Terrorismebroeinest en vakantieparadijs

Eldorado Libië

Al decennialang geldt Libië als de bondgenoot van het internationale terrorisme. Ook het Lockerbie-proces heeft het land van Moammar Al-Kadafi niet van die smet ontdaan. Voor de toerist is Libië echter een waar vakantieparadijs.

De berg bij Tarhunah is minder groot dan de krantenberichten suggereerden. Eigenlijk is het niet meer dan een heuvel. Vier jaar geleden kwam Tarhunah in het nieuws omdat in de berg een ondergrondse gifgas fabriek zou zijn. De Amerikanen dreigden de boel te bombarderen, maar voerden hun dreigement nooit uit. De Libische leider Moammar Al-Kadafi beweerde dat in de bunkers grondwater wordt opgeslagen om graanvelden in de omgeving te irrigeren.

Wat er in Tarhunah echt aan de hand is, is moeilijk vast te stellen. Aan de rand van het stadje is een grote bouwput. Militairen zijn er nauwelijks. Ik kan gewoon vrij rondlopen, zonder dat iemand lastige vragen stelt. Op een terras in het centrum van Tarhunah serveert de ober blikjes cola en alcoholvrij bier, want in het streng islamitische Libië is alcohol verboden.

Dat de Amerikanen de werkzaamheden in Tarhunah niet vertrouwen, heeft te maken met de hoge kosten van het irrigatieproject. Vijftig miljard gulden heeft Kadafi er al aan uitgegeven. «Uit economisch oogpunt is dat waanzin», had een Nederlandse irrigatie deskundige voor vertrek gezegd. «Graan dat op deze manier wordt geteeld, is zes keer duurder dan op de wereldmarkt.» Het is daarom niet uitgesloten dat de bunkers inderdaad een geheim doel hebben. Maar zolang de Amerikanen hun «bewijzen» niet openbaar maken, is niets zeker.

Libië geldt al meer dan twintig jaar als de belangrijkste bondgenoot van het internationale terrorisme. Kadafi steunde de Eta en de Ira, en zou betrokken zijn bij aanslagen op een aantal westerse passagiersvliegtuigen. Eind januari werd een Libiër schuldig bevonden aan de aanslag op een Amerikaans vliegtuig boven het Schotse Lockerbie in 1988. Naar de Libische betrokkenheid bij een aanslag op een Frans toestel boven Niger een jaar later loopt nog steeds een onderzoek.

Door de olierijkdom is Libië een van de rijkste landen van Afrika. Het gemiddelde jaarinkomen van de vijf miljoen inwoners wordt geschat op tussen de drieduizend en negenduizend dollar. Dat is naar Afrikaanse maatstaven zeer hoog. Honderdduizenden gastarbeiders uit landen ten zuiden van de Sahara zijn op deze rijkdom afgekomen. Het is Kadafi’s droom om een bond van Afrikaanse staten te stichten. Vroeger ijverde hij voor Arabische eenheid, maar zijn Arabische collega’s vonden hem een gevaarlijke gek. In Afrika heeft Kadafi meer succes, vooral doordat hij met geld strooit.

Het toerisme in Libië groeit. Vorig jaar bezochten een kleine honderdduizend Europese vakantiegangers het land. De meeste toeristen komen uit Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland. Nederlanders zijn er nog maar weinig. Amerikanen laten het helemaal afweten. Hoewel de VN-sancties sinds 1999 zijn opgeschort houden de Verenigde Staten vast aan hun eigen boycot van Libië. Amerikanen die op vakantie gaan naar Libië zijn strafbaar voor de Amerikaanse wet.

«Ik ben trots dat ik een Libiër ben», zegt Mustapha Ahmed, op een terras in Tarhunah. «Kadafi is samen met Saddam Hoessein een van de weinigen die de Amerikanen durft tegen te spreken. Amerikanen denken dat de hele wereld van hen is. Als een land niet naar ze luistert, laten ze het bombarderen. Kijk wat ze in Irak en Joegoslavië hebben gedaan.» Ook de Libische steden Benghazi en Tripoli werden in 1986 bestookt door Amerikaanse bommenwerpers.

Ahmed werkt op het vliegveld van Tarhunah. Vandaag is hij vrij. Als de café-eigenaar het terras vanwege een korte siësta wil sluiten, nodigt Ahmed ons uit om bij hem thuis te komen eten. Hij woont in een luxe appartement aan de rand van de stad. Zijn vrouw, die we niet te zien krijgen, laat een belletje rinkelen als het eten klaar is. Ahmed verdwijnt in de keuken om terug te komen met een grote schaal patat en een geroosterde kip — het basisvoedsel in Libië.

Op de veroordeling van een van de Lockerbie-verdachten (de andere werd vrijgesproken) is in Libië met ongeloof gereageerd. Het bewijs zou aan alle kanten rammelen. Waarnemers riepen vanaf het begin dat de twee Libische verdachten zouden worden vrijgesproken. Kadafi dacht al aan de schadevergoeding die hij bij vrijspraak zou kunnen eisen. Maar dat gaat nu niet door. «Libië wordt onrechtvaardig behandeld», zegt Ahmed. «Kadafi is geen schurk. Wij willen echt niemand kwaad doen.»

De Libische hoofdstad Tripoli ligt aan de Middellandse-Zeekust, een uur rijden van Tarhunah. Het opvallendste aan Tripoli zijn de vele portretten van de grote leider. Soms staat Kadafi afgebeeld in traditioneel gewaad, op andere prenten ziet hij eruit als een maffiabaas, in een strak westers maatpak en een donkere zonnebril. Op een blinde muur staat met grote letters: cia + fbi = cnn.

Overal in Tripoli hangen toeristen rond. Op het Groene Plein in het centrum staan vier campers met Duitse kentekens. Toeristen worden gastvrij onthaald. In andere Afrikaanse landen vragen kinderen tot vervelens toe om cadeaus, maar in Libië gebeurt dat nauwelijks. Het zijn juist de Libiërs zelf die cadeaus aanbieden. Een uitnodiging om bij iemand te komen eten heeft vrijwel nooit nare bijbedoelingen, zoals in Marokko of Egypte. Daar word je voortdurend onder druk gezet je portemonnee te legen.

Toeristen kunnen vrij rondreizen door Libië. Nergens zijn lastige politieagenten die controleren of er geen spionnen onder de toeristen zijn. Libische ballingen in het buitenland beweren dat de afgelopen jaren diverse toeristen zijn vermoord door de Libische veiligheidsdienst. Maar al deze verhalen zijn verzinsels. Diezelfde ballingen beweren dat kritische studenten elk jaar publiekelijk worden geëxecuteerd. Maar Amnesty International ontkent dat.

«Ik zal je het uitgaansleven van Tripoli laten zien», zegt Ibrahim, een Jordaniër die voor zaken in Libië is. Libië is een islamitische staat, waar vrouwen en mannen in het openbare leven gescheiden zijn, maar de regels worden niet streng toegepast. In Tripoli zijn talloze illegale bordelen. «De meeste hoeren zijn gastarbeiders uit Marokko», zegt Ibrahim. «Prachtige vrouwen die hier bergen met geld verdienen.»

We volgen Ibrahim door de smalle steegjes van de medina, het oude stadscentrum van Tripoli. Een bochtje naar links, een bochtje naar rechts, totdat we uitkomen bij een groene houten deur. Een smalle trap leidt naar de eerste verdieping, waar volgens Ibrahim het beste bordeel van Tripoli is. In een rokerige ruimte zitten de vrouwen, omringd door morsige mannen met dikke buiken.

Het gerucht gaat dat Kadafi in de jaren tachtig bewust Marokkaanse vrouwen naar Libië liet halen om de seksuele frustraties van Libische mannen te verhelpen. «Libische meisjes zijn nogal preuts», zegt Ibrahim, terwijl hij een van de vrouwen wenkt. «Zoek zelf op mijn kosten ook gerust een dame uit.» Als we duidelijk maken niet geïnteresseerd te zijn, vraagt Ibrahim op fluistertoon of we misschien homo zijn, want dan weet hij wel een ander adres.

Alcohol is in Libië verboden, maar makkelijk te krijgen op de zwarte markt. De straf op alcoholbezit is mild. Wie een eerste keer wordt betrapt, riskeert een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geringe boete. In landen als Soedan en Saoedi-Arabië, waar ook de islamitische wet geldt, riskeren alcohol gebruikers op z’n minst een afranseling met zweepslagen.

Libiërs drinken voornamelijk zelfgestookte alcohol, die ze mengen met cola zodat het lekker zoet wordt. Probleem met zelfgestookte alcohol is dat het soms giftig is. Geïmporteerde alcohol is daarom het populairst. Een goede fles whisky levert in Libië minstens honderd gulden op. Sommige toeristen financieren hun reis door drank het land in te smokkelen. Omdat Libische douaniers nauwelijks controleren, wordt vrijwel niemand betrapt.

De Oostenrijkse student Ralf is zo’n smokkelaar. Elke winter rijdt hij samen met een vriend in een oud Volkswagenbusje naar Libië. Behalve alcohol vervoeren ze in het busje twee motoren, waarmee ze door de zandduinen in de Libische Sahara gaan crossen. Hun uitvalsbasis is een camping bij het plaatsje Tekerkiba in het zuiden van Libië. Over twee weken moeten ze weer terug zijn in Oostenrijk, om tentamens af te leggen.

«Houd je goed vast», roept de chauffeur van de Libische touroperator Africa Tours. We zijn op weg naar Gabron, een onbewoonde oase in het zuiden van Libië. Vol gas rijdt de chauffeur tegen een zandduin op, die hier vaak honderden meters hoog zijn. Vlak voordat hij op de top arriveert, laat hij het gas los, zodat de auto rustig over de duinenkam schiet en door het rulle zand aan de andere kant naar beneden glijdt.

Autorijden over duinen is een kunst apart. Op diverse plaatsen liggen wrakken van auto’s die te hard omhoog reden, waardoor ze met vier wielen loskwamen en aan de andere kant te pletter sloegen. Maar te langzaam rijden is ook niet goed. Dan blijf je boven op de duin in het zand steken en moet je de auto uitgraven.

«Toeristen die met hun eigen auto naar Gabron rijden, maken regelmatig fatale vergissingen», zegt de chauffeur, terwijl hij nonchalant over een volgende duin scheurt. «Diverse Europeanen zijn al zwaargewond in het ziekenhuis beland.» De chauffeur zegt dat hij zelf nog nooit een ongeluk heeft gehad. «Libiërs zijn uitstekende chauffeurs. Als je een cursus rallycrossen nodig hebt, moet je in Libië zijn.»

Gabron bestaat uit een blauw meer dat is omgeven door palmbomen, precies zoals je denkt dat een oase eruitziet. Het water is zeven keer zo zout als het water in de Dode Zee. Zwemmen is niet mogelijk, drijven wel. In het meer, waarvan niemand weet hoe diep het is, leeft een op garnalen lijkende worm soort die eetbaar is. Libiërs geloven dat de diertjes een medicinale werking hebben. Sommigen vangen de wormen en keren met zakken vol terug naar huis.

Gabron is een van de populairste toeristische trekpleisters in Libië. Ook de Libiërs zelf komen er graag. Aan de rand van het water roostert een groep Libische vrienden een schaap. Ze zijn met twee terreinwagens, volgeladen met drank en etenswaar. De mannen vertellen dat ze in Gabron zijn om uit te rusten. Libiërs zijn van oorsprong nomaden. Tegen de stedelijke drukte kunnen ze niet zo goed. In de woestijn, onder de schaduw van een palmboom, komen ze tot rust.

Ook Kadafi houdt van de woestijn. De Libische leider heeft diverse paleizen, maar die gebruikt hij bijna nooit. Op zijn geboorteplek, in de buurt van de stad Sirte, heeft hij een groot tentenkamp laten bouwen. Buitenlandse regeringsleiders worden in terrein wagens naar het kamp gebracht. Als Kadafi zelf op reis gaat, neemt hij het liefst zijn tenten mee. In een hotel slaapt hij alleen als het echt niet anders kan.

«Kadafi vindt het prachtig dat ook Europeanen van de woestijn houden», zegt Amar Ali, een van de Libiërs die aan het picknicken zijn. Volgens Ali willen de Libiërs het liefst met iedereen vrienden worden. «Kijk om je heen en je ziet dat Libië een vriendelijk land is met vriendelijke mensen. We hebben geen enkele behoefte om andere landen te destabiliseren.»

Net als de meeste Libiërs heeft Ali nauwelijks kritiek op Kadafi. Financieel hebben ze het stukken beter dan de rest van de Afrikanen. Zelfs in gesprekken onder vier ogen zijn ze mild. Maar de milde houding kan ook te maken hebben met angst. Volgens diplomaten werkt veertig procent van de Libiërs voor de geheime dienst, waardoor niemand in het openbaar kritiek durft te leveren.

Ali wimpelt die kritiek weg. Volgens hem is niemand in Libië bang. Hij snijdt een stuk vlees van het geroosterde schaap en laat een plastic fles met zelfgestookte alcohol rondgaan. Als een paar uur later de zon ondergaat, wordt het vuur opgestookt zodat we geen kou hoeven lijden. Slapen doen de mannen in de open lucht. «Waarom zou ik ontevreden zijn over Kadafi?» vraagt Ali zich af, terwijl hij naar de sterren staart. Voor de meeste Libiërs is dat inderdaad een retorische vraag.