Muziektheater

Ek is die lappop wat nie praat

Muziektheater: Korreltjie Korreltjie Sand door Theatergroep Flint

Tot 1994 had ik nog nooit van de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933-1965) gehoord. Op 23 mei 1994, een kleine dertig jaar na haar zelfgekozen dood, opende Nelson Mandela de eerste zitting van het democratisch gekozen parlement van Zuid-Afrika met een verwijzing naar een vrouw die een blanke Zuid-Afrikaanse was «en tegelijk een African». Daarna citeerde de eerste zwarte president van Zuid-Afrika een gedicht van Ingrid Jonker. Mandela in 1994: «Te midden van wanhoop was ze vol hoop. Geconfronteerd met de dood heeft ze de schoonheid van het bestaan omarmd. In de donkere dagen toen alles verloren leek in ons land, toen velen weigerden om haar heldere stem te horen, beroofde zij zichzelf van het leven.» We moesten in Nederland toen nog zes jaar wachten op een verzamelbundel van Ingrid Jonker: Ik herhaal je, tweetalig, vertaling: Gerrit Komrij, uitgebreid nawoord: de onlangs overleden schrijver Henk van Woerden. Zes herdrukken volgden, in minder dan vijf jaar. En een mooie televisiedocumentaire.

Nu is Ingrid Jonker theater geworden, meer in het bijzonder: muziektheater. Dankzij Felix Strategier van Theatergroep Flint. Op arrangementen van cellist Ernst Reijseger en de Zuid-Afrikaanse blazer Sean Bergin, die beiden meespelen in de voorstelling Korreltjie Korreltjie Sand. Marja Kok regisseerde.

Een week na de première ging ik kijken. Dat werd – ik zeg het maar zoals het is – een avond om nooit meer te vergeten. De voorstelling begint als een gemompelde, gebromde, licht jankende jamsession, een mix van oerwoudgeluiden en feestgedruis in een Zuid-Afrikaanse township. Dan krijgt de muzikale poëzie van Ingrid Jonker de overhand. En nee, ze was niet uitsluitend een politiek getinte dichteres, zoals te horen is in Die kind wat doodgeskiet is (na de pauze gebracht, in een dreunend, bijna wiegend ritme). Jonker walmde als dichteres van verlangen, was vol liefde, hunkerde naar omarmingen zonder einde – die ook allemaal hun tragisch einde kenden. Het programma zit er vol mee. De manier waarop dit trio het verlangen, de liefde en de omarmingen in de taal van Jonker muzikaal ordent (opnieuw ordent eigenlijk) en theatraal vorm geeft, is prachtig met zes uitroeptekens. Felix Strategier heeft al lichtjaren een stem als de klok van Arnemuiden. Als Strategier uithaalt, zingt hij je hart kapot, als hij fluistert valt de hele wereld stil. Reijseger tovert zijn cello tot afwisselend een bongo, een zigeunerviool, een ukelele, een zingende zaag, en… jawel: gewoon (nou ja, gewoon) een cello. Bergin, een glimlachende reus, laat zich horen als een instrumentenomnivoor: speelgoedgitarist, kermisaccordeonist, tovenaar op piccolo, fluit en sax. Hij bespeelt elk instrument of zijn leven ervan afhangt. En relativeert dat weer met die mooie glimlach.

Over de mengeling van topsport en relativering gaat deze voorstelling ook. Het leven hangt af van wat er aan schoonheid aan kan worden ontleend. En je moet er ook vrijuit om kunnen blijven lachen. Uit de minibiografie van Ingrid Jonker snap ik dat ze probeerde te leven alsof iedere dag haar laatste was, in het permanente besef dat ze in geleende tijd leefde, dat het allemaal niet echt lang kon duren. Ergens midden in de voorstelling valt alles stil. Er is zachte muziek, er zijn wat stille klanken. Felix Strategier zingt het Lied van die lappop: «Ek is die lappop wat nie praat/ en maak net op jou liefde staat/ My hande roer nie en my lyf/ word met jou weggaan koud en styf». In Komrijs vertaling: «Ik ben de lapjespop die niet praat/ en zich alleen op je liefde verlaat/ Mijn handen rusten en mijn lijf/ wordt na je heengaan koud en stijf». Dan swingt alles weer. Als pauwenveren op een hoed, als vochtige paadjes in een ruig bos.

Amsterdammers moeten deze week hollen. De rest van Nederland mag nog een jaar wachten op de tournee. En neem van mij aan: deze voorstelling is dat wachten waard.

Tot en met 28 januari, De Roode Bioscoop, Amsterdam.
www.theatergroepflint.nl
Tournee door Nederland: voorjaar 2007