Het kennisfestival van de PvdA

Eindelijk invloed

Eerst was er de ‘kopgroep’ waaruit een opvolger voor Wim Kok gekozen moest worden. Toen kwam de affaire-Van Zuijlen. Maar op het kennisfestival van de PvdA, afgelopen zaterdag in Nijmegen, waarde vooral de geest van Niet-Nix rond. En van een gespleten partij. Minister Klaas de Vries: ‘De politiek mag best wat spannender.’

TAXI’S RIJDEN AF en aan tussen het Nijmeegse Centraal Station en de campus van de Katholieke Universiteit Nijmegen. De Partij van de Arbeid heeft ervoor gekozen op een met het openbaar vervoer tamelijk onbereikbare plaats te confereren. Nou ja, confereren? Een ‘kennisfestival’ te houden: vele tientallen debatten, lezingen, openbare colleges, een gezellig politiek café en entertainment. De kleurtjes op de folder, het strakke spoorboekje en de goede organisatie — het lijkt Niet-Nix wel. De voormalige vernieuwers van de Partij van de Arbeid, die eind vorig jaar zo plotseling de handdoek in de ring wierpen, lijken alsnog hun doel te hebben bereikt: geen macht, wel invloed.


Als ware het een landdag uit lang vervlogen tijden staan de liefst 1600 PvdA-leden opeengepakt in de grote hal van het universiteitscomplex. Voorzitter Marijke van Hees, die vorige week opzien baarde met het voorstel een kopgroep samen te stellen waaruit op termijn een opvolger voor Kok gevonden moet worden, spreekt de meute toe. Er lijken tweePvdA’s te zijn, zegt ze. ‘Die ene PvdA zit in de regering en daar gaat het hartstikke goed mee. Die andere PvdA, dat is de partij zelf en daar gaat het slecht mee.’ (Helemaal waar, knikt een jongeman die net iets té hard zegt ‘alleen vanwege Kok’ ooit op de PvdA gestemd te hebben.) ‘Als ik vandaag om me heen kijk’, vervolgt Van Hees, ‘dan zie ik dat jullie er echt zin in hebben.’


En dat op de vroege morgen. In Nijmegen. Ondanks een onrustige zaal gaat Van Hees door. Ze probeert het wat vage begrip ‘kennisfestival’ nader te duiden. Het gaat ‘borrelen van de ideeën’, voorspelt ze. En die ideeën zullen hun weerslag hebben in het komende verkiezingsprogramma. Van Hees: ‘In de eenentwintigste eeuw zal de ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologie een nog groter stempel drukken op het maatschappelijk leven. De belangrijkste grondstof in een informatiemaatschappij is niet arbeid maar kennis. Werk, werk, werk wordt in de volgende eeuw kennis, kennis, kennis.’ Na het Plan van de Arbeid van de SDAP in de jaren dertig moet nu maar eens een ‘Plan van de Kennis’ geformuleerd worden, vindt de PvdA-voorzitter. Technologische en economische ontwikkelingen zijn een middel om sociaal-democratische doelen als een gelijke verdeling van kennis, inkomen en macht te bereiken, zegt ze.


Waar hebben we dat eerder gehoord?


Juist ja, in het drie jaar geleden verschenen (eerste) boekje van, volgens de flaptekst, toen nog ‘veelbelovend jong’ kamerlid Marjet van Zuijlen. In Doodgewoon digitaal (1997) probeert Van Zuijlen aan de hand van vijf tamelijk breed geformuleerde ‘sociaal-democratische ambities’ de invloed van kennis, in het bijzonder de Informatie- en Communicatietechnologie (ICT), op de moderne samenleving te duiden. Marijke van Hees had het boekje van Van Zuijlen er kennelijk nog even op nageslagen. Het moet in ieder geval van pas gekomen zijn.


En, het tekende het begin van het grote Marjet van Zuijlen-festival. Het halve Haagse journaille was naar Nijmegen afgereisd om meer te horen te krijgen over de plannen van Marijke van Hees voor de ‘kopgroep’ waaruit op zeker moment een opvolger voor Wim Kok gekozen moet worden. Maar over dat onderwerp werd in alle talen gezwegen. Op enkele onderhandse verwijzingen na (Ad Melkert over onderwijs, zorg en kennis: ‘de kopgroep van onze ambities’) kreeg dit uitgelekte plan geen spetterend vervolg. Nee, dan Marjet van Zuijlen. NRC Handelsblad had vrijdagavond het nieuws gebracht dat het nieuwe boekje van het Kamerlid (Retour Nijmegen-Den Haag, dagboek van een politica) enig tumult binnen de PvdA-gelederen had gegenereerd. Toen daar zaterdag de Volkskrant met een voorpublicatie van de pittigste passages overheen kwam, kon het spektakel in Nijmegen, Van Zuijlens woonplaats, beginnen. Kamerlid Oudkerk (‘Waarom verspreidt Rob de cultuur van wantrouwen waar hij zelf zo’n hekel aan zegt te hebben?’ schrijft Van Zuijlen) liet er in de wandelgangen geen twijfel over bestaan: fractiesecretaris Van Zuijlen is te ver gegaan. Ook anderen verwonderen zich over het boekje. Eerste-Kamerlid Ed van Thijn, zelf verwoed dagboekenpublicist, vraagt zich af waarom Van Zuijlen zijn titel Retour Den Haag, het dagboek over het korte ministerschap van Van Thijn in het derde kabinet-Lubbers, tot Retour Nijmegen-Den Haag heeft verbasterd. Beetje ongelukkig gekozen, zegt hij.



MARIJKE VAN HEES rondt haar verhaal af en geeft fractieleider Ad Melkert het woord. Hij zet, geheel volgens verwachting, de coalitieverhoudingen verder op scherp door nogmaals te verklaren geen behoefte te hebben aan verdere aflossing van de staatsschuld — het voorstel van D66 en de VVD — maar de voorkeur te geven aan investeringen in zorg en onderwijs — kennis dus. Dat zij zo, het woord is nu aan de honderden partijleden die in de debatten en workshops hun mening kwijt kunnen. Over de Derde Weg bijvoorbeeld, waar volgens politicoloog Van Kersbergen in Nederland te weinig over gediscussieerd wordt. Of de slepende discussie over het nieuwe beginselprogram. Of over studiehuizen, over dualisering, de culturele ondernemer, euthanasie, legalisatie van drugs. En al wat verder ter tafel komt.


Gelukkig is het spoedig lunchpauze.


Een ware stormloop op de universiteitskantine voorkomt niet dat onder grote aandacht van de overgekomen verslaggevers het inmiddels beruchte boekje van Marjet van Zuijlen gepresenteerd wordt. Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven krijgt het eerste exemplaar aangeboden en noemt het werkje ‘de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’.


Dat hadden we inmiddels in de gaten. De adviezen die het Kamerlid in 1997 na verschijning van Doodgewoon digitaal kreeg, heeft ze niet in de wind geslagen. Hubert Smeets vond dat boekje indertijd ‘op de keper beschouwd niet meer dan een verkennende, ambtelijke, beleidsnotitie’. Het was een bundel geworden ‘van een parlementariër die het dossier in de vingers wil krijgen’. Nergens, schrijft Smeets, ‘springt Marjet van Zuijlen uit de band. Als het spannend wordt, prefereert ze formuleringen met wendingen als “kunnen”, “zouden”, “misschien”, en “eventueel”. Want als het waar is dat sociaal-democraten een “groot verantwoordelijkheidsgevoel” hebben, zoals Van Zuijlen schrijft, dan zou het voor de hand hebben gelegen om die verantwoordelijkheid juist nu, nu het nog zin heeft, te grijpen.’ Dat Van Zuijlen daaraan haar vingers niet heeft willen branden, is volgens Smeets ‘weliswaar laakbaar maar ook verklaarbaar. In de hele bundel proef je dat er mastodonten uit de partij over haar schouder hebben meegeloerd.’


De mastodonten, die deze keer kennelijk het nakijken hebben gehad. Niet meer het beleid, maar de politica zelf staat centraal. In plaats van een klein fotootje van het ‘veelbelovend’ Kamerlid op de achterflap, staat Marjet van Zuijlen nu pontificaal op het voorplat van het boek. Over ICT schrijft ze nog nauwelijks. Over het zware leven van een Kamerlid — en alle daaruit voorkomende fysieke en psychische ongemakken — daarentegen wordt de lezer meer dan uitvoerig op de hoogte gebracht.



KINDERCIRCUS Pico Bello maakt op vele tientallen eenwielfietsen de binnenplaats van het universiteitsterrein onveilig. Ook voor entertainment is gezorgd: wat te denken van vrolijke noten van de Stichting Werkgroep Hulp Aan Asielzoekers, de Loco Loco Discoshow of de Vakantieband, die vast een voorschot nam op het Nijmeegse carnaval. De Partij van de Arbeid leeft! is de boodschap. Maar ja, dan wreekt zich toch weer de tweedeling in de partij die Marijke van Hees juist begraven had. Er zijn wel degelijk twee partijen, klinkt het aan het eind van de middag onder het publiek van het ‘politiek café’ waar over de jaren zeventig van het kabinet-Den Uyl wordt gesproken.


Daar zit minister van Sociale Zaken Klaas de Vries.


De Vries is voor zijn doen opmerkelijk spraakzaam en pleit voor ‘meer bevlogenheid’ in de politiek.


Rob Oudkerk: ‘Maar was van jou niet de uitspraak: de politiek kan me niet saai genoeg worden?’


De Vries: ‘Die uitspraak is ongelooflijk misbruikt! Ik ben daar heus niet voor. De politiek mag best iets spannender. Nou ja, natuurlijk niet zo als in de jaren zeventig. Dat was wat veel van het goede.’


Marjet van Zuijlen, ook weer op het podium, heeft als altijd het laatste woord: ‘Kom nou! Alsof de politiek niet gepassioneerd is!’



Marjet van Zuijlen, Retour Nijmegen-Den Haag, dagboek van een politica. Uitg. Prometheus, 208 blz., ƒ27,50