Is het wel verstandig dat Balkenende doorgaat?

Eindeloos kwartetten

Zijn eerste kabinet trad aan in 2002. Vier zijn er inmiddels gestruikeld. Komt er straks ook een Balkenende V? Er is een kans dat de persoon Balkenende coalitiebesprekingen nog complexer maakt dan ze toch al dreigen te worden.

Medium balkenende aukje

HET CDA WAS ER zaterdag als de kippen bij. Binnen twaalf uur na de val van het kabinet-Balkenende IV besloot de partijtop de naamgever van die kabinetten, Jan Peter Balkenende, opnieuw als lijsttrekker voor te dragen bij de verkiezingen dit voorjaar. Het CDA lijkt daarmee in te zetten op een vijfde kabinet waaraan de Zeeuw Balkenende zijn naam moet gaan verbinden.
Vanuit de interne CDA-partijpolitiek is die snelle zet te verklaren. Na het debacle van het kabinet-Balkenende IV van CDA, PVDA en ChristenUnie, dat vorige week van wantrouwen uit elkaar spatte, kunnen de christen-democraten zich geen interne machtsstrijd veroorloven, zeker niet in de week voor de gemeenteraadsverkiezingen. Een leiderschapswissel na de ruzie tussen Balkenende en zijn tegenstrever PVDA-partijleider Wouter Bos zou bovendien kunnen worden uitgelegd als het erkennen dat Balkenende fout zat in de ogen van zijn eigen partij en inderdaad onvoldoende regie had gevoerd, zoals politieke tegenstanders van andere partijen niet nalaten te herhalen.
De vraag is of de vlucht voorwaarts van de CDA-partijtop ook op de langere termijn een goede zet is. Is Balkenende na alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd nog wel de juiste lijsttrekker voor een partij met een spilfunctie in de Nederlandse politiek?
De nu 53-jarige Balkenende werd in 2001 na een onverkwikkelijke interne ruzie partijleider van de christen-democraten. Dat was kort voordat in Nederland een tijd zou aanbreken van politieke onrust waarin ontevreden kiezers wegzweefden van de traditionele middenpartijen en een populistisch politiek discours op gang is gekomen, dat wordt versterkt door de media, internet en twitter en waarop die traditionele partijen maar moeilijk een antwoord weten te geven. Voeg daar nog bij de financiële en economische crisis en de veranderende machtsverhoudingen in de wereld en het mag - voor voor- en tegenstanders - duidelijk zijn dat Balkenende minister-president is in een bijzondere periode in de Nederlandse geschiedenis. Binnen het CDA leeft dan ook de gedachte dat de struikelpartijen niet aan de persoon Balkenende en de door hem gevoerde regie zijn te wijten.
Neem zijn eerste kabinet. Dat trad aan in 2002 na verkiezingen die overschaduwd werden door de moord op lijsttrekker Pim Fortuyn van de LPF. Die nieuwe partij brak in één keer door met 26 zetels, maar had geen enkele parlementaire ervaring, laat staan in het dragen van regeringsverantwoordelijkheid. Dat die onervaren ploeg binnen een kabinet moeilijk te managen was, is een understatement. Achteraf zou je kunnen zeggen dat het opnemen van de LPF in het kabinet een politieke meesterzet was: de partij viel daardoor direct door de mand, waaruit bleek dat regeren iets anders is dan roepen dat het allemaal niks is in Den Haag. Na drie maanden was het voor Balkenende I over.
Met een CDA-bril op is ook de val van het tweede kabinet-Balkenende van CDA, VVD en D66 een intern probleem van een coalitiegenoot, in dit geval D66. Die partij bleef, hoewel Boris Dittrich naar voren trad, feitelijk leiderloos achter na het vertrek van minister Thom de Graaf, die struikelde over de gekozen burgemeester. De kleinste van de drie toenmalige coalitiepartijen opereerde vervolgens onhandig bij het proberen tegen te houden van de militaire missie naar de Afghaanse provincie Uruzgan. En kon, na drie jaar meeregeren, uiteindelijk niet akkoord gaan met de onverkwikkelijke gang van zaken rondom het Nederlanderschap van VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali en de rol die toenmalig VVD-minister Rita Verdonk daarin speelde.
Die laatste had ook de hoofdrol in de crisis binnen het interimkabinet-Balkenende III, dat in 2006 vervroegde verkiezingen moest voorbereiden. Verdonk, die inmiddels met Mark Rutte verwikkeld was in een machtsstrijd binnen haar eigen VVD, ging haar eigen gang, ook nadat ze de officiële interne strijd om het lijsttrekkerschap al had verloren. Ze zorgde als demissionair minister voor problemen op het asielzoekersdossier en werd feitelijk onder curatele geplaatst. Ook hiervan denkt het CDA dat het toch vooral een intern partijprobleem was, bij de ander.
Toen kwamen de verkiezingen van 2006. Dat werd een machtsstrijd tussen CDA en PVDA, Balkenende en Bos. Het ging er hard aan toe en vooral het woord ‘draaien’ dat Balkenende op het handelen van Bos plakte, sloeg diepe wonden. Zoals ook vorige week weer bleek. Toch noopte de uitslag van de verkiezingen tot samenwerking tussen de twee. Dat ging niet van harte.
Ook de val van dit kabinet is in de CDA-redenering toch vooral een probleem van de coalitiepartner, waarbij de slechte opiniepeilingen een hoofdrol spelen. De PVDA ziet immers hoe ze er in de peilingen voor staat: desastreus. En een kat in het nauw maakt rare sprongen. De politieke partij die in de huidige Tweede Kamer met 33 zetels de tweede in grootte is, zou wel eens fors kunnen slinken. Volgens de Politieke Barometer tot een fractie van twintig, waarmee ze de derde partij zou worden, of zelfs naar veertien zetels, zoals in de peilingen van Maurice de Hond, waarmee de PVDA zou wegzakken tot de vijfde partij van Nederland, achter CDA, PVV, VVD en D66, en op gelijke hoogte met GroenLinks.
Volgens het CDA speelt die belabberde stand van zaken een rol bij de handelswijze van de PVDA op het Uruzgan-dossier, waarover Balkenende ook zijn vierde kabinet zag struikelen. De PVDA koos ervoor vast te houden aan de belofte de laatste militair eind dit jaar uit Uruzgan te laten vertrekken, omdat een ander standpunt - zeker zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen - niet aan de eigen achterban zou zijn uit te leggen. Het inmiddels bij de PVDA gehate verwijt van 'draaien’ zou daarbij een grote rol spelen.
Het CDA zelf zou dat verwijt deze keer dan overigens niet hebben gemaakt, het zou zelfs niks liever hebben gezien. Nu heet het bij het CDA dat de PVDA weigert 'een nieuwe realiteit’ in Afghanistan onder ogen te zien. Balkenende wees er zondag in het televisieprogramma Buitenhof nog maar eens op dat Nederland, inclusief de PVDA, de VS-inzet inzake Afghanistan wel steunde onder de Republikein George Bush, maar dat de PVDA dat niet wil doen nu in Washington de bij die partij veel geliefdere Democraat Barack Obama aan zet is. Hij zei het er net niet bij, maar hij bedoelde te zeggen: dat is toch vreemd.

BALKENENDE MAG DAN in de ogen van het CDA ook maar zijn opgezadeld met moeilijke tijden en nog moeilijker coalitiepartners, hij torst na deze turbulente jaren inmiddels wel een heel verleden met zich mee. Uitgerekend vorige week nog kon heel Nederland zien hoe dat verleden hem op het Irak-dossier parten speelde. Zijn geloofwaardigheid stond als gevolg van het harde rapport van de commissie-Davids sterk onder druk: hij kreeg van bijna de voltallige oppositie een motie van wantrouwen tegen zich ingediend. Dat beladen verleden kan in de toekomst in de weg staan. Neem het wantrouwen tussen hem en Bos. Dat is er al sinds de mislukte coalitiebesprekingen van 2003, groeide in de verkiezingsstrijd van 2006, leek daarna even weg, maar zwol weer aan in de daar toch op volgende kabinetssamenwerking, totdat het vorige week onhoudbaar naar buiten barstte. Dat diepe wantrouwen staat nieuwe coalitiebesprekingen tussen CDA en PVDA in de weg. Mocht een verkiezingsuitslag, eind mei of begin juni, al aanleiding geven voor dat soort onderhandelingen, het zou ongeloofwaardig zijn.
Daaruit moet overigens niet de conclusie worden getrokken dat het daardoor nu echt een machtsstrijd wordt tussen Balkenende en Bos, met ditmaal dan niet als uitkomst dat je ze tenslotte allebei krijgt. De strijd zal veeleer gaan tussen Balkenende en PVV-leider Geert Wilders. Afgaande op de peilingen ziet het er vooralsnog naar uit dat het CDA, hoewel verzwakt, toch weer de eerste partij wordt en de PVV de tweede.
De PVDA, zoals gezegd, zakt waarschijnlijk naar de derde plaats of nog verder weg. Samen met een ook geslonken SP kan er dan 'op links’ geen coalitie worden gevormd, zelfs niet als D66 en GroenLinks zich daarbij zouden willen aansluiten: vooralsnog ziet het ernaar uit dat die vier partijen samen daarvoor onvoldoende zetels gaan halen. Ook als de ChristenUnie als vijfde partij mee zou willen doen, is er op links of centrum-links waarschijnlijk nog geen meerderheid. Zo'n coalitie zou dan ook geen recht doen aan de verkiezingsuitslag.
Daarom terug naar het CDA en zijn beoogd lijsttrekker. Hoe geloofwaardig is het voor minister-president Balkenende die de normen-en-waardendiscussie op de agenda zette - ook al wist hij daar geen handen en voeten aan te geven - om te gaan samenwerken met een politieke partij als de PVV die juist bijdraagt aan verharding van en tweespalt in de samenleving? Het CDA wil echter geen cordon sanitaire rondom de PVV. Dat er toch samengewerkt moet gaan worden met deze nieuwe, grootste tegenstander is niet onwaarschijnlijk nu het politieke landschap van Nederland ernstig verbrokkeld is geraakt en geen enkele partij nog in staat blijkt verschillende bevolkingsgroepen in zich te verenigen. Het CDA zal dan naast de PVV wel nóg één of mogelijk twee andere partijen nodig hebben om te kunnen gaan regeren. Daar zit het probleem.
Dat de VVD de derde regeringspartij zou kunnen zijn, is vanuit CDA-standpunt begrijpelijk. Zondag benadrukte Balkenende nog weer eens hoe belangrijk het is dat een Nederlands kabinet een solide financieel beleid voert, de sociale zekerheid activerender maakt en de overheid kleiner. Allemaal thema’s waarop het CDA het met de VVD goed kan vinden. Balkenende maakte er ook tijdens de verkiezingen van 2006 geen geheim van het liefst met de VVD verder te willen. Maar partijleider Rutte diende wel al eens een motie van wantrouwen in tegen een kabinet van Balkenende! En welke eventuele vierde partij moet deze drie dan aan een Kamermeerderheid helpen? D66? Uitgesloten. Die partij gaat principieel niet met de PVV in zee, omdat Wilders en de zijnen mensen uitsluiten. D66 ondertekende bovendien vorige week de motie van wantrouwen tegen Balkenende. Zoals ook GroenLinks deed, dat net als D66 om principiële redenen niet met de PVV wil samenwerken.
Die motie van vorige week is symbool voor het gebrek van vertrouwen in het leiderschap van Balkenende en is te zien als een breed gedragen uiting van ongenoegen over een premier die de boel niet bij elkaar weet te houden. Die motie staat daarmee ook een laatst mogelijke optie voor het CDA, een met VVD, D66 en GroenLinks, in de weg.
Nederland dreigt zo een periode tegemoet te gaan van eindeloos kwartetten. Een verbrokkeld politiek landschap maakt het al ingewikkeld om een coalitie te vormen, maar met een CDA dat wederom de persoon Balkenende als lijsttrekker en premierskandidaat naar voren schuift wordt die toch al lastige coalitiepuzzel welhaast onoplosbaar.
Balkenende’s kandidatuur doet ook geen recht aan de behoefte aan een frisse wind en een nieuwe start. Misschien dat het CDA dit ook inziet en na de verkiezingen, mogelijk al die van volgende week, doet wat het ook in 1982 deed: met de premier - toen was dat Dries van Agt - als lijsttrekker de verkiezingen in gaan, maar hem kort daarna laten terugtreden.