg talent hebben; dat ze om deze reden gedwongen zijn de school te verlaten. Deze thema’s vormen ook in Starmaker de rode draad. Als Fame nu zou worden uitgezonden, zouden we de serie op precies dezelfde wijze bekijken als Starmaker.

Voor een verhaal zijn volgens Aristoteles twee elementen nodig: herkenning en kentering. Romeo and Juliet van William Shakespeare is een verhaal: we weten hoe het voelt verliefd te zijn, maar we zijn ons er ook van bewust dat de een of andere dramatische gebeurtenis dat gevoel kan wegnemen. Op precies dezelfde wijze bepalen herkenning en kentering het succes van Starmaker. De fans identificeren zich volkomen met de hoofdpersonages in de serie. En ze vinden de serie spannend vanwege de verhaalwendingen: het moeizaam zingen, het wegstemmen, het verliefd raken, de ruzies onderling of met de poppenspelers achter de schermen.

Het narratieve aan Starmaker máákt de serie, terwijl Police Camera Action, Ab Normaal en het programma met de Amerikaanse pornofotograaf je alleen maar doen walgen door het gebrek aan verbeelding. En dit laatste is beslist niet vrijblijvend. Binnen een maatschappij is er geen sterker teken van barbaarsheid dan de afwezigheid van verhalen. De Amerikaanse auteur Paul Auster, vertolker van moderne angsten zoals die ook te zien zijn bij het personage Norm in Cheers, stelt het zo: «We construeren een eigen verhaal. Dat vormt de lijn die we iedere dag volgen. Mensen die verbrokkelen als persoonlijkheden zijn deze lijn kwijt.» Dit sluit aan bij Neal Gablers betoog over de crisis van het narratieve. Als we een punt hebben bereikt waar oerteksten als de Ilias of Romeo and Juliet ons niet meer kunnen boeien, zijn we «de lijn» kwijt, vinden we onszelf saai. Dan is het einde verhaal, letterlijk en figuurlijk. Met de opkomst van realiteitstelevisie lijkt het einde van het verhalende een feit. Bij commerciëlen als Yorin speelt de barbaarse mens de hoofdrol: als kijker én participant.

Maar televisie is een veelzijdig medium dat in staat is tot meer dan roze konijnen. Gabler laat namelijk de grote kracht van de populaire cultuur buiten beschouwing: herhaling door middel van formule waardoor het fenomeen genre mogelijk wordt. De belangrijke verhalen vinden zo altijd wel een weg. Dus hervertellen de gebroeders Coen de Odyssee met hun meesterlijke film O Brother, Where Art Thou? En waren de geesten van Shakespeare, Freud en Marx rond in Sam Malones kroeg, de appartementen van Roseanne, Frasier en Seinfeld, het hotel van Basil Fawlty, het ruimteschip van kapitein Kirk, de getto’s van NYPD Blue en de voorsteden van The Sopranos. De cultuurcriticus John Leonard schreef recent: «Het medium is niet zo slecht als je verwacht, mits je de moeite neemt te kijken.»