Electoraat van het heimwee

Als u dit leest, hebben we het eerste van de drie televisiedebatten tussen Barack Obama en Mitt Romney achter de rug. Daarop zijn dan al ettelijke interpretaties en uitslagen van opiniepolls gevolgd. Zo zal het verder gaan tot 6 november, een miljoenen verslindende tornado van hype en demagogie. Kunnen we dat nog wel democratie noemen?

Een interessante vraag zonder consequenties. Zo is het gegroeid en niemand kan er iets aan veranderen.

Vier jaar geleden had Obama het gemakkelijker. Hij moest het opnemen tegen John McCain die hockeymom, protagoniste van de ultrareactionaire Tea Party en warhoofd Sarah Palin als kandidaat vice-president had gekozen. Na de door George W. Bush aangerichte puinhopen kon Obama zich als een geloofwaardige verlosser aandienen. Op 6 november, vier jaar geleden, was ik in New York. Toen de overwinning vaststond, ging ik nog even de straat op. Daar was een feest losgebarsten. Ik werd door wildvreemden omhelsd. Goeie ouwe tijd.

Nu hebben we vier jaar Democratische praktijk achter de rug. Misschien heeft Obama meer beloofd dan hij heeft gegeven, maar dat is alle politici eigen. Een slecht presidentschap? Nee. Hij heeft een eind gemaakt aan de militaire betrokkenheid bij Irak, de onthechting van het Afghaanse probleem is in het vooruitzicht, de omwenteling in Libië is voltooid met zijn strategie van leading from behind, zonder dat Amerikaanse grondtroepen bij de strijd betrokken zijn geraakt, en in het conflict tussen Israël en Iran lijkt hij nu een kalmerende invloed te hebben zonder het hechte bondgenootschap met Israël prijs te geven. En het belangrijkste: Osama bin Laden is dood. In de afgelopen vier jaar is de zon weer langzaam doorgebroken.

Ook in de binnenlandse politiek is een betrekkelijke vooruitgang geboekt. De economie groeit, hoewel minder hard dan gewenst, en de werkloosheid daalt, hoewel niet voldoende. Veel zou sneller kunnen, maar over het algemeen zijn de Amerikanen nu oneindig veel beter af dan tijdens de acht jaar van Obama’s voorganger. In aanmerking genomen de toestand van vier jaar geleden kan deze president gematigd tevreden zijn. Maar als tegenstander van Romney in het tv-debat is dat niet voldoende. Hij moet vooral meer willen en anders dan de Republikein. In het debat kan hij daarbij, door zijn verdienstelijke praktijk als president, eerder gehinderd worden.

Een groot deel van het Amerikaanse electoraat voelt zich door de afgelopen vier jaar van traag en wisselvallig herstel juist gefrustreerd. En bovendien is een groot aantal kiezers ultraconservatief op een manier waarvan we ons hier nauwelijks een voorstelling kunnen maken. Romney staat klaar om deze dames en heren theoretisch op hun wenken te bedienen. Hij zal zeggen dat Amerika onder Obama op een tandeloze buitenlandse politiek is overgeschakeld. Hij gaat ervan uit, zoals columnist Thomas Friedman van de International Herald Tribune schrijft, dat de wereld sinds 1989 niet wezenlijk is veranderd. Na de overwinning in de Koude Oorlog was Amerika de enige supermacht, en zo is het feitelijk gebleven. Het is de schuld van slappe Democratische presidenten dat de wereld daar niet genoeg van doordrongen is.

De vraag is dan hoe president Romney dit de wereld aan het verstand zou willen brengen. Nog eens naar Afghanistan om de Taliban weer te verslaan? Er zal geen kiezer zijn die dat nog wil, en komt Afghanistan in het debat ter sprake, dan zal hij alleen zeggen dat Obama het daar totaal verkeerd heeft aangepakt. Het gevaarlijkste wereldprobleem is nu Iran met zijn kernwapen, misschien in verregaande staat van aanbouw. Dat land moet zo snel mogelijk worden gebombardeerd voor het te laat is. En wekt dat de verontwaardiging van de wereldopinie, dan is dat jammer voor de wereld, maar Amerika is nog altijd de baas. En tegelijkertijd kan de defensiebegroting worden verhoogd terwijl de belastingen worden verlaagd en de werkgelegenheid weer toeneemt.

Is dit de samenvatting van Romney’s programma? De komende debatten zullen er meer over leren. Maar in ieder geval is het voorlopig een kenschets van zijn mentaliteit. Kiezers worden niet alleen overtuigd door een programma, maar ook verleid door de persoonlijkheid van de kandidaat. Romney heeft zich ertoe gezet de flinke kerel te zijn, geen praatjesmaker die op compromissen aanstuurt zoals zijn tegenstander, die slappeling. Zal het werken? Niet alleen in Amerika, overal in het Westen zijn heel veel kiezers in een staat van verwarring. Ze voelen dat de verhoudingen in de wereld drastisch veranderen, ten nadele van de westerse macht. Ze willen terug en er zijn politici die dit voelen en klaarstaan om dit electoraat van het heimwee op zijn wenken te bedienen, met loze beloften. Zo gebeurt het ook in Europa. In Nederland hebben we er recente ervaring mee. Hier is het goed afgelopen. Barack Obama heeft bewezen dat hij zijn tijd begrijpt. Of een meerderheid van de Amerikanen dat weer begrijpt weten we op 6 november.