Jeruzalem – Sommigen worden doodgeschoten in hun eigen huis, anderen in hun auto, weer anderen tijdens een trouwpartij. Allemaal zijn ze getroffen door de golf misdaden in de Arabisch-Israëlische gemeenschap. De daders behoren tot hun eigen groep. Moord is een gebruikelijke manier geworden om rekeningen te vereffenen tussen maffiosi of drugs- of wapenhandelaars, wraak te nemen op vrouwen of vijandige families, een conflict over grondeigendom te beslechten. Oud-premier Benjamin Netanyahu heeft daar nooit wat aan gedaan. Zijn opvolger Naftali Bennett wil nu een eind maken aan deze ‘nationale ramp’.

Vorig jaar werden 96 Arabische Israëliërs vermoord. Dit record werd zaterdag gebroken toen de 24-jarige Issam Salti in Nazareth het slachtoffer werd van een vete tussen twee families. 71 procent van alle geweldsslachtoffers in Israël is Arabier, terwijl de Arabische gemeenschap slechts 21 procent van de gehele bevolking uitmaakt. Van de moorden op joden wordt de helft opgelost, van die op Arabieren 21 procent. Dat komt doordat de Israëlische overheid niet geïnteresseerd was in de Arabische criminaliteit, zolang die maar geen politieke motieven had. Tegen die laksheid hebben veel Arabische Israëliërs protest aangetekend. Dat doen ze op straat en sinds kort onder de hashtag #Arab_Lives_Matter ook op de sociale media.

Maar nu zijn de autoriteiten plotseling ontwaakt. In de nieuwe begroting is voor de Arabisch-Israëlische gemeenschap 35 miljard shekel (9,35 miljard euro) gereserveerd, uitgesmeerd over vijf jaar. Met dat bedrag moet niet alleen de misdaad worden bestreden – behalve de politie zou ook het Israëlische leger en zelfs de veiligheidsdienst Shin Bet moeten worden ingezet – maar ook de sociaal-economische situatie worden verbeterd. Meer dan de helft van de Arabische Israëliërs leeft onder de armoedegrens. Werkloosheid floreert. In veel Arabische woongebieden is een schreeuwend tekort aan wegen, openbaar vervoer, elektriciteit, ziekenhuizen, scholen, parken, alles.

Het ontwikkelingspakket is te danken aan Mansour Abbas, leider van het Arabische regeringspartijtje Ra’am. Hij dreigde de begroting niet te steunen als het pakket daarin niet zou worden opgenomen. Het plan heeft echter grote gebreken. Het lost het enorme tekort aan grondeigendomsrechten en de illegale status van veel Arabische dorpen niet op, en de kans dat het geld in corrupte of criminele zakken terechtkomt is reëel. En met geld alleen valt het grootste probleem niet te regelen: de opvatting dat Arabische Israëliërs tweederangsburgers zijn.