Eindelijk een echt pak

Rotraut Susanne Berner, Het avontuur. Uitg. Ludion, 32 blz., f21,50. Sylvia Plath, Het Doeterniettoepak. Uitg. Querido, 46 blz., f22,90
Rotraut Susanne Berner(1948) is een produktief en eigenzinnig illustrator, die in ons land opviel door haar absurdistische tekeningen bij Toon Tellegens Mijn vader. Bij haar geen wazig aquarel of enorme, woest gekleurde vlakken, maar klassiek tekenwerk dat gekenmerkt wordt door stevig omlijnde, stripachtige figuurtjes en een scherp oog voor het maffe detail. In de echo’s van Wilhelm Busch en Walter Trier is haar Duitse afkomst onmiskenbaar aanwezig.

Ook de Vlaamse uitgever van kunstboeken Ludion onderkende Berners kwaliteiten en introduceert haar in zijn kersverse kinderboekenfonds als prentenboekenmaker. Het avontuur heet haar debuut als schrijfster. Berner hanteert de pen op een even zuinige en precieze manier als haar tekenstift en leverde een voorbeeldig prentenboek. Poes Kaat - vrolijk tijgerhoofd met grote snorren en een onder haar jurkje uitpiepende staart - verdrijft de verveling van een lange zondag met een nieuwe bal. Huppelend trapt ze hem voor zich uit, het in de titel beloofde avontuur tegemoet. Ineens is de bal weg: tekening verdonkert, kraai op een kilometerpaaltje, een eng huis, waar het ‘naar kool en kelder’ ruikt… en daar binnen zit een hond in een leunstoel, de bal op schoot. Zijn onverzettelijke snuit lijkt op die van wijlen Molly Geertsema met hangoren en erg diervriendelijk ziet hij er niet uit, met een vliegenmepper en een muizenval binnen pootbereik. Maar Kaat is onverschrokken en pakt hem in met judogrepen, flinterdunne pannekoeken en verhalen, terwijl de muis van de kaas en de vlieg van de flensjes snoept. Niets blijft er voor de kleine lezer nog te wensen: spanning, mysterie, een aangenaam achteloze heldin, heldere prenten vol minuscule grapjes, een onverwachte vriend en een goede afloop. En voor grote mensen hoeft honderddrieendertig keer voorlezen geen bezwaar te zijn.
Ook de uitgave met de ijzersterke titel Het Doeterniettoepak is geheel bezaaid met Berners karakteristieke mensjes en diertjes. Het verhaal van dichteres Sylvia Plath (1932-1963) is na haar dood gevonden en nu voor het eerst gepubliceerd. Het zit goed in elkaar, het is geestig en van het dierbare soort dat grote schrijvers soms maken voor hun eigen kroost. In een gezin met zeven zonen is Max de jongste. Eigenlijk heet hij Maximiliaan, 'maar omdat hij nog maar zeven was had hij die lange naam niet helemaal nodig’. Aan Max’ jongensgeluk ontbreekt maar een ding: de hele mannenwereld heeft een pak, maar hij niet. Dan arriveert er een enorme doos, met daarin een wonderlijk kostuum. Voor wie het bestemd is, vermeldt de zending niet. De ene na de andere broer bedenkt dat het pak minder geschikt zal zijn bij het jagen, het vissen, het skien of het kranten rondbrengen. Maar eigenlijk willen ze ook niet voor aap lopen in een 'wollig, pluizig, splinternieuw, mosterdgeel pak’. Met 'een naadje hier en een zoompje daar’ tovert moeder het pak steeds een maatje kleiner, tot - eindelijk gerechtigheid - Max aan de beurt is. Voortaan paradeert hij rond in zijn mannen-outfit, en of hij nu jaagt, vist, skiet of kranten rondbrengt, het pluizig mosterdgeel kan niet stuk en Max zijn geluk ook niet. Dus wat de mensen ook mogen zeggen van zijn pak: het doet er niet toe!