Einstein

Einstein zei: ‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.’ De coalitiepartners hebben dat in gedachten. Maar politieke onderhandelingen zijn geen exacte wetenschap. Verandering louter om de verandering kan niet het doel zijn.

Op de dag na de verkiezingen is het druk in de Tweede Kamer. Niet alleen komen de zeventien nieuwe fracties bij elkaar, om feest te vieren of uit te huilen, ook moeten er nieuwe werkruimtes worden ingericht, omdat er meer nieuwe partijen in de Kamer komen dan vooraf was gedacht. En zijn medewerkers van de nos de tijdelijke studio in de grote hal aan het afbreken, om de vele kabels, schermen en lampen daarna naar de grote wagens op het Hofplein te sjouwen.

Tussen al die bedrijvigheid door moeten de fractievoorzitters met elkaar onder leiding van de Kamervoorzitter in conclaaf over hoe nu verder met de verkiezingsuitslag. Het is de derde keer dat de kabinetsformatie volledig in handen is van de Kamer zelf, zonder een rol voor de koning. Op de wandelgang hoor ik een opmerking die een inkijkje geeft in de manier waarop D66, winnaar en sinds de verkiezingen de tweede partij, deze formatiebesprekingen in gaat. Al hoor ik wel een rommelige versie, omdat degene die hem uitspreekt de woorden verhaspelt. Daarom zoek ik ze later even op. Het blijkt een uitspraak te zijn van natuurkundige en Nobelprijswinnaar Albert Einstein: ‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.’

Oftewel, als het aan D66 ligt, komt er een andere coalitie dan de huidige, dus niet opnieuw een kabinet met vvd, cda, D66 en ChristenUnie. De sociaal-liberalen kunnen veeleisender zijn nu ze met vier zetels winst drieëntwintig Kamerleden hebben en daarmee groter zijn dan de christen-democraten, die er na een verlies van vier zetels slechts vijftien hebben. En moet D66 er bovendien direct bovenop zitten, want de vvd, wederom de grootste fractie in de Kamer, heeft vooraf al duidelijk kenbaar gemaakt in ieder geval met het cda verder te willen.

Dat D66 er geen gras over laat groeien, blijkt al direct die eerste dag na het sluiten van de stembussen. Er komt niet slechts één verkenner, zoals bij de vorige twee keren, maar het worden er twee. Eén van vvd-huize en één uit de D66-gelederen: Annemarie Jorritsma en Kajsa Ollongren. Beiden zijn gepokt en gemazeld op het Binnenhof. Jorritsma weet met humor met de pers om te gaan. Op de vraag wanneer ze klaar wil zijn met de verkennersopdracht, zegt ze: ‘Gisteren.’

Als D66 niet opnieuw wil krijgen wat ze vier jaar geleden kreeg, maar de vvd het cda vasthoudt, dan zou de makkelijkste redenering zijn: als de een al een partner heeft aangewezen, dan mag de ander er nu ook een aanwijzen. En omdat D66 niet weer hetzelfde wil, wordt dat niet de ChristenUnie. Daar zit voor de sociaal-liberalen een inhoudelijke agenda achter. D66 wil verder met een aantal ethische onderwerpen, zoals de voltooid-levenpil en abortus, maar vindt op die punten de CU niet aan haar kant.

Je zou zeggen dat het niet zo moeilijk moet zijn: D66 kijkt even naar links en ziet daar de PvdA

Je zou zeggen dat het dan niet zo moeilijk moet zijn. D66 kijkt even naar links, ziet daar de pvda die weliswaar niet is gegroeid maar ook geen nieuwe wonden hoeft te likken, en klaar is Kees. De twee partijleiders kunnen redelijk goed met elkaar overweg. De sociaal-democraten denken op een groot aantal punten redelijk hetzelfde als de sociaal-liberalen, en waar er verschillen zijn zitten die niet in de hoek van onwrikbare ethische standpunten. Ook is het mooi meegenomen dat het aantal zetels dat de pvda kleiner is dan het cda mooi in balans is met de grootte van D66 en het verschil met de vvd.

Maar dit is te veel als een Einstein gedacht. Politieke onderhandelingen zijn geen exacte wetenschap. Emoties, vermoeidheid, ergernissen, druk uit de achterban, woorden uit het verleden én nieuwe grote opgaven zoals het klimaatbeleid waarvoor de tijd dringt: het heeft allemaal invloed.

Wat de pvda als coalitiepartner parten kan spelen, is het voornemen van sociaal-democraten en GroenLinks elkaar bij een formatie ‘vast te zullen houden’. Getalsmatig is een vijfde partij echter niet nodig voor een Kamermeerderheid, dus moet het vasthouden heel innig zijn wil die vijfde partij niet dat ene wiel te veel zijn aan de wagen. En het heeft weer als gevaar in zich dat vvd en cda dan ineens een blok zien opdoemen dat in hun ogen te groot en te links kan zijn. Terwijl de achterbannen van pvda en GroenLinks in dat blok mogelijk niet voldoende de kleur herkennen van hun eigen partij. Denk aan het klimaatbeleid. Daarin is GroenLinks groener dan de pvda. Waardoor je een onstabiele coalitie binnen een coalitie kunt krijgen.

Door de coronacrisis en de kabinetsafspraak deze week opnieuw te bekijken of er ruimte is voor versoepelingen kregen we al een eerste inkijkje in de nieuwe krachtsverhoudingen in de Kamer. De verwachting dat D66 direct gebruik zou maken van haar nieuwe positie en openlijk zou pleiten voor het openen van terrassen en hogescholen en het stoppen met de avondklok werd bewaarheid. Binnen het kabinet krijgt D66 daar echter de ruimte niet voor. Daarvoor zijn de besmettingscijfers te ongunstig. Nu zijn het de coalitiepartners die Einsteins uitspraak in gedachten hadden. Omdat je soms juist wilt krijgen wat je kreeg.

Maar voor zowel het coronabeleid als de kabinetsformatie is er ook een ‘verhaspeling’ van Einsteins uitspraak, eentje die een winstwaarschuwing is: als je niet doet wat je deed, kun je krijgen wat je niet weet. En mogelijk niet wilde hebben. Oftewel: verandering louter om de verandering kan niet het doel zijn.